Willem van Otterloo 1962-1972

 

Willem van Otterloo (1907-1978) studeerde aanvankelijk medicijnen, maar speelde voornamelijk cello en saxofoon. In 1932 kreeg hij een aanstelling als cellist in het Utrechtsch Stedelijk Orchest, waar in 1934 ook zijn dirigentenloopbaan begon. Nationale bekendheid bereikte hij met het Residentie Orkest, dat hij van 1949 t/m ’73 als chef leidde. Ook was hij te gast bij het Concertgebouworkest. Dat Van Otterloo vaak met orkesten in Hilversum werkte, is minder bekend. Zijn eerste optreden met het Radio Phil dateert uit 1946, een directe uitzending met o.m. Moessorgski’s Schilderijen van een tentoonstelling. Als vaste gastdirigent verving hij in 1949 en ’50 regelmatig de wegens ziekte afwezige Van Raalte. Tussen 1952 en ’61 dirigeerde Van Otterloo grote projecten bij het RFO als Les Troyens in het Holland Festival 1952, concerten in Amsterdam en Den Haag, studioproducties met Die Entführung aus dem Serail en Le nozze di Figaro van Mozart, symfonieën van Beethoven, Brahms, Bruckner, Franck, Mahler en Berlioz. Van Otterloo, die zelf ook componeerde, voerde diverse werken uit van landgenoten als Alphons Diepenbrock, Willem Pijper, Guillaume Landré, Léon Orthel, Sem Dresden en Lex van Delden.

 

Kort en bondig

Een belangrijke periode in de ontwikkeling van het RFO brak aan met de aanstelling van twee chef-dirigenten. Nadat Jean Fournet in 1961 benoemd was voor vijf maanden per seizoen, kreeg Willem van Otterloo een jaar later een contract als coördinerend chef-dirigent voor 3 maanden per seizoen. Daarmee verkeerde het orkest in de bevoorrechte positie om lang achtereen geleid te worden door twee giganten. De overlappingen in beider programmakeuzes dwongen het RFO flexibel te reageren op hun afwijkende interpretaties. Ook de werkwijze verschilde. Fournet straalde rust en vertrouwen uit en herhaalde passages keer op keer, tot ze op het concert probleemloos verliepen. Hij eiste een professionele instelling van het orkest, met name wanneer er een minder geslaagd werk op de lessenaar stond. Repetities met Van Otterloo waren kort en bondig. Onzuiverheden bij de blazers wist hij feilloos te determineren en te corrigeren. Een foutje op de eerste dag werd nog geaccepteerd, zij het geïrriteerd, maar daarna genadeloos afgestraft. Van Otterloo was nerveus, ook tijdens de concerten. Solisten begeleiden was niet zijn sterkste kant. Beide dirigenten hanteerden de norm: goed is niet voldoende, het moet beter.

 

Van Otterloo ging met het orkest op tournee door West-Duitsland in 1964 en dirigeerde concerten in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Afgewisseld met studioproducties en directe uitzendingen, maakte hij ook speciaal voor televisie gecreëerde programma’s, o.m. met de Symphonie de psaumes, de Enigma-variaties en Les nuits d’été. Met het RFO voerde hij vele Franse topwerken uit, het bekende Europese standaardrepertoire en een groot aantal werken van Nederlandse componisten. Opvallende producties waren o.m. de Symfonie nr. 5 van Hartmann, Ein Heldenleben van Richard Strauss, Poème de l’extase van Alexander Scriabin en de Symfonie nr. 12 ‘Symfonische klankfiguren’ uit 1964 van Henk Badings in de VARA-matinee 1965. Rond de jaren 60 werd het VARA-complex aan de Heuvellaan uitgebreid met een aantal kleine studio’s, en op 3 mei 1969 openden Van Otterloo en het RFO met de klanken van Cavalcade van Robert Heppener de grote studio 1 met 400 zitplaatsen voor publiek. Aanvankelijk was deze nieuwbouw bestemd voor het RFO als vervanging van de verouderde en afgekeurde AVRO 9, maar in de praktijk moest de studio gedeeld worden met het Omroeporkest en het RKO.

 

Auto-ongeluk

Van Otterloo verlegde in 1973 zijn werkterrein voornamelijk naar Australië en was voor Hilversum minder beschikbaar. In de Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem dirigeerde hij het RFO en GOK in 1976 Beethovens Symfonie nr. 9 voor NOS-TV. Niek Nelissen voegde een dvd van deze uitvoering toe aan zijn biografie: Willem van Otterloo, een dirigentenleven. De laatste optredens van Willem van Otterloo met het RFO waren een studio-opname op 7 maart en een concert op 10 maart 1978 te Amsterdam. Een paar maanden later maakte een auto-ongeluk in Melbourne een einde aan zijn leven. Hij leidde het RFO tussen 1946 en ’78 in 299 producties.