RFO Geschiedenis 2005

Voormalig chef-dirigent Sergiu Comissiona overlijdt

Op 5 maart 2005 overleed in Oklahoma City op 76-jarige leeftijd Sergiu Comissiona. De in Roemenië geboren dirigent, die later tevens de Amerikaanse nationaliteit verwierf, leidde tal van bekende orkesten over de hele wereld, zoals in Boekarest, Haifa, Baltimore, Göteborg, Helsinki, Houston, New York en Vancouver.

Na het voortijdige vertrek in 1979 van Hans Vonk als chef van het RFO werd zorgvuldig naar een opvolger gezocht. Uiteindelijk viel de keus in 1982 op Sergiu Comissiona, eerst als vaste dirigent en in 1983 als chef-dirigent. Hij dankte deze benoeming aan zijn grote kennis van de (Oost-) Europese muziek. Succesvol waren zijn uitvoeringen met het RFO van Pique Dame, Thaïs, Suor Angelica, Eine Alpensinfonie, de Gurrelieder en de symfonieën 4 en 6 van Mahler. Daarnaast introduceerde hij in Nederland composities van o.a. Jacob Druckman en Allan Pettersson. Met zijn zwierige dirigeerstijl wist hij de juiste sfeer te scheppen. Op den duur bleek het ontbreken van precisie in zijn slag bij uitvoeringen van moderne muziek voor problemen te zorgen, waardoor het aanvankelijke enthousiasme binnen het orkest terugliep. Het besluit over een eventuele contractverlenging verbond Comissiona sportief aan de instemming van het orkest. Het RFO adviseerde negatief. Op 20 mei 1989 dirigeerde Comissiona zijn afscheidsconcert als chef-dirigent. Daarna kwam de sympathieke en integere musicus nog een enkele keer terug als gastdirigent. In totaal dirigeerde hij 72 producties bij het RFO.

 

Een korte concertreis naar Hannover en Wenen

Hoewel Edo de Waart op 1 januari 2005 zijn chef-dirigentschap van het RFO had overgedragen aan Jaap van Zweden, duurde het nog maanden voor de nieuwe chef daadwerkelijk zijn opwachting zou maken. Intussen dirigeerde De Waart als eredirigent het orkest in de eerste helft van 2005 nog acht weken, waarvan zes aaneengesloten. Zo werkte hij twee weken aan de opera Die Bakchantinnen van Egon Wellesz, die zijn Nederlandse première beleefde in de ZaterdagMatinee van 19 februari. Daarna volgden concerten in Utrecht en Rotterdam met onder andere de Suite uit De Vuurvogel van Stravinsky en Also sprach Zarathustra! van Richard Strauss.

In de ZaterdagMatinee van 5 maart 2005 speelde het RFO onder leiding van De Waart opnieuw dit symfonisch gedicht van Strauss, nu gecombineerd met de Ouvertüre Leonore Nr. 3 van Beethoven en het 23e Pianoconcert van Mozart met als solist Richard Goode. Vervolgens trokken dirigent en orkest zich enkele dagen terug in de studio voor de opnames van een cd voor het label Octavia Exton met drie werken van Richard Strauss: Also sprach Zarathustra!, Don Juan en de Suite uit Der Rosenkavalier. Met deze productie eindigde het dienstverband van drie RFO-musici die nog op de normale manier gebruik konden maken van een prepensioenregeling, alvorens alle vijfenvijftigplussers een afvloeiingsregeling kregen aangeboden, waardoor het orkest in één klap ontdaan werd van zijn waardevolle senioren. Het waren hoboïst Frank van Koten, hoornist Peter Hoekmeijer en violist Paul van den Ham. De laatste hield na afloop van de opnamesessies een bewogen toespraak en deelde vervolgens als ‘Rosenkavalier’ rozen uit aan zijn dierbare collega’s.

Aansluitend aan de cd-opnames maakte het RFO een korte buitenlandse reis. Eerst concerteerde het op 17 maart in de Kuppelsaal te Hannover, een dag later in het Konzerthaus van Wenen. Het programma was een herhaling van het concert op 5 maart, de solist was opnieuw Richard Goode. Het was de laatste keer dat het RFO voor zijn ingrijpende verbouwing op tournee ging. De Hannoversche Allgemeine Zeitung constateerde dat het RFO, in Duitsland althans, niet erg bekend was. Maar: “…das dürfte sich in Hannover geändert haben”. Voor veel concertbezoekers bleek het orkest namelijk een ware ontdekking. “Mühelos hatten sich die Musiker auf die diffizile Raumakustik eingestellt, nach wenigen Takten verliebte man sich in den schlanken, auffallend hellen, aber trotzdem immer tragfähigen Sound der Niederländer”.

 

25 jaar Koningin Beatrix

Ter gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van Koningin Beatrix werd haar op de avond van 29 april 2005 een concert aangeboden door de stad Amsterdam. Dit openluchtconcert, gegeven door het RFO onder leiding van de Italiaanse dirigent Paolo Olmi, vond plaats op de Dam. Met deze gebeurtenis werd ook het 350-jarig bestaan van het Koninklijk Paleis onder de aandacht gebracht. Voor de kunstig verlichte paleisgevel was een immens podium opgetrokken, hetzelfde podium dat ook The Rolling Stones gebruikten voor hun Europatour. Behalve ongeveer 250 hoogwaardigheidsbekleders, woonden 600 genodigden van de gemeente het concert bij. Daarnaast waren aan de bevolking nog eens duizenden kaarten uitgedeeld voor het evenement, dat anderhalf uur duurde en rechtstreeks werd uitgezonden door NOS televisie.

De hoofdrol van deze avond was weggelegd voor de Roemeense sopraan Angela Gheorghiu, die onder meer bekende opera-aria’s zong van Puccini, Gounod en Bizet. Violiste Janine Jansen speelde de Méditation uit Thaïs van Massenet. Verder had choreograaf Hans van Manen speciaal voor het regeringsjubileum op het Adagio uit het 23e Pianoconcert van Mozart een ballet gemaakt, getiteld Celebration. De solopartij was in goede handen bij Eliane Rodrigues. Op grote videoschermen kreeg het publiek te zien hoe dansers van het Nationaal Ballet deze pas de deux in de Burgerzaal van het voormalige stadhuis uitvoerden. Met acteur Jeroen Willems zong Angela Gheorghiu tenslotte het liefdesduet La chanson des vieux amants van Jacques Brel, deels in het Frans, deels in het Nederlands. De avond werd besloten met Finale festivo, een paraphrase op bekende Nederlandse feestliederen voor carillon en orkest, gecomponeerd door RFO-slagwerker Henk de Vlieger. Het carillon van de paleistoren werd hierin bespeeld door beiaardier Henk Verhoef:

 


Onder de titel ’25 jaar Koningin Beatrix. Het concert op de Dam’ bracht EMI Classics zowel een cd als een dvd uit van dit evenement.

 

Orkestfeest met wrange ondertoon

Op 21 mei 2005 dirigeerde eredirigent Edo de Waart het RFO en GOK in een concertante uitvoering van de opera Flammen van de in 1894 in Praag geboren Erwin Schulhoff. Het betrof wederom een Nederlandse première. Volgens de Volkskrant was het niet alleen een schitterend besluit van de opera-subserie van de ZaterdagMatinee, maar ook een mooie afronding van het thema Entartete Musik. “Bovendien was het een waardig afscheid van Edo de Waart als dirigent van het Radio Filharmonsich Orkest, dat zich van zijn allerbeste kant kon laten zien, omdat de feitelijke hoofdrol in Flammen is weggelegd voor het orkest”.

 


Na de generale repetitie op 19 mei konden de orkestleden zich gedurende een rondvaart door de Amsterdamse grachten enige tijd ontspannen en laven aan een gemoedelijke atmosfeer. De boottocht eindigde op de Prinsengracht bij het monumentale onderkomen van Cristofori. Hier vond aansluitend een ‘orkestfeest’ plaats met een deels wrange, deels weemoedige ondertoon. Als gevolg van de reorganisatie van het MCO nam op deze avond een groot aantal collega’s afscheid van het RFO. Met ingang van het nieuwe seizoen zouden de violisten Peter Thoma en Zofia Balcar hun loopbaan voortzetten in wat toen nog “het kleine orkest van de klassieke unit” werd genoemd. Productieleider Sophie Koopmans en orkestbibliothecaresse Caluke van Hoften stapten noodgedwongen over naar andere MCO-afdelingen. Maar de meeste vertrekkende collega’s behoorden tot de groep vijfenvijftigplussers, die gebruik maakten van een afvloeiingsregeling: Frans Blok, Leslie Somlai, Michaela Hollmanova, Edwin Blankenstein, Paul Hendriks, Lilly Maclaine Pont, Elvira Kowalik, Marilyn Klerx, Wieke Meijer, Michael Feves, Peter Baas, Miriam Jakes, Pierre Woudenberg en Cees Doets.

Voor veel blijvende musici betekende de reorganisatie een aanslag op de identiteit en de unieke teamgeest van het RFO. Het feest, dat werd bijgewoond door drie chef-dirigenten van het RFO (zie foto), kende dan ook de nodige emotionele momenten. Hoboïst Robert Tempelaar presenteerde zijn 60 minuten durende film Einde van een era?!, samengesteld uit eigen video-opnames en archiefmateriaal van NOS, NPS en VARA van en over het RFO gedurende 'de periode De Waart (1989 – 2004)'. Op tekst van Nanette Bakker en muziek van Gerrit Hommerson werd vervolgens de vertrekkende chef toegezongen door het gehele orkest. Het refrein luidde:

    “Edo! Edo! Maestro met visie en lef!
    Edo! Edo! Wij vinden jou zo’n chef!
    Vanwege de Haagse cultuurbarbarij
    heb jij er vandaag weer een ex-orkest bij!
    Edo! Edo! Wij vonden jou zo’n chef!”

 

 

Laatste optreden van vijfenvijftigplussers

Het laatste concert in het seizoen 2004/2005 van de ZaterdagMatinee op 25 juni 2005 stond in het teken van de tachtigjarige Franse componist en dirigent Pierre Boulez (foto, links). RFO, GOK en vocale solisten stonden onder leiding van Peter Eötvös (foto, rechts) in een programma dat zich kenmerkte door onalledaagse bezettingen en spectaculaire muziek. Het concert werd geopend met de Nederlandse première van Boulez’ Le visage nuptial (‘Het bruidsgezicht’). Door de huwelijksthematiek en het rituele karakter stond dit werk in direct verband met het slotstuk van het concert: Les noces van Igor Stravinsky, voor vier piano’s, zes slagwerkers, koor en solisten. Verder vermeldde het programma Le chant du rossignol, eveneens van Stravinsky en het baanbrekende Ionisation voor dertien slagwerkers (inclusief een pianist!), gecomponeerd in 1931 door Edgar Varèse.

De pers reageerde unaniem enthousiast over zowel de programmering als de uitvoering; krantenkoppen spraken van een uitbundig concert en kolkende emoties. Maar, zoals Jochem Valkenburg zijn recensie in NRC-Handelsblad besloot: “Ondanks het feestelijke karakter had het concert ook een rouwrandje: voor de pauze kreeg een groot aantal orkestmusici een bloemetje. Het waren de 55-plussers die, vaak na jaren trouwe dienst, zojuist hun laatste optreden gaven, als gevolg van de bezuinigingen op het Muziekcentrum van de Omroep”.

Het allerlaatste optreden van die vijfenvijftigplussers in het RFO vond echter niet in Nederland plaats, maar bijna een week later, op 1 juli 2005 in het Konzerthaus van Dortmund, eveneens onder leiding van Peter Eötvös. Ook hier werd Boulez’ Le visage nuptial uitgevoerd. Ditmaal werd het werk echter voorafgegaan door Eötvös’ eigen compositie Psychokosmos. Het concert werd besloten met Harold en Italie van Hector Berlioz, waarin RFO-altvioliste Francien Schatborn de solopartij vertolkte.

 

“Droomstart van Jaap van Zweden”

Het openingsconcert op 3 september 2005 van de ZaterdagMatinee was tevens het eerste concert van het RFO na de reorganisatie in de nieuwe bezetting onder leiding van zijn nieuwe chef-dirigent Jaap van Zweden. Het dagblad Trouw sprak van een “droomstart van Jaap van Zweden” en NRC-Handelsblad constateerde een “ongehoord niveau in Mahler”. Op het programma stonden twee werken, Stanze voor bariton, mannenkoor en orkest van Luciano Berio en de oorspronkelijke versie van Das klagende Lied van Gustav Mahler. Solisten waren sopraan Alessandra Marc, mezzosopraan Susanne Resmark, tenor Arnold Bezuyen, bariton Andreas Schmidt en, heel opmerkelijk, twee jongensstemmen in Mahler: Alexander Kalbitz en Georg Drexel.

De opname van Das klagende Lied werd uitgebracht als eerste productie van QuattroLive, het cd-label van Radio 4.

 

Het concert werd in het bijzonder opgedragen aan de die nacht gestorven Hans Kerkhoff (93). Hij was de ‘uitvinder’ van de Matinee op de Vrije Zaterdag van de VARA en programmeerde de concerten van 1961 tot 1977. De Matinee-organisatie droeg het gehele seizoen 2005/2006 op aan de in 2004 overleden drs. Kees Hillen (58), artistiek leider van de Zaterdagserie in de periode 1977-1983.

Bij het aantreden van Jaap van Zweden als chef-dirigent van het RFO debuteerden ruim twintig musici als vaste leden van het orkest. Uiteindelijk bevatte de ledenlijst van het RFO na de reorganisatie in 2005 achtendertig nieuwe namen. (Zie: Musici 2005).

 

Opheffing personeelsblad RFO

In december 2005 verscheen voor de laatste maal het magazine Informeel (nr. 34), een uitgave van en voor het personeel in en om het Radio Filharmonisch Orkest. De leiding van het MCO wenste een blad voor alle medewerkers van het MCO en faciliteerde niet langer dit graag gelezen 'krantje' van het RFO. RFO-Informeel – vanaf nummer 23 kortweg Informeel – onstond twaalf jaar eerder op initiatief van altviolist Frank Brakkee. Het verscheen drie maal per jaar en bevatte door orkestleden geschreven artikelen over alles wat er rondom het orkest vermeldenswaardig was. Voorafgaand aan een repetitie van Symfonie nr. 4 van Anton Bruckner werd het eerste exemplaar van de laatste editie van Informeel door Henk de Vlieger (hoofdredacteur sinds 1998) overhandigd aan chef-dirigent Jaap van Zweden. Met gemengde gevoelens werd afscheid genomen van dit dierbare kleinood.

 

 

 

Verder naar 2006    Terug naar het overzicht