RFO Geschiedenis 2012

Bijzondere primeur van Marijn Simons

Op 27 januari 2012 maakte de jonge Nederlandse dirigent Antony Hermus een succesvol debuut bij het RFO in de serie AVRO Klassiek in Vredenburg Leidsche Rijn te Utrecht. Het veelzijdige programma vermeldde onder meer Alborada del gracioso van Maurice Ravel, Two Sketches van Charles Ives en het Divertimento van Leonard Bernstein. Als contrast stond hier een minder luchtig werk tegenover: de Symfonie nr. 4 'Ode to a Nightingale' van Marijn Simons (foto). De solistische bijdrage in deze symfonie werd geleverd door bariton Henk Neven. Het ging om de wereldpremière van deze compositie, die Simons had opgedragen aan het RFO naar aanleiding van de drastische bezuinigingen die aan het Muziekcentrum van de Omroep waren opgelegd. Deze opdracht was in de eerste plaats bedoeld als een aanklacht tegen de omgang van de Nederlandse overheid met de kunsten en het Muziekcentrum van de Omroep in het bijzonder.

“In de eerste twee delen en in het laatste deel heb ik gedichten van de romantische Engelse dichter John Keats gebruikt”, lichtte Simons toe. “De titel van het tweede deel, When I have fears that I may cease to be, heeft een directe link met de huidige situatie van het MCO. In dit deel klinken de angstige gevolgen door wanneer musici door bezuinigingen hun baan verliezen.” Het is het eerste werk waarin het lot van het MCO in muziek is vormgegeven.

 

Nederlandse première van opera van Hans Werner Henze door Markus Stenz

Aangezien Markus Stenz bekend staat als specialist in het oeuvre van Hans Werner Henze, werd met grote belangstelling uitgekeken naar de uitvoering van diens opera L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe door het RFO onder leiding van zijn toekomstige chef-dirigent. Stenz had al in 2003 met de Wiener Philharmoniker en de Konzertvereinigung Wiener Staatsoper de geënsceneerde wereldpremière geleid in de Salzburger Festspiele, dat eveneens de compositie-opdracht had verleend. Op 17 maart 2012 vond in het Amsterdamse Concertgebouw de Nederlandse première plaats in de NTR ZaterdagMatinee.

L’Upupa draagt de ondertitel 'Ein deutsches Lustspiel in 2 Akten' en is de twaalfde en voorlaatste opera van de nestor van de Duitse muziek. De componist schreef zelf het libretto, gebaseerd op een Arabisch sprookje. Het verhaal gaat over een vader die zijn drie zonen erop uit stuurt om de Upupa, een prachtige vrouwtjeshop die hij ooit in handen had, te zoeken. De goede zoon bindt de strijd aan met allerlei beproevingen én met zijn twee slechte broers. Deze opera kan in veel opzichten worden beschouwd als een eenentwintigste-eeuwse Zauberflöte, vol sprookjesachtige metaforen en vogelgeluiden, waarin Henze zijn humanistische boodschap van liefde en vergevingsgezindheid verklankt in humoristische en ontroerende melodieën. Onder de vocale solisten bevonden zich sopraan Edith Haller, tenor John Mark Ainsley, bas-bariton Wolfgang Schöne en mezzosopraan Annette Schönmüller, die op het laatste moment de door ziekte gevelde Katharine Goeldner verving. Verder werd medewerking verleend door enkele leden van het Groot Omroepkoor. 

 

Frederike Berntsen schreef op 19 maart 2012 in Trouw: “Markus Stenz gidste zijn toekomstige gezelschap (plus het Groot Omroepkoor, gereduceerd tot acht mannen) lenig door de kleurenwaaier van Henzes effectieve sfeermuziek – Sprechgesang en Chinees slagwerk incluis. Het orkest kon lekker stekelig voor de dag komen, maar ook fijn dolce.”

 

Glanzende première van Wagemans’ Deep Blue Ocean

Het RFO speelde in het kader van de NTR ZaterdagMatinee onder leiding van Ed Spanjaard op 14 april 2012 in het Concertgebouw te Amsterdam het volgende programma:

    Franz Schreker - Vorspiel zu einer großen Oper
    Peter-Jan Wagemans – Deep Blue Ocean
    Johannes Brahms – Concert voor piano en orkest no. 2 (solist Jorge Luis Prats)

Wagemans’ twintig minuten durende orkestwerk was in opdracht van de NTR ZaterdagMatinee geschreven voor het RFO en beleefde hier zijn wereldpremière. Het RFO was al in voorgaande jaren vertrouwd geraakt met het idioom van Wagemans door uitvoeringen van onder andere zijn complexe orkestwerk De Zevende Symfonie en de opera Legende.

Roeland Hazendonk oordeelde in Het Parool: “Wagemans kan geweldig voor grote orkestbezettingen schrijven en het als een mozaïek van contrasterende blokken muziek opgezette Deep Blue Ocean is een snel verschietende caleidoscoop van kleuren en vormen die heel meeslepend uitpakt. Spanjaard en het Radio Filharmonisch Orkest zetten het allemaal messcherp en gedreven neer en lieten de opmerkelijke kleuren die onderdeel zijn van Wagemans' palet geraffineerd uitkomen.” 

 

In de Volkskrant van 16 april maakte recensent Guido van Oorschot melding van het feit dat Spanjaard zich halverwege het werk van Schreker versloeg en moest aftikken: “Het Radio Filharmonisch Orkest zette een maat of wat eerder opnieuw in, wat als voordeel had dat een oriëntaalse saxofoonsolo z’n kieteling twee keer mocht voltrekken.” Na een kort betoog dat zoiets zelfs de grootste dirigenten kan overkomen vervolgde hij: “Dat Ed Spanjaard zijn metier beheerst, zal Peter-Jan Wagemans onmiddellijk beamen. De componist kreeg een glanzende eerste uitvoering voorgeschoteld van zijn orkestwerk Deep Blue Ocean, geschreven in opdracht van de ZaterdagMatinee. Zo’n titel nodigt uit tot associatief luisteren. Een stijgend chromatisch motief doet al gauw denken aan de luchtbelletjes die warrelen rond het hoofd van een diepzeeduiker. En frappant was de samengebalde energie die aan de oppervlakte kwam met een orkestraal ‘blub’. Aan brille ontbreekt het in Deep Blue Ocean niet. Wagemans strooit met melodische confetti en blaast de ritmes vol leven. De heldere ideeën zijn goed geïnstrumenteerd.”

 

CD Der Sturm wint ICMA 2012 in categorie Opera

De live-opname van de opera Der Sturm van Frank Martin in de NTR ZaterdagMatinee van 11 oktober 2008 en in 2011 uitgebracht op cd door het label Hyperion, is onderscheiden met een International Classical Music Award 2012 in de categorie opera. Der Sturm, naar Shakespeares The Tempest, werd destijds uitgevoerd door het RFO en het Groot Omroepkoor onder leiding van de Zwitserse dirigent Thierry Fischer (foto). Solisten waren onder meer: Robert Holl (Prospero), Christine Buffle (Miranda) en Simon O’Neill (Ferdinand).

De jury van de ICMA, bestaande uit critici van klassieke-muziektijdschriften, radiostations en -websites, onderbouwde haar besluit met de volgende beoordeling: “Together with an outstanding cast, Thierry Fischer gives the Martin Opera ‘Der Sturm’ a truly masterful interpretation, turning this premiere recording into a major musical event. The Netherlands Radio Orchestra is at its best, playing with genuine expressive fantasy.” De prijs werd uitgereikt op 15 mei 2012 tijdens een gala-avond van het Orchestre National des Pays de la Loire in Nantes, Frankrijk. Het evenement werd uitgezonden op France Musique en talloze andere klassieke-muziekstations via de European Broadcasting Union.

 

Een Edison Klassiek 2012 voor Parsifal

Op 23 mei 2012 viel wederom een uitvoering van het RFO en het GOK in de prijzen. Wagners Parsifal, uitgevoerd door het RFO, Groot Omroepkoor, Staatskoor Latvija en vocale solisten onder leiding van Jaap van Zweden, werd door de jury van Edison Klassiek 2012 aangewezen als winnaar in de categorie Opera. De opname, uitgebracht door Challenge Classics (CC72519 4 sacd + bonus dvd), is een live-registratie van de NTR ZaterdagMatinee op 11 december 2010 in het Concertgebouw te Amsterdam.

De jury bestond uit Stef Collignon (voorzitter), Henk Smit, Tonko Dop, Jochem Valkenburg, Mischa Spel en Roland Kieft. Op basis van kwaliteit en artistieke waarde had de jury uit 163 voordrachten een lijst van drie genomineerden per categorie samengesteld. Uit deze genomineerden werden op 23 mei 2012 de winnaars gekozen. Het juryrapport prijst Jaap van Zweden aldus: “Hij toont zich in staat de ruim vier uur durende opera op natuurlijke wijze te ontvouwen en vermijdt daarbij behendig de valkuilen logheid en drammerigheid. In plaats daarvan verrast Van Zweden met de eenvoud en puurheid van zijn musiceren, de zuivere naïviteit van Parsifal indachtig.”

De uitreiking van vond plaats op 15 juni 2012 in het Scheveningse Kurhaus tijdens het Edison Klassiek Gala, dat rechtstreeks werd uitgezonden door de AVRO op Nederland 2. De uitzending werd geopend door de koperblazers van het RFO onder leiding van assistent-dirigent Gijs Leenaars met een verkorte versie van de Fanfare pour précéder La Peri van Paul Dukas. Tijdens de prijsuitreiking betitelde gastheer en presentator Tijl Beckand de opera Parsifal als “zware kost”, die in de gelauwerde uitvoering van Jaap van Zweden echter een stuk lichter verteerbaar bleek. Volgens Van Zweden, die de prijs in ontvangst nam, kwam dat doordat orkest en solisten juist het doorschijnende karakter van dit werk, “het licht waaruit alles voorkomt”, alle ruimte hadden gegeven. Hij benadrukte dat het een traditie is waarin hij met het orkest is gegroeid, een traditie die hij hoopt voort te zetten. Aangenaam verrast en verguld luisterde hij vervolgens aan de zijkant van het podium hoe zeventien blazers van zijn RFO een plechtige introductie speelden van enkele belangrijke thema’s uit Parsifal, speciaal voor deze gelegenheid bewerkt door Henk de Vlieger.

 

Het universum van Hartmann in de NTR ZaterdagMatinee

'Het universum van Hartmann'. Onder deze titel presenteerde de NTR ZaterdagMatinee in het seizoen 2012/13 een deelserie, gewijd aan de Duitse componist Karl Amadeus Hartmann (1905-1963). De serie ging van start op 22 september 2012 met een uitvoering van zijn Symfonie nr. 3 door het RFO onder leiding van zijn vaste gastdirigent James Gaffigan. Verschillende andere dirigenten, waaronder de nieuwe chef-dirigent Markus Stenz, waren aangetrokken voor de symfonieën nr. 1, 2, 6, 7 en 8 en Hartmanns enige opera, die in de loop van het seizoen bij het RFO zouden volgen. De kleiner bezette Symfonie nr. 5 was toebedeeld aan de Radio Kamer Filharmonie en de Symfonie nr. 4 (voor strijkorkest) aan het Ensemble Resonanz. Van de opnames zou te zijner tijd een cd-box verschijnen.

Toen in 1933 de nazi’s in Duitsland de macht overnamen, had Hartmann zich inmiddels ontwikkeld in de richting van Hindemith, Stravinsky en Bartók. De politieke gebeurtenissen brachten echter een ommekeer in zijn leven. Hij vernietigde een deel van zijn werk en schreef nieuwe composities, die een combinatie zijn van zwaarmoedigheid en onbesuisde vitaliteit. Anders dan zijn broer Richard, besloot de felle anti-nazi Karl Amadeus niet te emigreren. Hij ging bewust ondergronds, om pas in 1945 zijn cocon van ‘innere Emigration’ te verlaten. Gedurende de oorlogsjaren ondervond Hartmann veel steun van zijn vriend, de dirigent Hermann Scherchen, die in het buitenland veel van zijn werken opvoerde. Na de oorlog haakte Hartmann niet aan bij nieuwe ontwikkelingen van Messiaen en Boulez, hij ging zijn eigen weg. In feite vormt Hartmann een schakel tussen Mahler, Bruckner en Hans Werner Henze. Kees Vlaardingerbroek, artistiek leider van de ZaterdagMatinee, schrijft in de seizoensbrochure: “Niet alleen in esthetische, ook in ethische zin dwingt Hartmanns oeuvre het hoogste respect af. Hartmann heeft zich vanaf het begin tegen Hitler en de nationaal-socialisten verzet. In zijn oeuvre gaf hij uiting aan zijn solidariteit met de slachtoffers. Maar tegelijkertijd stelde hij zich ten doel muziek te componeren die zijn persoonlijke trauma’s of de onmenselijke misdaden uit de Tweede Wereldoorlog ontsteeg. De eerste zes symfonieën gaan terug op composities uit de jaren 1933-1945. Het zijn echter – vaak ingrijpende – bewerkingen. Hartmann wilde namelijk verder kijken dan de actualiteit, of beter gezegd: kunst moest de actualiteit een hoger, universeel karakter geven. En het is zeker niet alleen somberheid troef: zijn muziek spreekt weliswaar vaak van grote hartstochten en diep medelijden, maar biedt ook vele lichtere, zelfs vrolijke episodes, en momenten van geestelijke berusting of verlichting.”

 

Internationale waardering voor Sjostakovitsj-cd met Wigglesworth

Klassik heute, de Duitse website met klassieke-muziekrecensies, heeft op 1 augustus 2012 de Sjostakovitsj-cd met de symfonieën no. 1, 2 en 3 van het RFO o.l.v. Mark Wigglesworth (BIS-SACD-1603), onderscheiden met de hoogste waardering. Zowel de artistieke kwaliteit, de klankkwaliteit als de totaalindruk kregen het cijfer 10. De afgelopen zeven jaar werkte Mark Wigglesworth voor het label BIS met het RFO en het BBC National Orchestra of Wales aan zijn Sjostakovitsj-project. De betreffende opnames met het RFO met medewerking van het Groot Omroepkoor stammen uit 2010. Rasmus van Rijn schreef hierover in Klassik heute: “Inzwischen ist die Gesamtaufnahme fast komplett, und ich gebe gern zu, dass mich das, was die Niederländische Radio-Philharmonie samt ihrem Chor auf der gegenwärtigen, mit mehr als 81 Minuten obendrein spektakulär gefüllten CD präsentiert, in die glückliche Lage versetzt, die drei höchsten Bewertungen zu vergeben.”

BBC Music Magazine verleende deze cd in oktober 2012 voor de uitvoering en opname vijf sterren met de volgende argumentatie: “I don’t recall being gripped quite as much by this work as in the present recording by Mark Wigglesworth and his Netherlands forces. Their relish in the Symphony’s vibrant kaleidoscope of characters and colours, all caught in a fine recording, hold your attention. […] Wigglesworth and his musicians are alive to every inflection: for a good idea of the performance’s qualities try the first movement, from the comically sinister Wozzeck-like theme which first sidles onto stage, to the suave secondary flute theme […] Be warned that the dynamic contrasts are fairly extreme, so if you turn up the volume to hear the Second Symphony’s almost inaudible opening you will be faitly blasted by its final peroration.”

 

Een nieuw cd-project: de symfonieën van Prokofiev

Na de complete symfonieën van Mahler (de Waart), de orkestwerken van Rachmaninov (de Waart), de symfonieën van Sjostakovitsj (Wigglesworth) en de symfonieën van Bruckner (van Zweden) begon het RFO in 2012 aan een volgend langlopend cd-project: de zeven symfonieën van Sergei Prokofiev onder leiding van vaste gastdirigent James Gaffigan. Het project strekt zich uit over meerdere seizoenen, waarin de opnames plaatsvinden in de weken waarin de symfonieën ook worden uitgevoerd in de concertseries. 

 

Als eerste was de Symfonie nr. 7, opus 131 aan de beurt, Prokofievs laatste symfonie, voltooid in 1952, een jaar voor zijn dood. Vijf jaar later stond het werk overigens al op de lessenaars van het RFO en in 1967 voor het laatst. Gaffigan en het RFO namen dit (ten onrechte!) zelden gespeelde werk op in de laatste dagen van oktober 2012 in MCO studio 5. Daarna volgden concerten op 2 november in de serie De Vrijdag van Vredenburg en op 4 november in de serie Zondagochtendconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw, waarin ook het vioolconcert van Erich Wolfgang Korngold werd uitgevoerd met soliste Nicola Benedetti.

 

 

Een pijnlijk proces van reorganisatie

Op 9 december 2010 maakte OCW-minister Marja van Bijsterveldt bekend dat zij – “gelet op het feit dat we in de toekomst live klassieke muziek willen horen en vanwege de kwaliteit van het MCO” – 12 tot 14 miljoen wilde uittrekken om een deel van het MCO overeind te houden. Dit besluit betekende niettemin een korting van ca. 60% op het MCO-budget. In de maanden die volgden leefde het MCO in tergende onzekerheid. Op 17 juni 2011 besloot het kabinet ten slotte dat het jaarlijks 14 miljoen beschikbaar zou stellen voor het instandhouden van het RFO en het Groot Omroepkoor, ingegeven door het zeer hoge niveau en de internationale betekenis van beide ensembles. De Radio Kamer Filharmonie moest worden afgebouwd en het Metropole Orkest kon slechts een eenmalige bijdrage tegemoet zien als het op korte termijn een gedegen plan tot verzelfstandiging zou overleggen. Voor andere MCO-afdelingen (Muziekbibliotheek en Educatie) was geen geld meer beschikbaar.

Het kabinetsbesluit betekende echter niet dat de bezetting en samenstelling van het RFO onaangetast kon blijven. De MCO-directie wist zich gebonden aan de geldende arbeidscontracten van de musici van MCO Klassiek (d.w.z. het RFO en de Radio Kamer Filharmonie) en zag zich, ondanks interne protesten, genoodzaakt een ‘symfonisch volwaardig’ muziekgezelschap te formeren uit de huidige bezettingen van beide orkesten. Het RFO, een ensemble van zeer hoog niveau met internationale betekenis, was volgens arbeidsrechtelijke principes dus gedoemd als fusie-orkest door te gaan. Hoewel er nog geen duidelijkheid bestond over de exacte omvang van het toekomstige RFO, werd kort voor de zomervakantie van 2012 een begin gemaakt met dit pijnlijke proces. Aan een deel van de musici van beide orkesten werd een vrijwillige vertrekregeling aangeboden per 1 augustus 2013. Een ander deel werd per dezelfde datum ontslag aangezegd op grond van voorzienbare boventalligheid conform het arbeidsrecht. Van de 183 musici moesten er ca. 80 worden ontslagen. In de laatste maanden van 2012 werd langzamerhand duidelijk welke musici tegen wil en dank aan hun laatste seizoen waren begonnen. Voor velen betekende dit het eind van hun muzikale loopbaan: hun kansen op de sterk krimpende arbeidsmarkt waren uiterst gering. De ‘gelukkige’ blijvers mochten zich intussen voorbereiden op een nieuwe uitdaging: een onzekere toekomst in een nieuwe formatie, waarin ze een groot aantal collega’s zeker zouden missen. In deze moeilijke tijd werd het RFO wel geacht om met de vertrouwde hoge inzet te blijven voldoen aan de volledige verplichtingen jegens de omroepen en de hoge verwachtingen van het publiek.

 

Historisch Genootschap RFO verwelkomt nieuwe chef-dirigent

Markus Stenz presenteerde zich op 24 november 2012 voor het eerst als chef-dirigent van het RFO met de Nederlandse première van Hartmanns opera Simplicius Simplicissimus in de NTR ZaterdagMatinee. De componist waarschuwde daarin al in de 30-er jaren voor een nieuw desastreus conflict. Hartmann vergeleek de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) met de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), die Duitsland een ongekend trauma had opgeleverd. Tweederde van de bevolking vond de dood, en het land werd verwoest. De opera kon pas voor het eerst in 1948 in München concertant en een jaar later in Keulen scenisch uitgevoerd worden.

Het officiële aantreden van Markus Stenz viel midden in een voor het MCO pijnlijke periode van reorganisatie, waardoor een echt feestelijk onthaal niet opportuun werd geacht. Het Historisch Genootschap van het RFO besloot echter in overleg met het management om de nieuwe chef-dirigent toch op gepaste wijze te verwelkomen. Op de eerste repetitiedag, 15 november 2012, werd hij verrast door de voorzitter van het genootschap, Adriaan van ‘t Wout, die hem het boekje Das RFO und seine Chefdirigenten overhandigde. Hierin beschrijft Van ‘t Wout de invloed die de negen voorgangers van Stenz hebben gehad op de ontwikkeling van het RFO. Dit overzicht was in het Duits vertaald door echtgenote Ursula van ‘t Wout. De grafische vormgeving werd verzorgd door RFO-violiste Esther de Bruijn.

 


Na de overhandiging gaf Markus Stenz met een sierlijk gebaar gevolg aan het verzoek zijn foto in de ‘Ahnengalerie’ van het orkest te onthullen, als startsein voor een nieuwe episode in de geschiedenis van het RFO. Hij sprak in zijn dankwoord het vertrouwen uit, in goede samenwerking met het orkest de opgaande lijn te kunnen voortzetten.

Aan het eerste concert dat het RFO gaf onder leiding van de nieuwe chef werd in de dagbladen nauwelijks aandacht besteed. Alleen in de Volkskrant verscheen een recensie waarin het aandeel van het RFO echter onbesproken bleef. Maar op de website van Place de l’Opera (www.operamagazine.nl) schreef recensent Basia Jaworski: “Het zoals altijd geweldig spelende Radio Filharmonisch Orkest (de altvioolsolo tijdens de ouverture!) stond onder leiding van de charismatische chef-dirigent Markus Stenz. Zij, samen met de mannen van het Groot Omroepkoor, leverden een prestatie die in de annalen mag.”

 

Bernard Haitink wordt beschermheer van het RFO

Op 20 december 2012 aanvaardde voormalig chef-dirigent Bernard Haitink het beschermheerschap, dat het Radio Filharmonisch Orkest hem heeft aangeboden. Bernard Haitink had zich, nadat de bezuinigingsmaatregelen van het kabinet Rutte I in het najaar van 2010 bekendgemaakt werden, sterk gemaakt om de ensembles van het Muziekcentrum van de Omroep en met name het RFO te behouden. De nieuwe chef-dirigent van het RFO, Markus Stenz, liet weten bijzonder vereerd te zijn met de acceptatie door Bernard Haitink van het beschermheerschap en zag dit als een erkenning van de bijzondere positie van het RFO. 

 

Verder naar 2013    Terug naar het overzicht