RFO Geschiedenis 2014

Reinbert de Leeuw: Der nächtliche Wanderer

Op 8 september 2013 werd pianist en dirigent Reinbert de Leeuw 75 jaar. Ter gelegenheid van zijn verjaardag schreef hij voor het Radio Filharmonisch Orkest een zeer groot opgezet stuk, getiteld

Der nächtliche Wanderer, dat zijn wereldpremière beleefde in de NTR ZaterdagMatinee van 1 februari 2014, uiteraard onder zijn eigen leiding. Het was voor het eerst sinds 1973 dat De Leeuw zich weer aan een compositie voor orkest waagde. In een interview in Trouw omschreef de jubilaris zijn nieuwe werk als een in alle opzichten extreem stuk, complex van structuur en taal, maar ook wat betreft de bezetting, een werk dat alle grenzen van pretentie overschrijdt. In het nieuw opgerichte personeelsblad SOM-Times verklaarde hij enkele weken voor de première aan altvioliste Ewa Wagner: “Ik ben akkoord gegaan, mits ik het stuk met het RFO samen mocht spelen. De geestdrift van de orkestmusici creëert daar een prettige werksfeer. Geen wens, geen verandering is te veel, alles is mogelijk en dat is voor mij belangrijk. Als ik niet een band met het orkest zou hebben, dan zou ik misschien niet met mijn stuk doorgaan. Ik heb nog steeds twijfels, misschien daarom wil ik zo graag de perfecte omstandigheden tijdens het werk hebben. De muziek is fragiel. Vanaf het begin had ik het RFO als klankvoorstelling voor me, fijn dat het lukte.”

 

De titel van het werk is ontleend aan de romantische dichter Friedrich Hölderlin. Duitse literatuur uit de vroege negentiende eeuw vormt een obsessie voor De Leeuw en dat klonk door in zijn muziek. Roeland Hazendonk noteerde in zijn recensie in Het Parool: “Voortspokend in afwisselend ijle vervliegende klanken en heftige erupties, krijgt de gruwelijke lading van Hölderlins tekst – op tweederde van het stuk in een voordracht op band te horen – een niet mis te verstane betekenis”. In Trouw oordeelde Peter van de Lint dat het Radio Filharmonisch zich als uiterst sfeervol en virtuoos bewees. Hij besluit zijn recensie met: “De Leeuw heeft in de herfst van zijn leven zijn eigen Symphonie fantastique geschreven, met een ongekend oor voor opbouw en klankkleur. Het voelt prettig onaangenaam aan. En als de hond aan het slot weer begint te blaffen, dan is dat allang niet meer zonder onraad.”

 

 

Voor de pauze dirigeerde De Leeuw Monumentum pro Gesualdo van Igor Stravinsky en een andere wereldpremière: Raving van Willem Boogman. Ook zeer de moeite waard, aldus Merlijn Kerkhof in de NRC.

 

 

 

Afscheid van De Rode Doos en feestelijke opening TivoliVredenburg

Op 6 juni 2014 klonk voor het laatst klassieke muziek in Vredenburg Leidsche Rijn, beter bekend geraakt als De Rode Doos. Deze wat naargeestige hal, grenzend aan de snelweg A2 had in Utrecht zeven jaar dienst gedaan als alternatieve concertvoorziening tijdens de verbouwing van Muziekcentrum Vredenburg, die veel meer tijd in beslag nam dan aanvankelijk gepland. Op deze laatste avond stonden RFO en GOK onder leiding van Antony Hermus, in een programma gebaseerd op afscheid, leven en dood. Uitgevoerd werden Cantus in memory of Benjamin Britten van Arvo Pärt, Elegischer Gesang van Ludwig van Beethoven en Tod und Verklärung van Richard Strauss. Centraal daartussen klonk de wereldpremière van Requiem Songs van Wim Laman, een werk dat door de componist werd getypeerd als 'een mis voor de levenden'. Latijnse requiemteksten worden hierin afgewisseld met beschouwingen van Novalis, Petrarca en Dylan Thomas. NRC-recensent Kasper Jansen betoonde zich met name over de uitvoering niet erg enthousiast en noemde het een afscheid zonder veel emotie.

 

 

Twee weken later, op 21 juni vond de feestelijke opening plaats van TivoliVredenburg, zoals het nieuwe muziekpaleis in het hart van Utrecht voortaan zou heten. De dubbelnaam was het gevolg van de samenvoeging van twee uiteenlopende podia: Tivoli, het jazz- en popcentrum, met het verbouwde Muziekcentrum Vredenburg. Van 19:00 u. 's avonds tot 05:00 u. 's nachts waren er verspreid over de vijf zalen meer dan 40 optredens te beluisteren, variërend van Janine Jansen, The Opposites, Arthur & Lucas Jussen, 2ManyDjs tot The Kyteman Orchestra en de Nacht van de Poëzie.

 

 

De avond begon met een concert van 'huisorkest': het RFO onder leiding van vaste gastdirigent James Gaffigan. Aan de uit de jaren '70 stammende Grote Zaal van architect Herman Herzberger was weinig veranderd. Dit openingsconcert moest aantonen dat de akoestiek nog net zo helder was als voorheen. Op het programma stond dan ook een kleurrijke compositie met grote dynamische contrasten: de Vijfde Symfonie van Serge Prokofiev. Later op de avond improviseerden de musici van het RFO met het hiphoporkest van Kyteman. Want, zoals columnist Vincent Bijlo in het Algemeen Dagblad verwoordde, is TivoliVredenburg een muziektempel die vooroordelen gaat slechten: “dit gebouw gaat mensen met elkaar verbinden!” De officiële openingshandeling werd op 3 juli verricht door koning Willem-Alexander met een tamtamslag. Daarna speelde het RFO Stravinsky's Suite uit De Vuurvogel.

 

Het RFO op Lowlands Festival

Tussen 'headliners' als Disclosure, Stromae, Queens of the Stone Age, The National en Portishead was het RFO een van de 'bands' die hun opwachting maakten tijdens de 22e editie van het Lowlands Festival in Biddinghuizen. Het muziekfestival vond plaats van 15 tot 17 augustus en het RFO, net terug van vakantie, trad aan op de derde dag. Onder leiding van Antony Hermus speelde het eerst de Boléro van Maurice Ravel, waarin de veertienjarige Dave de beruchte partij voor kleine trom voor zijn rekening nam. Vervolgens werden Danzas del Ballet Estancia van Alberto Ginastera en de Symfonische Dansen uit West Side Story van Leonard Bernstein uitgevoerd. Het optreden werd uitgezonden door VPRO televisie en gepresenteerd door Tijl Beckand, die het wel leuk leek om uit te leggen dat het orkest Radio Filharmonisch heet, omdat de musici te sexy zijn voor tv en dat slagwerkster Esther Doornink eigenlijk de kantinejuffrouw is. Dat u het maar weet...

 

 

 

Een Haitink-tentoonstelling in het MCO

Na een afwezigheid van 15 jaar werd in Hilversum bij de start van het seizoen 2014 – 2015 reikhalzend uitgekeken naar de komst van Bernard Haitink, Neerlands meest gelauwerde dirigent, die besloten had zijn 60-jarig dirigentenjubileum te vieren bij het orkest, dat hem in 1954 bij zijn eerste wankele schreden op weg geholpen had naar een indrukwekkende carrière. Veel bekende gezichten ontwaarde hij niet meer. Musici waarmee hij in zijn prille omroepjaren had gewerkt, waren inmiddels met pensioen. Collega’s die onder zijn leiding nog in 1999 La damnation de Faust van Berlioz uitvoerden, waren door fusies vrijwel wegbezuinigd.

 

Ter illustratie van dit verleden had het Historisch Genootschap RFO in de hal van het MCO een kleine tentoonstelling ingericht. Tijdens de pauze van de eerste repetitie op 2 september bekeek de inmiddels 85-jarige maestro zichtbaar geëmotioneerd een foto van het RFO uit 1956 en filmfragmenten, waarin reeds lang overleden RFO-collega’s spraken over hun ‘Haitink-periode’. In een interview met hem, dat altvioliste Ewa Maria Wagner in SOMTimes nr. 3 publiceerde, zei Haitink: “Er is veel gebeurd in zestig jaar tijd. Het orkest blijft voor mij altijd bijzonder, maar de musici die er nu zitten .... tja, ik ken niemand. Als ik RFO zeg, denk ik aan mensen als Elie Meyer - 2e violist, Jo Juda - concertmeester, fluitist Adriaan Bonsel, of Wil Strieder, de solo-cellist. Ik kan mij nog zo goed Harry Sevenstern, de 1e trompettist, herinneren. En bassist Jaap Grundeler, die nooit een blad voor de mond nam wat mijn dirigeerkunsten betrof. Waar zijn ze allemaal? Die foto’s en filmpjes in de foyer, mooi...! Tijdens de repetitie vandaag keek ik naar harpiste Ellen Versney. Zij is de dochter van Kees, de hoornist die ik weer helemaal voor de geest heb. [...] Ik kan niet ontkennen, dat het RFO uit de tijden van Albert van Raalte en vervolgens uit mijn tijd een totaal ander orkest was dan nu. Het orkest is nu professioneler. Ik ben het er niet mee eens wat er met de omroepensembles is gebeurd, een ‘flagrante schanddaad'. Helaas heb ik geen invloed op politieke beslissingen. Maar ik hoor bij de omroepfamilie. Alles is voor mij hier begonnen, de mensen hier hebben in mij geloofd. Nu wil ik graag iets teruggeven. Het is mijn innerlijke behoefte beschermheer van het RFO te zijn. Mede daarom vind ik het passend mijn 60-jarig dirigentenjubileum met het RFO te vieren.”

 

 

Bernard Haitink viert zijn jubileum bij het RFO

“Onder grote publieke bijval vierde Bernard Haitink (85) in het Concertgebouw zaterdag de 6e september zijn 60-jarig dirigentenjubileum bij het Radio Filharmonisch Orkest, waarvan hij ook de beschermheer is. Hij begon er in 1953 als violist en was vanaf 1957 chef-dirigent, het begin van een wereldcarrière. Tijdens de Hilversumse dirigentencursus (NRU) in 1954 maakte hij zijn debuut in Vorspiel und Liebestod uit Wagners Tristan und Isolde. Daarmee begon ook dit concert, de opening van het 54ste seizoen van de NTR ZaterdagMatinee.” Aldus Kasper Jansen in zijn recensie in de NRC van het concert. “Met zijn verfijnde en bezielende gebaar bracht de jubilaris de spanningsbogen tot extatische crescendi. Volkomen transparant, met de juiste tempi en de vertrouwde Haitink-klank, was het een exemplarisch staaltje van meesterschap. [...] In de Vierde symfonie van Mahler was bij het voortreffelijk spelende Radio Filharmonisch Orkest alles gedoseerd: zwierige elegantie, dramatisch reliëf, expressieve blazers, duistere passages en een stralend lichtende hemel.”

 

In Het Parool noteerde Erik Voermans: ”Het eerste stuk dat Haitink met een echt orkest dirigeerde was Wagners Vorspiel-Liebestod uit Tristan und Isolde. Hoe dat in 1954 heeft geklonken, weet bijna niemand meer. Hoe datzelfde stuk zaterdag – zestig jaar later – klonk, zullen de tweeduizend aanwezigen nooit meer vergeten. Vanaf de eerste tastende harmonieën, waarin de zwaartekrachtwerking van de tonaliteit tijdelijk wordt opgeheven, tot aan de slotmaten, waarin de tonaliteit met een lichtgevend B-groot op een diep ontroerende manier wordt bevestigd, werden de leden van het RFO door Haitink betoverd. Ze stegen boven zichzelf uit.”

 

Biëlla Luttmer memoreerde in de Volkskrant: “Zestig jaar geleden stond Bernard Haitink voor het eerst voor het Radio Filharmonisch Orkest. Daarna zwaaiden de poorten open voor de grootste dirigentencarrière ooit in Nederland: via het Concertgebouworkest ging het naar Londen, Berlijn, Boston en Chicago. Mooi dat Haitink voor zijn jubileumconcert uit al die wereldnamen het RFO heeft gekozen.”

 

Op de Engelse internetsite Bachtrack schreef David Pinedo o.m.: “Haitink opened with Wagner’s Prelude and Liebestod from Tristan und Isolde. With his subtle indications, Haitink produced – seemingly without effort – the overwhelming beauty in Wagner’s melodrama, allowing the melody to undulate between sections with minimal push or pull. It was a fitting opening in which Haitink demonstrated both the muscular and the sensitive qualities of this orchestra”.

 

 

The Rise of Spinoza met succes ontvangen

Op zaterdag 11 oktober 2014 vond in het Amsterdamse Concertgebouw de wereldpremière plaats van de opera The Rise of Spinoza, gecomponeerd door Theo Loevendie in opdracht van de NTR ZaterdagMatinee. De uitvoerenden waren: het RFO, GOK, Vlaams Radio Koor, Tim Mead (countertenor), Katrien Baerts (sopraan), Marcel Reijans (tenor), Huub Claessens (bas-bariton), Erik Bosgraaf (blokfluit), 8 leden uit het GOK (marktkooplieden), het geheel onder leiding van Markus Stenz.

 

De agnost Loevendie (foto) schreef ook het libretto en beperkte zich tot het jaar 1656, waarin een ingrijpende gebeurtenis plaatsvond in het leven van de filosoof. Een smeulend conflict over geloofskwesties tussen de 23-jarige Baruch Spinoza en de Raad van Ouderen van de Amsterdamse Synagoge, escaleert in de derde scène tot zijn verbanning uit de joodse gemeenschap. Loevendie wou echter voorkomen dat de door hem bewonderde vrijdenker in zijn opera zou afgaan als een zielepoot en liet de stemming onder het volk geleidelijk omslaan in bewondering voor de jongeman. Als Spinoza in de vierde scène Amsterdam per trekschuit verlaat, zwaait het volk hem uit. De wrok jegens Spinoza was volgens Loevendie voornamelijk afkomstig van de leiding van de joodse gemeenschap.

 

Het Matineepubliek beloonde de 84-jarige componist en de uitvoerenden met een ovationeel applaus. Ook in de pers verschenen lovende recensies. Biëlla Luttmer schreef in de Volkskrant: “Geen liefde op leven en dood – de kracht van The Rise of Spinoza zit dieper: in het orkest, dat met tamboerijnen en ratels theater maakt van een weinig theatraal verhaal”. In de NRC noemde Kasper Jansen de opera een hoogtepunt uit het oeuvre van Loevendie. Erik Voermans kraakte in Het Parool enkele kritische noten: “Melodisch is de opera niet altijd even sterk en harmonisch zit het allemaal nogal dicht, maar er zijn beslist fraaie momenten”.

 

 

Nationale Herdenking MH17

Op maandag 10 november 2014 werkten het Radio Filharmonisch Orkest, het Groot Omroepkoor, het Nationaal Kinderkoor en diverse artiesten mee aan de Nationale Herdenking MH17. De ensembles stonden onder leiding van Markus Stenz. De herdenking van de ramp met vlucht MH17 in Oost-Oekraïne, waarbij op 17 juli 298 mensen omkwamen, was samen met de nabestaanden georganiseerd en vormgegeven. De bijeenkomst in de Amsterdamse RAI werd bijgewoond door ruim zestienhonderd familieleden van de slachtoffers. Onder de aanwezigen bevonden zich ook koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Beatrix. Geborgenheid en verbinding waren de thema's van deze ceremonie, waarin de namen van alle slachtoffers werden uitgesproken. Drie nabestaanden voerden persoonlijk het woord en namens de regering sprak premier Mark Rutte. De muzikale omlijsting bestond onder meer uit een stemmig fragment uit Bernard Zweers’ Derde symfonie ‘Aan mijn vaderland’ en het Pie Jesu uit het Requiem van Andrew Lloyd Webber, met als soliste Maartje Rammeloo. Het Wilhelmus werd uitgevoerd in een zetting van Dr. C.L. Walther Boer voor koor en orkest. Verder waren er muzikale bijdragen van Marco Borsato, Douwe Bob, Lenette van Dongen en Glennis Grace. De NOS zond de herdenking rechtstreeks op televisie uit.

 

Eerder op de dag werd de vliegramp ook herdacht in de Beurs van Amsterdam. De slagwerkers van het RFO speelden daar preluderend op de gongslag een korte contemplatieve compositie van Vincent Cox.

 

 

Start serie Pieces of Tomorrow

Bijna alle Nederlandse orkesten hielden zich sinds de buitenproportionele kortingen op het cultuurbudget van het kabinet Rutte I bezig met de vraag hoe ze een nieuw, jong concertpubliek aan zich konden binden. Vaak werd hiervoor aansluiting gezocht bij andere muziekgenres en werden populaire artiesten als publiekstrekkers aangetrokken.

 

Toen in Utrecht Tivoli en Vredenburg werden samengevoegd, ontmoetten de werelden van pop en klassiek elkaar onder één dak. Muziek is hun beider taal, maar de vorm waarin dat plaatsvindt is zeer verschillend. Met de opzet om de 'klassieke' grenzen te verleggen en drempels voor het klassieke concert zo laag mogelijk te maken bedachten de programmeurs van TivoliVredenburg een nieuw concept: de concertserie Pieces of Tomorrow. Het Radio Filharmonisch Orkest speelt hierin op donderdagavond een of meerdere werken van het concert op vrijdag (vandaar: tomorrow) in een iets aangepaste vorm. De muziek zelf heeft geen aanpassing nodig en klinkt zoals het door de componist bedoeld is. Alles daaromheen is echter anders dan gebruikelijk. Het begint al bij de toegangsprijs: een kaartje kost twaalf euro! Er is geen dresscode, ook het orkest speelt in vrijetijdskleding. De aanvangstijd is wat later dan gebruikelijk: 21:00 uur. Er is geen pauze. Er zijn geen vaste zitplaatsen, er staan zelfs sofa's op de vloer voor het orkest en het biertje mag mee naar binnen. De musici introduceren kort wat ze gaan spelen. Dj St.Paul van studentendansavond Pop-o-Matic is host en 'visuals' ondersteunen de muziek.

 

 

De serie ging op donderdag 27 november 2014 van start met de onverkorte Zevende Symfonie van Anton Bruckner, gedirigeerd door Markus Stenz. Ewa Wagner deed hiervan verslag op de website 8weekly.nl : 

" [...] Vlak voor het laatste deel worden mensen uit het publiek uitgenodigd om plaats te nemen tussen de orkestmusici op het podium. De vitale klankervaring van het voltallige orkest is hip en overweldigend [...]"  

 

Slaagde de opzet om jong publiek aan te trekken? Joris Belgers schreef in Trouw: “Ja, klassiek wint vanavond zieltjes. Tijdens het concert dringt door dat een symfonieorkest in zo'n prachtzaal inderdaad warmer klinkt dan op Spotify. Een biertje bij Bruckner? Na het eerste lege glas haalt niemand het in zijn hoofd om door de klapdeuren richting bar te gaan. Deze schoonheid vraagt eerbied. En krijgt het. Is dat stijfheid?”

 

Op 18 december werd de serie vervolgd met de Zevende Symfonie van Ludwig van Beethoven en later in het seizoen met onder andere de Tweede Symfonie van Jean Sibelius en de Vierde Symfonie van Serge Prokofiev. De laatste onder leiding van vaste gastdirigent James Gaffigan, die na afloop verklaarde: "If every concert were like Pieces of Tomorrow, I'd be the happiest conductor alive."

 

 

Oeuvreprijs Edison Klassiek 2014

De Oeuvreprijs Klassiek 2014 werd door de Edison Stichting toegekend aan het Radio Filharmonisch Orkest. De prijs is een erkenning voor het enorme oeuvre en de buitengewone verdiensten van het orkest voor de Nederlandse muziek. Op zaterdag 29 november 2014 werd de Edison uitgereikt tijdens het slotconcert van de Buma Classical Convention in TivoliVredenburg in Utrecht. Voor dit concert waren met recht ook alle oud-leden van het RFO uitgenodigd.

 

Vanuit het orkest zelf kwam het initiatief om een vernieuwende concertformule op deze avond los te laten: de Edison Philharmonic Jukebox. Hierin mocht het publiek bepalen wat er gespeeld werd. Acteur Frank Lammers en pianist Gregor Bak, die de avond presenteerden, legden het publiek steeds de keuze voor tussen twee populaire stukken uit het klassieke orkestrepertoire en met behulp van prominent opgehangen applausmeters werd vastgesteld welk van de twee de voorkeur genoot. De uitverkoren werken werden vervolgens gedirigeerd door chef-dirigent Markus Stenz, die aan het slot van de avond ook de Edison in ontvangst mocht nemen uit handen van Utrechts burgemeester Jan van Zanen. De NTR televisie zond het evenement een dag later uit in het programma NTR Podium.