Fréderick Franssen

Fréderick Franssen (c) Alexander van den Tol

 

 

‘Geef mij bergen en ik ben gelukkig’

Fréderick Franssen is derde hoornist in het Radio Filharmonisch Orkest. Mede op advies van een longarts ging hij hoorn spelen: hij was astmapatiënt. Als hij vijftien is, start hij een jongerenorkest. In 2002 studeert hij cum laude af. Hij houdt van natuur en muziek: “Ik hou van de verbeelding die muziek teweeg kan brengen. Je kunt momenten van betovering laten horen.”

 

Astma
Als kleine jongen is hij astmapatiënt en moet een à twee keer per week naar het ziekenhuis. Mede op advies van de longarts gaat hij fietsen en een blaasinstrument spelen. Bij de muziekvereniging in het dorp kiest hij een instrument: “Ik wilde hoorn spelen, dat leek me wel wat.” Hij wordt lid van de harmonie en krijgt hoornles. In het begin zijn ze met zeven hoornspelers. Dan blijft hij als enige over: “Ik werd in het diepe gegooid en moest alle solo’s spelen. Daar was ik niet op voorbereid, en dat maakte het wel heel eng.”

 

Jongerenorkest
“Het samenspelen met tien à vijftien mensen begint in de keuken, want het leek me leuk om met leeftijdsgenoten een orkest te beginnen.” Met deze vrienden begint hij een klein orkestje. Hij arrangeert de partijen; het is logisch dat hij de dirigent wordt. Hij is pas vijftien. “Ik was bloedfanatiek en heel serieus. Tijdens de wiskundelessen verveelde ik me en arrangeerde de stukken voor iedereen.” Hij doet iets, waar hij goed in is; een combinatie van lesgeven, coachen en muziek maken. Tot zijn achttiende is hij leider van het jongerenorkest. Hij doet er nog een tweede orkest bij. Tijdens zijn studie wordt hij ook dirigent van het studentenorkest.  

Gustav Mahler Jugendorchester
Op het conservatorium studeert hij hoorn bij Erich Penzel, een docent die belangrijk voor hem is en “heel nauwgezet en gewetensvol”. Franssen: “Hij was extreem kritisch; bij sommige leerlingen was hij daarom ook berucht, maar voor mij werkte het heel goed.” Tegenlijkertijd studeert hij orkestdirectie bij Jan Stulen. Op zijn twintigste doet hij auditie voor het Gustav Mahler Jugendorchester en wordt aangenomen. “Daar kwam voor mij alles bij elkaar. Ik ontmoette gelijkgestemden, musici met allerlei nationaliteiten. Iedereen was zeer gedreven. We musiceerden samen op een hoog niveau. Alles stond in dienst van het maken van mooie muziek.”

 

Repetitie met orkest
“Elke ochtend begin ik rond acht uur in een inspeelkamer te oefenen. Dat vind ik een prettig, rustig begin van de dag.” Om half tien begint de repetitie. Zo’n repetitie verloopt nooit op dezelfde manier. Bij sommige concerten heeft de hoorn een spannende partij. Dat is natuurlijk leuk, maar je bent als musicus wel kwetsbaar. “Juist tijdens de repetitie wil ik risico’s kunnen nemen, als oefening. Ik probeer dingen uit, het is balanceren tussen uitersten. Het is heel vervelend als een dirigent dat niet begrijpt, want ik moet wél die solo spelen. Het is fijn als een dirigent snapt hoe dat werkt.”

 

Natuur en muziek
“Ik haal veel inspiratie uit de natuur en ben graag in de bergen. Mijn vriendin en ik zijn een sportief stel. We fietsen samen veel in de Ardennen, en we klimmen. Zo liepen we een aantal jaar geleden de Mont Blanc-route in vier dagen. We overnachtten in tenten, stonden om 3u15 op en gingen om vier uur op pad. Lopen in die schemer in de bergen is een heel bijzondere ervaring. Dan heb je even het gevoel dat de rest er niet toe doet.
Bepaalde concerten met het orkest in de Matinee kunnen mij ook zo’n bijzondere ervaring geven. De Alpensymfonie van Richard Strauss is een stuk dat dat gevoel zelfs letterlijk verbeeldt. En de hoorn heeft ook een spannende partij in dat stuk. Verbeelding kun je mooi in muziek verpakken. Ik speel heel graag opera vanwege de extra dimensie die het genre toevoegt aan het kleurenpalet van het orkest. De opera’s van Wagner zijn hier ook voorbeelden van. Je kunt momenten van betovering laten zien of horen. Dat is adembenemend.”

 

Interview en tekst Annie Oude Avenhuis

 


Fréderick Franssen (1977) is derde/plaatsvervangend eerste hoornist in het Radio Filharmonisch Orkest. Hij studeerde hoorn bij Erich Penzel aan het Conservatorium voor Muziek in Maastricht waar hij in 2002 cum laude afstudeerde. 

Fréderick speelde eerder als stagiaire in het Hessisches Staatstheater Wiesbaden en bij het Rundfunk Sinfonie Orchester Berlin. Ook maakte hij deel uit van het Gustav Mahler Jugend Orchester waar hij speelde met dirigenten als Claudio Abbado, Seiji Osawa en Pierre Boulez. Fréderick heeft in vrijwel alle Nederlandse symfonieorkesten geremplaceerd.
Sinds 2000 is Fréderick in vaste dienst bij het Muziekcentrum van de Omroep, eerst bij het toenmalige Radio Symfonie Orkest en sinds 2005 bij het Radio Filharmonisch Orkest.

Behalve klassieke muziek speelt Fréderick graag af en toe jazz, lichte muziek en filmmuziek. Tijdens en na zijn studie leidde hij een tweetal jongeren- en studentenorkesten en had hij bijbanen als docent. Fréderick is graag sportief bezig en doet onder meer fanatiek aan wielrennen.