Hans Vonk 1978-1979

 

Hans Vonk (1942-2004) studeerde piano aan het Muzieklyceum te Amsterdam en kreeg directieles van Jaap Spaanderman en Peter Erös. Als dirigent van het Radio Blazers Ensemble kwam Vonk in contact met het RFO, waar hij in 1971 debuteerde met de complete versie van De Vuurvogel van Stravinsky. Twee jaar later kreeg hij bij de NOS een aanstelling als dirigent in algemene dienst en in 1976 als vaste dirigent van het RFO naast Fournet. Tevens werd Vonk chef-dirigent bij de Nederlandse Opera, waarna een intensief samenwerkingsverband met het RFO ontstond. Mede daardoor heeft hij een speciale band met het orkest kunnen opbouwen.

 

Met ingang van 1 september 1978 werd Hans Vonk op voordracht van het orkest benoemd tot chef-dirigent van het RFO. Al spoedig raakte hij in conflict met de structuur van elkaar beconcurrerende omroepverenigingen. Hierover zei hij: Iedere minkukel had zijn eigen programma. Wééér de derde zee-symfonie van ene meneer Vermeulemans of zoiets. Hij stoorde zich aan de negen programmeurs van NOS, AVRO, VARA, KRO, NCRV, VPRO, TROS, EO en VERONICA, ieder met eigen concertseries in Amsterdam, Utrecht en Hilversum. In de Werkgroep Ernstige Muziek spraken zij wel over de verdeelsleutel van ensembles, maar niet met elkaar over de inhoud van hun programma’s. Zij planden autonoom, waardoor in het seizoenprogramma van het RFO de samenhang ontbrak. Vonk kreeg voor zijn gevoel in dit omroepbestel te weinig invloed op het beleid en legde na een jaar zijn functie van chef-dirigent alweer neer.

 

Kameraadschappelijk

Als gastdirigent heeft Hans Vonk evenwel gedurende ruim twee decennia een belangrijke bijdrage geleverd aan de groei van het orkest. Hij was een antiautoritaire dirigent met een natuurlijk overwicht. Zijn omgang met het RFO was kameraadschappelijk. Met het orkest dronk hij koffie in de kantine, hij speelde schaak met een bassist, pakte na het concert een Belgisch biertje met collega’s in café Welling en voetbalde soms in het team van de musici. Aan zijn autoriteit deed dit niets af. Hoewel sommien hem cynisch vonden, werd zijn humor door het orkest herkend en gewaardeerd. Zijn meest hilarische uitspraken werden opgetekend.

 

    Ik geef het op! ik krijg mijn slag niet gelijk met uw voet!

    Zes mollen, dus bijna iedere noot is lager dan u denkt!

    Als u de echte noten kent, moet u dit zeer sterk spelen.

    Ja, het is wel een grote triool, maar er zijn grenzen.

    Als u dan toch ongelijk wilt inzetten, mogen de bassen dan eerst?

 

Beste opera-orkest

Met muziek van Mozart, Bruckner, Tsjaikovski, Stravinsky en de Tweede Weense School voelde Vonk grote verwantschap. Hij voerde met het RFO een indrukwekkend aantal opera’s uit, zowel concertant voor de omroep als scenisch bij de Nederlandse Opera: Iolanthe (1975), Euryanthe (1976), Tsjerewitsjki (1976), Don Carlo (1977), Axel (De Leeuw/Van Vlijmen 1977), Don Giovanni (1978), Edgar (1978), Lulu (1978 en 1980), Tristan und Isolde (1979), Mazeppa (1980), Eugen Onegin (1979 en 1982), Fidelio (1981), Le Rossignol (1983), The Flood (Holland Festival 1992), Oedipus Rex (1996) en Peter Sellars-mixture Oedipus Rex / Psalmensymfonie (1998). Men sprak over het RFO als het beste opera-orkest van Nederland.

 

Na een interne strubbeling in 1982 laste Vonk een afkoelingsperiode in, maar aanvaardde in ’90 alsnog een benoeming tot vaste gastdirigent van het RFO. Dit leidde tot uitvoeringen in 1991 van Bruckners Symfonie nr. 6 in Utrecht en de Symfonie nr. 9 in Den Haag in combinatie met de symfonie Klagegesang van Hartmann. In januari ’94 dirigeerde hij in Amsterdam composities van Schönberg, Varèse en Takemitsu, in juni gevolgd door werken van Zimmermann, Stravinsky, Lutoslawski en Scriabin.

 

Warm gevoel

In 1995 vertelde Vonk in RFO-Informeel over zijn ervaringen: Toen ik bij het RFO begon was het een rotzooitje. Het duurde minuten voordat er gestemd kon worden, die wilde de ene A niet, en die wilde de andere A niet. Er heersten Italiaanse toestanden. ‘Zo worden jullie nooit een toporkest’, had Paavlo Berglund gezegd. Dat zal ik nooit vergeten. Nu is het RFO al jaren een toporkest, er is een generatiewisseling geweest. Ze zijn beter gaan spelen en zijn bereid om naar elkaar te luisteren. Er is een goede onderlinge sociale controle. Collegiaal is, als je zegt: jongens, we gaan er samen iets aan doen. Het RFO is het tweede orkest van Nederland, daar bestaat voor mij absoluut geen twijfel over. Ik vind dat ik het recht heb om dat te beoordelen. Het is een echt orkest, zij weten wat ze doen en zijn met elkaar verschrikkelijk bezig een stuk zo goed mogelijk te spelen. In andere interviews: Bij het RFO heb ik een warm gevoel. Hoe mensen met elkaar omgaan, een beetje speels en ontspannen, daar ben ik heel gevoelig voor. Voor zover een orkest van een dirigent kan houden, houdt het orkest van mij, dat geloof ik wel na al die jaren.

 

Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het RFO kreeg het in 1995 van het Concertgebouw en de NCRV een eigen serie aangeboden in Amsterdam, Einde van een Eeuw, bestaande uit 6 concerten per seizoen gedurende 5 jaar met composities uit de periode 1895-1899. Hans Vonk opende deze reeks met Sibelius en Grieg. De AVRO eerde het RFO met een concertserie in de Rotterdamse Doelen: ‘Grote dirigenten met het Radio Filharmonisch Orkest’, waarin Vonk werken dirigeerde van Zimmermann en Schubert. Wegens succes werd dit initiatief voortgezet in het seizoen 1997-1998 met de serie ‘Roaring Rotterdam’. Daarin presenteerde het RFO zich met Hans Vonk (2x), Jaap van Zweden en Edo de Waart. In 2000 dirigeerde Vonk tijdens een Matineeconcert de Nederlandse première van Archmusic for Saint Louis van Peter Schat. Zijn laatste optreden met het RFO vond plaats op 19 januari 2002 met een uitvoering van Bruckners Symfonie nr. 9. Ondanks een spierziekte, die hem steeds meer belemmerde in zijn bewegingen, aanvaardde Vonk in 2003 nog de functie van chef-dirigent van het Radio Symfonie Orkest. Ik kan niet zonder muziek, zei hij in een tv-interview. Hij overleed op 29 augustus 2004.

 

Hans Vonk heeft met het RFO slechts 1 grammofoonplaat opgenomen: in 1976 voor het label EMI het Vioolconcert van Sibelius en het Vioolconcert nr. 4 van Paganini met Emmy Verhey als soliste. In totaal dirigeerde hij bij het RFO in 31 jaar 233 producties.