RFO Geschiedenis 2004

Nederlandse première van Vanessa, opera van Samuel Barber

De producenten van de ZaterdagMatinee, AVRO, NPS en TROS, verrasten op 28 februari 2004 hun publiek met de Nederlandse première van Samuel Barbers eerste opera, getiteld Vanessa, die hij in 1957 componeerde op teksten van Gian Carlo Menotti, en zeven jaar later herzag. De uitvoerenden in Amsterdam waren het Radio Filharmonisch Orkest Holland, het GOK en solisten onder leiding van Jaap van Zweden.

Frits van der Waa schreef in de Volkskrant: “De uitvoering van Barbers Vanessa laat weer eens zien en horen hoe belangrijk de Matinee is voor het uitbreiden en ontginnen van het repertoire. Van Barber hoor je eigenlijk nooit iets anders dan het welbekende Adagio en een enkel lied. In Vanessa toont hij zich een volbloed theatercomponist. De Amerikaanse sopraan Carol Vaness heeft niet alleen een toepasselijke achternaam, maar bracht ook een vlammende vertolking van de titelrol. Mezzo Kristine Jepsen, eveneens Amerikaanse, leverde prachtig weerwerk als Erika, en de Nederlandse tenor Marcel Reijans zong de partij van Anatol met veel warmte. Bariton Michael Lewis maakte goede sier met de komische noten van de dokter, de belangrijkste van de drie bijrollen. Aanvankelijk zou Edo de Waart de uitvoering leiden, maar die taak was nu overgenomen door Jaap van Zweden. Die deed dat met groot elan en wist Barbers soms wat hoekige motieven fraaie contouren en theatrale zeggingskracht te verlenen – een mooi voorschot op zijn benoeming tot chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest.”

 

Bevrijdingsconcert 2004 met een nieuwe Intrada

De Nationale Viering van de Bevrijding wordt traditiegetrouw afgesloten met het 5 mei-concert. Dit openluchtconcert vindt plaats nabij het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam en wordt bijgewoond door het staatshoofd en vertegenwoordigers van het parlement. Het 5 mei-concert is gratis toegankelijk voor publiek en wordt rechtstreeks door de NOS op de televisie uitgezonden. Ieder jaar neemt een ander orkest plaats op een drijvend podium in de Amstel. Zo trotseerde het RFO in 2001 een grimmige kou, toen het onder leiding van Jaap van Zweden een licht klassiek programma ten gehore bracht met o.a. Ouvertüre Die Fledermaus van Johann Strauss, delen uit Romeo en Julia van Sergei Prokofiev en The Chairman dances van John Adams.

Op 5 mei 2004 viel de eer opnieuw aan het RFO te beurt. Toen schitterde het orkest, onder aangenamere weersomstandigheden, onder leiding van chef-dirigent Edo de Waart. De jaarlijkse traditie schreef voor dat het concert werd geopend met de Intrada uit de opera L’Orfeo van Claudio Monteverdi. In voorgaande jaren werd deze steeds uitgevoerd in de orkestratie van Carl Orff. Van verschillende kanten had het ‘Nationaal Comité 4 en 5 mei’ echter de vraag te horen gekregen of men zich bewust was van Orffs dubieuze houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Om de bevrijding van de Duitse bezetter te vieren met de tonen van een componist met een besmet oorlogsverleden ging menigeen een brug te ver. Vandaar dat RFO-slagwerker Henk de Vlieger de opdracht kreeg om een nieuwe bewerking van de Intrada te maken, die in 2004 voor het eerst werd uitgevoerd. Terwijl de duisternis langzaam inviel, speelde het RFO, getooid met feestelijke corsages, verder een Amerikaans getint programma met o.a. de Cuban Overture van George Gershwin, de Symfonische Dansen uit West Side Story van Leonard Bernstein en het populaire Short Ride in a Fast Machine van John Adams.

Het concert werd, ook weer traditiegetrouw, afgesloten met het legendarische lied van Vera Lynn, “We’ll meet again, some sunny day”, meegezongen door duizenden toehoorders, daarin ondersteund door het Amsterdams Toonkunst Koor. De volgende ontmoeting tussen dit evenement en het RFO zou op 5 mei 2006 zijn, opnieuw onder leiding van Edo de Waart.

 

MCO-directeur Ben Janssen vertrekt

Het plotselinge vertrek van MCO-directeur Ben Janssen, dat het curatorium op 17 mei 2004 aan de MCO-medewerkers bekend maakte, sloeg in als een bom. Hij werd het eerste slachtoffer van de perikelen rondom de door de overheid opgelegde bezuinigingen van 5,5 tot 7,5 miljoen euro bij de omroeporkesten, die tot conflicten leidden tussen de MCO-directie en omroepen, de MCO-directie en orkesten, en de orkesten onderling.

Om de gevraagde bezuinigingssom te bereiken had de MCO-directie becijferd, dat alleen de opheffing van het RSO toereikend zou zijn en zodoende de onttakeling van andere MCO-onderdelen voorkomen kon worden. De fusievariant van RSO met RKO werd daarom door het MCO afgewezen, maar omarmd door de Publieke Omroep, de Raad voor Cultuur en de Tweede Kamer. Aldus werd besloten en ontstond voor Ben Janssen een onwerkzame situatie. Met onmiddellijke ingang legde hij zijn functie neer en zijn taken werden voorlopig waargenomen door Monica Damen, manager van het GOK, die al plaatsvervangend directeur van het MCO was. Niet lang daarna trad Jan Zekveld af als artistiek leider van het MCO en in zijn voetsporen tevens drie onafhankelijke leden van het MCO-curatorium: voorzitter Joop Linthorst, Klaas Westdijk en Dorien van Londen. Alleen Anne-Marie Stordiau bleef op haar post om de overstap van het MCO naar de Publieke Omroep te begeleiden. Op 12 juli 2004 trad Anton Kok aan als interim-directeur van het MCO.

 

Gergiev dirigeert Mlada en een huiveringwekkend protestlied

In de Matinee van 19 juni 2004 dirigeerde Valery Gergiev het RFO, het GOK alsmede vele vocale solisten en het koor en van het Mariinski Theater uit Sint Petersburg. Op het programma stond de Nederlandse première van de ballet-opera Mlada van Nicolai Rimsky-Korsakov. Het was na het succes van de Legende van de onzichtbare stad Kitezsj en het meisje Fevronia (1993), Kasjtsjei de onsterfelijke (1994) en Kerstavond (1996) de vierde opera van deze componist die Gergiev met het RFO in Nederland introduceerde.

Volgens Huib Ramaer in De Volkskrant bleek Mlada het buitenbeentje onder de zestien opera’s van Rimsky-Korsakov: “Geïnspireerd door Wagners totaaltheater, Russische volksmuziek en zelfs door panfluiten gehoord op de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs, vlocht Rimsky-Korsakov hoorbaar de bakermat voor Stravinsky’s Vuurvogel.” Kasper Jansen noteerde in NRC Handelsblad: “Een ouderwets Matineesucces. De uitvoering had onder leiding van Valery Gergiev een enorme allure. Het Radio Filharmonisch Orkest en de koren van Hilversum en Sint Petersburg waren voortreffelijk.” Ook Peter van der Lint liet zich enthousiast uit in Trouw: “De beide koren en het RFO maakten, vurig aangestuurd door Gergiev, duidelijk dat ze een meesterwerk onder handen hadden. Een topmiddag was het!”

De topmiddag begon echter minder feestelijk. Voorafgaand aan de uitvoering van Mlada nam RFO-manager Stefan Rosu het woord en rekende de concertbezoekers en radioluisteraars voor, wat het Nederland jaarlijks per hoofd van de bevolking oplevert, indien het Radio Symfonie Orkest volgens plannen van de regering zou worden opgeheven. Het bleek een geringer bedrag dan menigeen dagelijks aan sms’jes besteedt: ongeveer veertig cent. Na deze schokkende toespraak stroomden de gangpaden en trappen van de zaal vol met collega-musici van orkesten uit het hele land voor de uitvoering van een protestlied, waarvan Hans Visser in het Rotterdams Dagblad als volgt verslag deed: “En tussen al die musici verrees op het podium Valery Gergiev, de dirigent die de afgelopen jaren het Mariinsky Theater in Petersburg zijn internationale aanzien teruggaf. Hij hief zijn bezwerende handen en de zaal vulde zich tot in alle hoeken met diep bezielde muziek uit honderden kelen en instrumenten die het beroemde Lied van de Wolgaslepers van Alexander Glazoenov deden klinken. Een huiveringwekkende ervaring, een niet te evenaren emotie, niet in eurocenten te vertalen.”

 

 Vaste gastdirigent Hans Vonk overlijdt

“Als je denkt aan het leven van dirigenten: wat blijft er over? Een paar cd’s. Goede herinneringen, dat is eigenlijk het beste dat je kunt overhouden. Dat orkesten met respect over je prestaties spreken. Meer zit er niet in, meer kun je eigenlijk niet…”

 

Deze overpeinzing van Hans Vonk werd opgetekend door klarinettiste Nanette Bakker en cellist Wim Hülsmann in een uitgebreid interview dat zij in januari 2004 met hem hadden voor het RFO-personeelsblad Informeel. Vonk leed aan ALS, een ongeneeslijke aandoening van het zenuwstelsel waardoor de werking van de spieren geleidelijk afneemt. Hij was toen fysiek al ‘totaal machteloos’, zoals hij het zelf uitdrukte. Een jaar eerder dirigeerde hij het RFO nog in repetities voor Sjostakovitsj Tweede Celloconcert en Berlioz Symphonie fantastique. Ondanks zijn fysieke beperkingen zag het er naar uit dat deze repetities tot memorabele uitvoeringen zouden leiden. Enkele uren voor het concert in Utrecht kwam echter het bericht dat hij ten gevolge van een ongelukkige val niet meer in staat was om die avond te dirigeren. Het concert werd overgenomen door assistent-dirigent Luke Dollman. Maanden later, in november 2003, zou Hans Vonk nog bij het RFO een uitvoering geleid hebben van De maagd van Orleans van Tchaikovsky, een van zijn favorite componisten, maar door zijn voortschrijdende ziekte heeft hij dit moeten afzeggen, al woonde hij wel als buitengewoon betrokken collega nog een repetitie bij.

De band die Hans Vonk met het RFO onderhield was hecht en hartelijk. Tijdens repetities nam hij geen blad voor de mond. Zijn spitsvondige oneliners kenmerkten zich door een cynische ondertoon. Het was een vorm van humor die door het orkest werd gewaardeerd: zijn meest briljante uitspraken werden zelfs opgetekend en verzameld. Er was zeker sprake van wederzijdse genegenheid. In een interview met Bente-Helene van Lambalgen uit 1995 liet hij zich peinzend ontvallen: “Voor zover een orkest van een dirigent kan houden, houden ze van mij, dat geloof ik wel na al die jaren”.

 

 

Start operaserie ‘Entartete Musik’

De ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw richtte zich in het seizoen 2004/’05 onder meer op Entartete Musik. In een deelserie, samengesteld door Jan Zekveld en Michael Haas, werd muziek gepresenteerd van veelal Joodse componisten die door de nazi’s in de ban werd gedaan. Eén van deze componisten was Franz Schreker (1878-1934) wiens opera Der ferne Klang uit 1910 op 18 september 2004 zijn late Nederlandse première beleefde in een uitvoering door het RFO, GOK en solisten. Edo de Waart, die deze productie zou dirigeren, moest door een hardnekkige griep verstek laten gaan en werd op het laatste moment vervangen door Julien Salemkour.

Mischa Spel schreef in de NRC: “Het is bizar dat een zo persoonlijk en evident invloedrijk werk als Der ferne Klang een eeuw op de Nederlandse première moest wachten, maar Anne Schwanewilms maakte dat gemis ook daadwerkelijk navoelbaar. De Matinee bewees met deze première opnieuw haar onmisbaarheid.”
In Trouw jubelde Anthony Fiumara: “Het optreden van Salemkour was een openbaring. Hij werkte aanstekelijk op het RFO en het Groot Omroepkoor, al zorgde de akoestiek van de grote zaal in luide passages voor het wegvallen van sommige solisten, met name John Horton Murray. Sopraan Anne Schwanewilms (een fenomeen in dit expressieve repertoire) bleef het orkest steeds de baas en deed alle andere solisten verbleken.”

Naar aanleiding van de deelserie in de ZaterdagMatinee verscheen in oktober 2004 bij Salomé / Amsterdam University Press het boek Entartete Musik, verboden muziek onder het nazi-bewind, onder redactie van Emanuel Overbeeke en Leo Samama.

 

RFO in festival Musica 2004 te Straatsburg

Op zaterdag 2 oktober 2004 was het RFO uitgenodigd voor het slotconcert van Musica 2004, een internationaal festival voor hedendaagse muziek in Straatsburg. Het concert vond plaats in de Salle Erasme van het Palais de la Musique et des Congrès en werd later uitgezonden door France Musique en in Nederland op Radio 4.

Voor het RFO, dat werd gedirigeerd door Reinbert de Leeuw, betekende het een debuut in dit festival. De solisten kwamen uit eigen gelederen van het orkest. De programmering van het festival stond in 2004 in het teken van “geëngageerde muziek”, waarbij de componist Luigi Nono als grote inspiratiebron centraal stond. Het programma voor dit slotconcert werd dan ook geopend met zijn compositie: Epitaffio per Federico García Lorca no. 2: Y su sangre ya viene cantando, waarin de fluitsolo werd vertolkt door Barbara Deleu. RFO-pianist Stephan Kiefer en zijn voorganger Gerrit Hommerson soleerden vervolgens in de Franse première van La lugubre gondola / Das Eismeer van Wolfgang Rihm. Het programma vermeldde nog een ander werk van Nono:

A Carlo Scarpa, architetto, ai suoi infiniti possibili. Na de pauze speelde het RFO twee ‘klassiekers’ uit het twintigste-eeuwse orkestrepertoire: Lontano van György Ligeti en Chronochromie van Olivier Messiaen.

Naar aanleiding van dit concert ontving Reinbert de Leeuw enige weken later een zeer complimenteuze fax van componist Wolfgang Rihm: “…ich spüre in jedem Sechszehntel wie sehr Du meine Musik verstehst – ja sogar: liebst”. De laatste zin: “Und: Deine Musikerinnen und Musiker sind großartig! Dank an alle!”

 

Afscheidsconcert Edo de Waart

De concerten van het RFO op 3, 4 en 5 december 2004 stonden in het teken van het vertrek van Edo de Waart als chef-dirigent. De concerten werden gegeven in het Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht, De Doelen in Rotterdam (serie “Literaire helden”) en het Concertgebouw in Amsterdam (Zondagochtendconcert). Het programma was gebaseerd op verhalen van Edgar Allan Poe en opende met een zelden uitgevoerd werk voor harp en orkest van André Caplet met de titel Conte fantastique d’après ‘La masque de la mort rouge’. Soliste was de RFO-harpiste Ellen Versney. Vervolgens klonk de onvoltooide opera van Claude Debussy La chute de la maison Usher in een herziene versie van Juan Allende-Blin. Het programma werd afgesloten met de cantate Kolokola (De klokken) van Sergei Rachmaninov, waarbij ook het GOK betrokken was.

Hoewel 1 januari 2005 de datum was, waarop het dienstverband van Edo de Waart zou worden beëindigd, betekende het Zondagochtendconcert van 5 december 2004 zijn officiële afscheid. Na afloop nam hij een langdurige ovatie in ontvangst. De orkestleden bleven zitten en roffelden met hun voeten op de vloer. Daarna vond in de kleine zaal van het Concertgebouw een ‘feestelijke bijeenkomst’ plaats. Het afscheid stemde beide partijen weemoedig. Wouter den Hond, voorzitter van de orkestcommissie, gaf in zijn toespraak aan dat het niet als een feest voelde. Als eerbetoon werd De Waart door het orkest benoemd tot Eredirigent. In een dankwoord prees de dirigent zijn musici: “Hier heb ik zonder twijfel de beste tijd van mijn hele leven gehad. Dit is een orkest waar mensen lief met elkaar omgaan, zonder kinnesinne.” Verder gaf hij te kennen bijzonder blij te zijn met zijn opvolger Jaap van Zweden: “Ik denk absoluut dat jullie met hem de juiste man hebben. Dat belooft veel goeds."

 

 

Ter gelegenheid van de afscheidsconcerten werd het publiek een fraai uitgevoerd boekje aangeboden met de titel “De Era De Waart 1989-2004”. Onder redactie van Stefan Rosu en Natasja Kardos was hierin een aantal korte citaten van persoonlijkheden uit het nationale en internationale muziekleven bijeengebracht. Centraal stond een prachtig essay van Aad van der Ven over de samen- en wisselwerking tussen orkest en dirigent. Marco Borggreve tekende voor de vele foto’s en verder bevatte het boekje een gedicht over Edo de Waart van dirigent/componist/dichter Micha Hamel. Op de titelpagina stond de opmerkelijke uitspraak van dirigent Valery Gergiev: “Edo de Waart is surely one of the best orchestral builders in the world. The RFO is probably his masterpiece so far”. De publicatie van dit boekje kwam tot stand met financiële steun van De Bijenkorf, die bovendien een heruitgave verzorgde van de eerder onder het RCA-label verschenen cd-box “Gustav Mahler – The Symphonies”.

 

Manager Stefan Rosu verlaat het RFO

Op 31 december 2004 vertrok Stefan Rosu als manager van het RFO. Een van de redenen daarvoor was zijn onvrede met de ontwikkelingen binnen het MCO door de voorgenomen besluiten van de omroep. De drie klassieke orkesten zouden door de reorganisatie gereduceerd worden tot het RFO en de Radio Kamer Filharmonie, en samen ondergebracht in de unit MCO-klassiek met één manager. Gelijktijdig dreigden de verhoudingen tussen omroep en het MCO grondig gewijzigd te worden. Dit strookte niet met zijn visie over verantwoord orkestmanagement.

Een andere reden kan zijn statusverandering geweest zijn. Rosu had gedurende zijn verblijf in Nederland zijn studie aan de universiteit van Wenen voortgezet, waar hij op 7 mei 2004 promoveerde op een proefschrift: ’Die Freundeskreise der Rundfunkorchester in den Niederlanden’. Hij beschreef daarin de ervaringen die het Radio Kamer Orkest en het Metropole Orkest hadden opgedaan met hun Vriendenkring. Het RFO had zelf geen Vrienden. Op den duur zou Dr. phil. Stefan Rosu het wellicht elders ‘hogerop’ gezocht hebben, maar afscheid van het RFO had hij op een feestelijker moment willen nemen. Hij aanvaardde in 2005 de functie van ‘Geschäftsführender Direktor‘ bij het Mozarteum Orchester Salzburg. De managementtaak van het RFO werd tot juli 2005 waargenomen door Anne Marie Boeke. Na de reorganisatie werd Hein Glaubitz de zakelijk manager van de unit MCO-klassiek.

 

Verder naar 2005    Terug naar het overzicht