RFO geschiedenis 2011

Wouter den Hond wordt artistiek manager

Op 1 februari 2011 trad Wouter den Hond aan als artistiek manager van het RFO en de Radio Kamer Filharmonie (MCO Klassiek). Wouter volgde daarmee Henk Swinnen op, die in november 2010 definitief afscheid nam van het MCO en artistiek manager werd bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Evenals zijn voorganger (voormalig hoboïst bij het MCO), kwam ook Den Hond uit eigen gelederen. Sinds augustus 1994 was hij eerste tutti violist bij het RFO. Van 1999 tot 2005 maakte hij deel uit van de orkestcommissie van het RFO, waarvan hij ook enkele jaren voorzitter was. Van 2009 tot zijn benoeming als artistiek manager vertegenwoordigde hij bovendien het RFO in de ondernemingsraad van het MCO.

Sinds 2000 was Wouter den Hond - naast zijn activiteiten in en om het RFO - initiator en directeur van de Seinconcerten in kerkgebouw De Morgenster te Hilversum. Van meet af aan verzorgde hij de programmering van deze avontuurlijke en succesvolle concertserie, waarvoor hij (inter)nationaal befaamde musici wist aan te trekken. Bovendien was hij er verantwoordelijk voor sponsorwerving, subsidies, marketing en administratie.

 

Legende van Peter Jan Wagemans bij De Nederlandse Opera

De opera Legende van Peter-Jan Wagemans beleefde op 2 februari 2011 zijn scenische wereldpremière bij De Nederlandse Opera in het Amsterdamse Muziektheater. RFO, Koor van De Nederlandse Opera en een uitgebreide solistencast stonden onder leiding van Reinbert de Leeuw. Na de première volgden in februari nog zes voorstellingen. Legende werd voor het eerst in niet-geënsceneerde vorm uitgevoerd in de ZaterdagMatinee op 17 februari 2007, eveneens door het RFO. Voor de scenische wereldpremière bij De Nederlandse Opera (DNO) tekende regisseur Marcel Sijm. Peter-Jan Wagemans baseerde zijn opera op het 19de-eeuwse stripboek Reizen en avonturen van Mijnheer Prikkebeen van de Zwitser Rodolphe Töpffer. Hij verweefde de komische verhalen over de vlindervanger met andere 'legendes' met een meer tragische en mystieke inslag. Zo worden Prikkebeen en zijn zuster Ursula geconfronteerd met de fantasiefiguren Pontus en Nel, alsook met de totalitaire heerser Zamar, die als 'dubbelfiguur' een katalyserende werking heeft en de overige personages ertoe aanzet op weg te gaan naar een nieuwe wereld. Vanuit de traditie schiep Wagemans nieuwe, verrassende legendes. Op vergelijkbare wijze ontstond zijn muziek uit de ontwikkeling en hernieuwing van de Europese muzikale traditie.

Een greep uit de recensies: "Wat dirigent Reinbert de Leeuw en het Radio Filharmonisch Orkest in en buiten de orkestbak ontketenen, grenst soms aan het ongelooflijke.” (Frits van der Waa, De Volkskrant) “Het tot de tanden gewapende Radio Filharmonisch Orkest geeft de partituur het volle pond onder leiding van Reinbert de Leeuw, die de uiteenlopende sferen gedreven in elkaar over laat vloeien.” (Eddie Vetter, De Telegraaf) “Legende was in 2008 al in concertante vorm te horen in de ZaterdagMatinee, toen dirigent Jaap van Zweden, het Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en solisten zich mochten verheugen in een verrassend grote publieke bijval. Bij opera’s van Nederlandse componisten ligt dat niet voor de hand. Pierre Audi, artistiek directeur van DNO, was zo onder de indruk dat hij Legende graag scenisch wilde opvoeren. Zijn instinct was juist. Ook gisteren kreeg Wagemans veel applaus, evenals het koor van DNO, de solisten en het Radio Filharmonisch Orkest.” (Erik Voermans, Het Parool)

 

Charles Dutoit dirigeert La damnation de Faust

In de laatste week van januari en de eerste week van februari 2011 werkte het RFO afwisselend aan twee producties. Werd op 2 februari de scenische wereldpremière van Legende van Peter-Jan Wagemans gepresenteerd in het Amsterdamse Muziektheater, drie dagen later speelde het orkest in het Amsterdamse Concertgebouw een ander grootschalig, fantasievol werk: La damnation de Faust van Hector Berlioz. Voor deze ZaterdagMatinee van 5 februari 2011 stonden het RFO en GOK voor het eerst onder leiding van de wereldvermaarde, van origine Zwitserse dirigent Charles Dutoit. Deze dirigent staat vooral bekend om zijn interpretatie van het Franse repertoire en Berlioz was bij hem dan ook in goede handen.

 



Mischa Spel oordeelde in NRC-Handelsblad: “Confronterend: het Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor brachten pas een stunt-cd uit met Berlioz’ legende dramatique La damnation de Faust onder de ademende leiding van Bernard Haitink. Zaterdag was hetzelfde werk geprogrammeerd, nu onder de strengere Charles Dutoit, specialist in het Franse repertoire. Overkoepelend had Dutoit het orkest soms iets losser mogen laten, opdat de zangers meer ruimte kregen, of opdat het geheel iets puntiger in plaats van overweldigend zou hebben uitgepakt. Vocaal was deze Matinee een triomf; de zoveelste voor castingdirector Mauricio Fernández én voor het geweldige Groot Omroepkoor. De grootste attractie vormde bas Willard White: een Mefisto met dondercharisma en enorme theatrale présence." Bela Luttmer schreef in De Volkskrant: “De compositie is bij de oude rot Charles Dutoit in goede handen. Met een gedreven spelend Radio Filharmonisch Orkest tekende hij de plattelandssfeer in transparante tinten. Achtervolgd door grote vogels en rammelende skeletten komt Faust aan zijn einde. De mannen in het koor jagen hem met een opzwepend 'has has' naar het eeuwige vlammenrijk. Marguérite wordt gered. Begeleid door harpen en een kinderkoor komt ze in de hemel. Dat zal door de jonge koorzangers na twee uur stilzitten als een verlossing zijn ervaren."

 

James Gaffigan en Jean-Yves Thibaudet over het RFO

In de ZaterdagMatinee van 12 maart 2011 klonk het volgende programma:

     dirigent James Gaffigan
     piano Jean-Yves Thibaudet
     m.m.v. Nationaal Jeugdkoor

     Moessorgski - Nacht op de kale berg (oorspronkelijke versie)
     Ravel - Pianoconcert voor de linkerhand
     Debussy - Trois nocturnes
     Skrjabin - Poème de l’extase

In een interview met Gaffigan vroeg MCO-redacteur Richard Stuivenberg hem naar de specifieke kwaliteit van het RFO. Gaffigan antwoordde: “Wat iedereen je zal zeggen over dit orkest is dat ze net zoveel trots leggen in het spelen van nieuwe muziek als in de traditionele repertoirestukken. Ze leggen voor alles de lat even hoog. De meeste orkesten zijn niet zo goed in nieuwe muziek, en als ze dat wel zijn, hebben ze er vaak weinig geduld voor. Ik krijg de gelegenheid hier programma’s te doen die op andere plekken niet mogelijk zijn. Dat komt ook door het publiek. De ZaterdagMatinee heeft een verbazingwekkend betrokken publiek dat ervan houdt om iets nieuws te horen. Het heeft een openheid die normaal alleen bij jonge mensen te vinden is. Het zorgt ieder keer voor een speciale sfeer die het orkest stimuleert het beste van zichzelf te geven.” Gaffigan roemt de intelligente manier van programmeren. Het orkest concentreert zich niet op een specifieke stroming of stijl in de muziek, maar bestrijkt het hele spectrum. “Een modern orkest moet veelzijdig zijn en alles kunnen spelen. Dit orkest kan dat.”

 


Ook solist Jean-Yves Thibaudet liet zich tegenover MCO-redacteur Richard Stuivenberg complimenteus uit over het RFO: “Elke keer dat ik met ze werk, zijn ze weer beter geworden. Niet dat ze eerder niet goed waren, maar ik zie ze per keer nog groeien. De sfeer is ook goed en de motivatie hoog. Je kunt zien dat het een gelukkig orkest is. Het niveau is altijd even hoog. Misschien komt het door de constante druk van live radio-uitzendingen. Ze zijn het gewend om steeds het maximale te geven, omdat ze weten dat het op de radio is. Dat voel je al op de repetities. Ze zijn altijd verbazend goed voorbereid. Ze luisteren heel goed naar elkaar en naar de solist, en bewegen mee met de kleinste tempo- of volumeveranderingen.” Van de bezuinigingsdrift van overheden werd Thibaudet heel verdrietig. Hij was een van de ondertekenaars van de petitie die achttien meesterpianisten op initiatief van Steinway Artists United op 23 november 2010 aanboden aan de vaste kamercommissie OCW. “Het kwam als een enorme schok, de dreigende opheffing van dit orkest. Ik kom al in Nederland sinds eind jaren '70. Nederland is altijd een van de meest muzikale landen in de wereld geweest. Ik ben geen politicus, maar ik zie het als de verantwoordelijkheid van overheden om te voorzien in voldoende artistieke producten in een land, en dat er voldoende educatieprogramma's zijn om jonge mensen in aanraking te brengen met kunst en cultuur. Overal ter wereld staan de budgetten momenteel onder druk, maar Nederland is tot nu toe het enige land dat totale orkesten wil opheffen. Ik hoop van harte dat ook hier kunst weer een prioriteit wordt van de overheid. Klassieke muziek mag namelijk niet iets worden voor een elite die het zich kan veroorloven, maar een kunstvorm die voor iedereen beschikbaar is, zoals het tot nu toe was in het Nederland dat ik ken.”

 

“Onvervangbare kwaliteit op het gebied van nieuwe muziek”

In de ZaterdagMatinee van 4 juni 2011 speelde het RFO het volgende programma:

     Dirigent Jaap van Zweden
     m.m.v. Groot Omroepkoor

     Pärt - Fratres
     Henderickx - TEJAS (What does the sound of the universe look like?)
     Rihm - Quid est Deus? Cantata hermetica voor koor en orkest

 


De werken van de Belg Wim Henderickx en de Duitser Wolfgang Rihm werden hier voor het eerst uitgevoerd in Nederland. Dat gold zeker niet voor het openingswerk van het programma. Thiemo Wind noteerde in De Telegraaf: “Als hartslagverlagende opening van de middag was Fratres van Arvo Pärt van stal gehaald. Het is een nogal uitgekauwd stuk, dat in tal van versies bestaat en nu een uitvoering kreeg in de gedaante voor strijkers en slagwerk. Toch klonk het als nieuw, doordat Jaap van Zweden en het Radio Filharmonisch Orkest er intens gestalte aan gaven, vanuit een volmaakte rust”. Over TEJAS van Henderickx merkte hij op: “Het actief geladen stuk is een symfonische snoepwinkel die een orkest in staat stelt al zijn virtuositeit in stelling te brengen. Aan die uitnodiging gaven Van Zweden en zijn troepen gretig gehoor”. 

 

Over de uitvoering van het werk van Rihm schreef Bela Luttmer in De Volkskrant: “Met cimbalen, bekkens, klokken, een piano, een harp en solo’s van de altviool bewezen het Radio Filharmonisch Orkest en de dirigent Jaap van Zweden hun onvervangbare kwaliteit op het gebied van nieuwe muziek. Ze tilden de zangers van het Groot Omroepkoor op en reikten samen naar de hemel”.

 

Muziek 'Soldaat van Oranje' tegen cultuurafbraak kabinet

Nadat in oktober 2010 al was gebleken dat het kabinet Rutte zwaar zou gaan bezuinigen op de kunstbegroting en er daardoor ook orkesten zouden gaan verdwijnen, ontstonden er allerlei acties tegen deze cultuurafbraak in Nederland. Het spelen en op internet zetten van de filmtrack uit Soldaat van Oranje, vergezeld door een krachtig gesproken statement vond een enorme navolging. Talloze orkesten uit de hele wereld zetten hun gespeelde versie als steunbetuiging op YouTube, waaronder het Hong Kong Philharmonic, het Royal Philharmonic Orchestra, de Wiener Symphoniker en het WDR Rundfunkorchester Köln, met reacties van o.a. Mariss Jansons, Edo de Waart, Valery Gergiev en Esa-Pekka Salonen. Op de website www.soldieroforange.nl waren alle filmpjes terug te zien! Begin juli 2011 zette ook het RFO onder leiding van de net aangestelde assistent-dirigent Wouter Padberg deze filmmuziek op internet, voorzien van commentaar door Marin Alsop.

 

 

Markus Stenz over het RFO: “Een enorm gevoel van eenheid”

In het voorjaar van 2011 interviewde MCO-redacteur Richard Stuivenberg de toekomstige chef-dirigent van het RFO, Markus Stenz, over het MCO en het RFO in het bijzonder. Wat maakt het RFO zo bijzonder, dat hij er chef-dirigent van wil zijn?

“Het Radio Filharmonisch Orkest heeft een schitterende persoonlijkheid. Het combineert een geweldig muzikaal vakmanschap met de beste ambities. Het is een ambitie die de muziek niet verdringt, maar juist laat stralen. Je hoort dat in de klankwereld van de strijkers, de kleuren van de houtblazers en het prachtig gebalanceerde en rijke spel van het koper. Als dit orkest een kans ziet om muziek te maken, dan doet het dat. Bij de hedendaagse muziek die ik met ze heb uitgevoerd, blijkt de sublieme beheersing van hun instrument en een complete toewijding, hoe complex de muziek soms ook is. En zonder enige moeite schakelen ze weer naar totaal ander repertoire, van de hoog-romantische Wagner naar de meest uitdagende hedendaagse partituren waarvoor vooral precisie is vereist. Als we de repetities beginnen, werken we meteen aan de details; de basis is er al. Dat kom je niet vaak tegen. Er is een enorm gevoel van eenheid; iedereen heeft hetzelfde doel. Daarbinnen krijgt iedere individuele musicus de kans te schitteren, omdat iedereen luistert. Dát is de echte kwaliteit van dit orkest. Dat ze zich bewust zijn van alles wat er gaande is. Alle kanalen, alle zintuigen staan open. Met een grote bereidheid risico's te nemen, zodat het altijd spannend blijft.”

Het feit dat dit een radio-orkest is, hoe beïnvloedt dat de muziek?
“De musici nemen enorm veel verantwoordelijkheid. Misschien komt dat omdat iedere week alle inspanning tot uitbarsting moet komen in één subliem moment: de radio-uitzending. Als dat iedere week opnieuw zo is, wordt dat onderdeel van je grondhouding. Er mag nooit een zwak moment zijn, omdat er altijd een microfoon hangt bij wat je doet. Het kan ook verkeerd uitpakken: dat het orkest zich in een dwangbuis voelt geperst. Dat gebeurt soms bij radio-orkesten. Hier niet. Hier voelt het orkest zich vrij en neemt het risico's. En dat is wat iedere componist en ieder publiek zich wenst: een orkest dat toegewijd is, lef heeft en risico's neemt.”

Wat ziet u als uw taak voor de komende jaren?
“Centraal staat voor mij de verbinding tussen de geweldige mogelijkheden van het orkest en een gebalanceerde repertoirekeuze. Dat betekent voor mij: het programmeren van zowel de mijlpalen van de muziek als de verborgen schatten. Het betekent ook: het perfectioneren van de kwaliteiten van het orkest, zowel in de belangrijke stukken in het repertoire als de stukken die verder weg liggen. In een ideale wereld zou ik het als een succes beschouwen als we het aantal concerten kunnen laten stijgen. Het orkest zou dat ook heel graag willen. En ik weet zeker dat een veel groter publiek van dit orkest wil genieten. Waar ik naar uitkijk is het echt leren kennen van dit orkest, hoe het van binnen in elkaar zit, zodat we nog kleurrijker en gevoeliger muziek kunnen maken.”

Wat voor invloed heeft de onzekere politieke situatie op uw werk?
“Het orkest lijkt er in ieder geval nog sterker door te zijn geworden, en we hebben een nog sterker besef gekregen van het belang van ons bestaan. Dit Muziekcentrum is uniek in Europa. Ik heb het altijd beschouwd als een rolmodel voor andere landen. Wat er vorig jaar dreigde te gebeuren – de totale opheffing van het MCO – had ik nooit voor mogelijk gehouden. Dat was echt een aanval op het gezonde verstand, op de kunst, op de traditie waar Nederland trots op zou moeten zijn. De afschaffing is nu van de baan maar het is zeker dat er een enorme hap uit het MCO zal worden genomen. We staan er samen voor, het orkest en ik, en de rest van het team, dat erg goed functioneert. Iedereen kent zijn eigen rol daarin uitstekend. Ik ben hier de musicus; ik weet hoe ik gebalanceerde seizoensprogramma's kan samenstellen, hoe ik een publiek kan bereiken. Als ik me daarop volledig kan concentreren, help ik het orkest het beste. Zolang wij met elkaar een eenheid blijven is er een grote kans dat ook onze omgeving inziet hoe belangrijk onze rol is in het muziekleven.”

 

Debuut RFO en Jaap van Zweden in de BBC Proms

Dinsdag 30 augustus 2011 maakte Jaap van Zweden als chef-dirigent van het RFO zijn debuut op de BBC Proms in de Londense Royal Albert Hall. Het concert werd geopend met Mozarts Pianoconcert nr. 25 KV 503, waarvan de solopartij werd vertolkt door de Franse pianist David Fray. Ook hij maakte hiermee zijn debuut op de BBC Proms. Na de pauze klonk de Achtste Symfonie van Anton Bruckner. Het concert was live te beluisteren via BBC Radio 3. Hetzelfde programma werd enkele dagen eerder uitgevoerd, op 26 augustus in Amsterdam, in de serie Robeco Zomerconcerten.

Jaap van Zweden en het RFO waren al enkele jaren bezig aan de opnamen van alle Bruckner-symfonieën. Het concert in de Royal Albert Hall volgde op de opname van Bruckners monumentale Achtste Symfonie voor Challenge Records. Deze opname werd toegevoegd aan de inmiddels verschenen en veelgeprezen cd-opnamen van de nummers 2, 4, 5, 7 en 9. "Als je naar Bruckner luistert, word je schoon van binnen…, er is een directe lijn naar God", aldus Jaap van Zweden. Verschillende orkestleden hielden een blog bij tijdens de repetities, opnamen en concerten in Amsterdam en Londen. Ze zijn te vinden op mcohilversum.blogspot.com.

Het concert in Amsterdam leverde al lovende recensies op. Het Parool constateerde: “Het Radio Filharmonisch Orkest was in topvorm en kan in die staat mee met de internationale top.”
De Engelse pers sloot zich hier enkele dagen later bij aan. The Guardian schrijft: “The NRPO's debut at the Proms, under its current chief conductor Jaap van Zweden, showed what could so easily have been lost altogether, with Bruckner's Eighth Symphony. By any standards this is a superb ensemble, with woodwind and brass that would grace any orchestra in the world, together with strings of wonderful flexibility and depth. Van Zweden's Bruckner is not monumental so much as yearningly expressive; its great paragraphs are not hewn from granite but carefully moulded to fit, and powered with an extraordinary dramatic energy. It was swift, too: 75 minutes is very much on the short side for performances of the Eighth, but nothing seemed rushed or hastily considered – just guided on an utterly sure path from first note to last." En uit de recensie op www.bachtrack.com: "What one noticed immediately was the stunning beauty of the orchestral playing of the Netherlands Radio Philharmonic Orchestra, especially the string tone: this was incomparably rich, dark-hued, full of texture and power - something which was to come into its own to glorious effect in the Bruckner”.

 

Triomf voor Eva-Maria Westbroek in La Gioconda

De opera La Gioconda van Amilcare Ponchielli wordt niet vaak uitgevoerd. Dat ligt zeker niet aan de kwaliteit van dit werk, maar vooral aan de zwaarte van de titelrol. In de NTR ZaterdagMatinee van 15 oktober 2011 was deze opera weer eens te horen met de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek die hierin haar roldebuut maakte. En hoe!

Het RFO, het GOK, het Nationaal Kinderkoor en een stoet solisten stonden onder leiding van de 86-jarige maestro Bruno Bartoletti, een oude rot in het operavak. Op verzoek van deze dirigent was er een pauze na elke akte, zodat de muziek van amper drie uur uitdijde tot een concert van bijna vierenhalf uur. Toch verveelde het geen moment, volgens Eddie Vetter in De Telegraaf. Hij meende zelfs dat de ‘koningin van de Matinee’, sopraan Nelly Miricioiù, op deze middag door Eva-Maria Westbroek van haar troon werd gestoten. Verder signaleerde hij: “Er waaien al vlagen van het latere verisme door de rijkgeschakeerde partituur, getuige de soms rauwere toon en de meer symfonische aanpak, met veel gevoel voor couleur locale (het historische Venetië) en sublieme balletmuziek (de beroemde Urendans). De hoogbejaarde Bartoletti oogt kwetsbaar, maar dirigeert vitaal. Zo Italiaans in soepele fraseringen en markante ritmiek kan het fantastisch spelende Radio Filharmonisch Orkest dus ook klinken."

“De ZaterdagMatinee had weer eens kosten noch moeite gespaard om dit ten onrechte verwaarloosde werk een glinsterende uitvoering te bezorgen”, meende Peter van der Lint in Trouw. “Met alles erop en eraan, uitmuntende kinderkoren, een groots zingend Groot Omroepkoor en een zinderend spelend Radio Filharmonisch Orkest." “Na afloop van de onvergetelijke, buitengewoon hoogstaande uitvoering brak het terecht razendenthousiaste publiek de zaal bijna af”, noteerde Erik Voermans in Het Parool. “Er was veel onvergetelijks aan deze Gioconda. Om te beginnen de aanwezigheid op de bok van de 86-jarige maestro Bruno Bartoletti. Hij werd zaterdag na elk van de drie pauzes onthaald als een held en beantwoordde het ontroerende eerbetoon telkens met een zwaai van zijn rechterhand. Onder zijn leiding toonde het Radio Filharmonisch Orkest nog maar weer eens aan dat het één van de allerbeste orkesten van Nederland is en zong het Groot Omroepkoor de engelen van hun wolken”.

De hele solistencast was top, maar ster van de middag was volgens alle recensies Eva-Maria Westbroek. “Voordien maakte Westbroek al veel indruk met haar dramatische, soms furieuze zingen en haar moeiteloze hoogste noten. Maar in de laatste akte steeg ze op tot grootse hoogte in de voortdurend wisselende emoties, van diepste ontreddering tot verheven opofferingsgezindheid”, aldus Kasper Jansen in NRC Handelsblad. La Westbroek was eerder met het RFO te horen in Ariadne auf Naxos (18 oktober 2003), La fanciulla del West (9 december 2006) en La Wally (27 februari 2010).

 

Jaap van Zweden ‘Conductor of the Year 2012’

Op 4 november 2011 werd bekend gemaakt dat chef-dirigent Jaap van Zweden door het Amerikaanse tijdschrift Musical America was uitgeroepen tot ‘Conductor of the Year 2012’. Van Zweden liet in een reactie weten zeer vereerd, maar ook beduusd te zijn, niet in de laatste plaats door het besef dat de jury bestaat uit zeer deskundige vakgenoten: “Dit is een erkenning waar je in dit stadium van je carrière niet op rekent”. Eerdere winnaars van deze prestigieuze prijs waren onder anderen Simon Rattle, Bernard Haitink, Leonard Bernstein en Riccardo Muti. De prijs stemde Van Zweden niet alleen maar vrolijk. “In het buitenland wordt er altijd de nadruk op gelegd dat ik het vak in Nederland heb geleerd. Als ik zie wat er nu gebeurt met de drastische bezuinigingen op de kunsten, dan word ik daar verdrietig van”. De prijs werd enkele weken later uitgereikt, op 5 december 2011 tijdens een gala-avond in het Lincoln Center in New York:

 

 

 

Jaap van Zweden neemt afscheid van het RFO

Op 12 november 2011 nam Jaap van Zweden zonder al te veel poespas officieel afscheid als chef-dirigent van het RFO. Dat gebeurde met een concert in de ZaterdagMatinee, waarin hij werken dirigeerde van Jennifer Higdon en Leos Janácek.

Violiste Hillary Hahn bleek een vurig pleitbezorger van het Vioolconcert dat Jennnifer Higdon speciaal voor haar componeerde en dat deze middag zijn Nederlandse première beleefde. Met dit virtuoze en toegankelijke neoromantische werk won de componiste in 2010 de Amerikaanse Pulitzer Prize. Na de pauze klonk Janáceks Glagolitische Mis met vier vocale solisten, organist Leo van Doeselaar en een belangrijke rol voor het GOK. “Van Zweden, het op topniveau spelende orkest en het bevlogen Groot Omroepkoor lieten het fantastisch van het podium rollen”, oordeelde Roeland Hazendonk in Het Parool.



 

In het programmaboekje was een dankwoord aan Van Zweden opgenomen, geschreven door Kees Vlaardingerbroek, artistiek leider van de NTR ZaterdagMatinee. Daarin memoreerde hij de allesbehalve ideale omstandigheden waaronder de chef-dirigent zeven jaar eerder aantrad. “Nu, in 2012, staat het Muziekcentrum van de Omroep aan de vooravond van de meest ingrijpende bezuinigingen uit zijn geschiedenis. Bezuinigingen die het leven van tal van musici, met wie jij lief en leed vele jaren hebt gedeeld, zullen raken. ‘Streef onbekommerd naar het ideaal’ had jouw motto kunnen zijn, ware het niet dat er van onbekommerdheid de laatste jaren geen sprake kan zijn, althans niet in ons land. Maar je artistieke idealen heb je in Hilversum verwezenlijkt – en hoe! Alleen al in de omroepseries heb je ruim 200 verschillende composities gedirigeerd. Daaronder tal van wereldpremières van nieuw gecomponeerde werken, die je met de grootste zorg voorbereidde, ook wanneer de partituur weer eens met grote vertraging binnenkwam."

Na afloop van het concert vond in de pleinfoyer van het Concertgebouw een afscheidsreceptie plaats, waar de scheidend chef-dirigent werd toegesproken door o.a. orkestmanager Kees Dijk, de voorzitter van de orkestcommissie Hans Zonderop, artistiek leider Kees Vlaardingerbroek en MCO-directeur Anton Kok. Het RFO verleende aan Van Zweden de titel Honorary Chief Conductor. Als herinnering aan de samenwerking tussen orkest en chef-dirigent werd hem het eerste exemplaar van een fotoboek aangeboden, waarin een compleet overzicht van het repertoire dat hij met het RFO heeft uitgevoerd, een discografie en een impressie van de hoogtepunten en tournees. Het voorwoord was geschreven door een andere voormalig chef-dirigent van het RFO: Bernard Haitink. Zowel de eindredactie als de grafische vormgeving van dit bijzondere document was in handen van RFO-violiste Esther de Bruijn.

Het officiële afscheid van Jaap van Zweden op 12 november werd overigens ingehaald door de actualiteit. Enkele dagen eerder werd bekend gemaakt dat hij het RFO op 14 januari 2012 nog één maal in zijn functie van chef-dirigent zou dirigeren, als invaller voor een verhinderde collega.

 

Matinee met Rihm en Strauss

Onder de titel Rihm-Resonanz presenteerde de NTR-ZaterdagMatinee in het seizoen 2011/2012 zes concerten waarin de Duitse componist Wolfgang Rihm centraal stond. Voor deze serie werden hem twee compositieopdrachten verstrekt en verder klonk zowel vroeg als recent werk.

Op verzoek van dirigent Kent Nagano componeerde Rihm in 2004 zijn monodrama Das Gehege als aanvulling op de opera Salome van Richard Strauss. De combinatie van deze twee werken vormde het programma van de ZaterdagMatinee van 10 december 2011. Het RFO werd in dit veeleisende concert geleid door eredirigent Edo de Waart, die na Die Frau ohne Schatten (1990), Arabella (1996), Der Rosenkavalier (1998), Daphne (2002) en Die Liebe der Danae (2002) zijn zesde Strauss-opera in de Matinee dirigeerde.

Das Gehege (De omheining) van Rihm is een veertig minuten durend drama voor sopraan en groot orkest, gebaseerd op de slotscène uit Botho Strauß’ toneelstuk Schlusschor. Hierin wordt een vrouw ten tonele gevoerd, die op de avond van de val van de Berlijnse muur de dierentuin bezoekt. Daar ontmoet zij haar geliefde oude steenarend (symbool voor de Duitse Reichsadler) die zij aanbidt, uit zijn kooi bevrijdt, maar uiteindelijk ook vermoordt. In deze Nederlandse première werd de partij van de vrouw gezongen door de Zuid-Koreaanse sopraan Hellen Kwon (foto), die een enorme indruk achterliet. “Een nobel en fors geluid, gelijkmatig in alle registers en met een fantastisch gevoel voor tekst” oordeelde Peter van der Lint in Trouw. “Haar onvoorspelbare zanglijnen contrasteerden mooi met warme golven die soms uit het orkest opdoken. Het leverde een indrukwekkend verstikkende sfeer op”, aldus Lonneke Regter in de Volkskrant.

Dat na de pauze nog de eenakter Salome moest worden uitgevoerd betekende voor het RFO een ware krachttoer. Mauricio Fernández, casting-director van de ZaterdagMatinee, was er opnieuw in geslaagd om vijftien voortreffelijke vocale solisten voor deze uitvoering bijeen te brengen, waarvan vooral Roman Sadnik (Herodes) en Michael Volle (Jochanaan) de show stalen. “Het orkest, vurig geleid door hun ere-dirigent Edo de Waart, verzorgde met trefzekere soli en warmbloedige, orkestrale uitbarstingen de middag een gouden rand”, meende Lonneke Regter. En Eddie Vetter concludeerde in De Telegraaf: “De hoofdrol speelt toch het orkest. Wat Edo de Waart en zijn musici presteren, is in één woord verpletterend”.

Een aantal RFO-musici (waaronder ook assistent-dirigent Wouter Padberg) hield tijdens de repetities een blog bij, te vinden op mcohilversum.blogspot.com.

 

Verder naar 2012    Terug naar het overzicht