RFO Geschiedenis 2003

RFO speelt filmmuziek bij Rosenstrasse

Van 11 tot 14 maart 2003 maakte het RFO onder leiding van gastdirigent Jaap van Zweden opnamen ten behoeve van de Duitse dramafilm Rosenstrasse van Margarethe von Trotta. De filmmuziek werd geschreven door de Nederlandse componist Loek Dikker. NCRV-televisie was één van de co-producenten van deze film, die in première ging op 18 september 2003. 

 

Het script is gebaseerd op een indringend en waargebeurd verhaal, dat zich hoofdzakelijk afspeelt tijdens het oorlogsjaar 1943 in Berlijn. Om de sfeer van die tijd op te roepen, schreef Dikker onder andere een violofoon voor. Dit instrument, dat in de eerste helft van de twintigste eeuw vooral werd gebruikt bij plaatopnamen, bestaat uit een viool zonder houten klankkast, waaraan een spreektrompet is gemonteerd. De soli voor de violofoon werden gespeeld door concertmeester Joris van Rijn.

Voor Rosenstrasse werd Loek Dikker in Italië onderscheiden met de Premio Cinemusica: de beste Europese filmmuziek van 2004. De film zelf viel overigens 7 maal in de prijzen, waaronder een David, een Golden Globe en een Unicef Award.

 

De Waart dirigeert Tsjechisch programma

Drie Tsjechische componisten sierden het programma van de Matinee van 12 april 2003. Het RFO o.l.v. chef-dirigent Edo de Waart opende het concert met het zelden gespeelde orkestwerk Scherzo fantastique van Josef Suk. Daarna voegden vocale solisten en het GOK zich bij het orkest voor een uitvoering van het feestelijke Te Deum laudamus van Antonin Dvorák. Na de pauze klonk de Glagolitische Mis van Leos Janácek, die voor het eerst in Nederland te horen was in haar onverkorte oorspronkelijke versie (editie Paul Wingfield).

Edo de Waart bewees al in voorgaande jaren zijn bijzondere affiniteit met het oeuvre van Janácek (met name diens opera’s) en Mischa Spel riep hem in NRC Handelsblad uit tot dé Nederlandse Janácek-specialist. Zij signaleerde: “Het wonderlijke aan Janáceks Glagolitische Mis, uitgevoerd in de oorspronkelijke versie, schuilde vooral in de aard van de religiositeit. Hier geen bedeesde ootmoed of montere verheerlijking, maar een soms wrange, vaak grootscheepse notie van individu en nietigheid. In de manier waarop de koperblazers door de melodie prikten (Úvod) deed de Glagolitische Mis zeer denken aan De zaak Makropoulos, en in de weerbarstige sfeer óók [...] Net als in de Janácek-producties bij de Nederlandse Opera werkte De Waart hier samen met zijn Radio Filharmonisch Orkest, dat zijn ruime ervaring in en affiniteit met Janáceks idioom maat voor maat tastbaar maakte. Leo van Doeselaar liet in zijn grote orgelsolo het Maarschalkerweerdorgel met veel stijlgevoel dreunen en neuzelen. Een hoogtepunt was de kinderkamerachtige onschuld van het Svet (Sanctus), waarin de prima solisten straalden tegen een ongrijpbaar feeërieke achtergrond van hoge strijkers, celesta en harp."

 

Nederlandse première van Dvoráks opera Vanda

“Wat is de Matinee op de vrije Zaterdag toch een heerlijk en gul instituut”, jubelde Peter van der Lint in Trouw, “Zomaar op een zomerse middag presenteerde de Matinee de Nederlandse première van Antonin Dvoráks vroege opera Vanda, een presentatie bovendien op uitzonderlijk hoog niveau.” De uitvoering vond plaats in het Amsterdamse Concertgebouw op 31 mei 2003 door het RFO, het GOK, het Praags Kamerkoor en de solisten Olga Romanko, Peter Straka, Irina Tchistjakova, Pavel Daniluk, Ivan Kusjner en Michelle Breedt. Het geheel stond onder leiding van Gerd Albrecht.

Van Dvoráks opera’s wordt eigenlijk alleen Rusalka uit 1901 nog opgevoerd, maar zijn vierde opera Vanda uit 1875 raakte uit zicht en letterlijk uit gehoorsveld, omdat de partituur gedurende de Tweede Wereldoorlog spoorloos verdween. Een piano-uittreksel uit 1875, het gedrukte libretto en afzonderlijke orkestpartijen waren er nog wel, maar in deplorabele staat. Gerd Albrecht (foto) maakte hieruit met Alan Houtchens een nieuwe partituur. In 1999 dirigeerde Albrecht ook de eerste cd-opname van Vanda, op zijn verzoek werden dezelfde solisten geëngageerd in Amsterdam.

Van der Lint vroeg zich af of deze opera al die moeite waard was. “Zeker wel ! In Vanda buitelt de ene melodie over de andere en worden die ingekleurd met inventieve orkestraties en ritmes. De hand van de meester is ook in dit betrekkelijk vroege werk aanwezig. […] De Russische sopraan Olga Romanko zong Vanda met de grote waardigheid die bij het personage past. Zij droeg de opera perfect naar haar spectaculaire slot toe.” Ook de andere zangers oogsten lof, zoals Michelle Breedt die ondanks haar piepkleine rol als heks aangenaam opviel.

 

John Zorn in HLND FSTVL

Het Holland Festival zette in 2003 een duizendpoot centraal: John Zorn, saxofonist, improvisator, bandleider, producer, oprichter van het platenlabel Tzadik, componist en dirigent. Van deze markante en initiatiefrijke persoon van de New-Yorkse avant-garde waren in de Grote Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam op 12 juni drie werken te beluisteren.

Allereerst onder leiding van Micha Hamel een nieuw werk, getiteld Hermeticum Sacrum, dat Zorn speciaal voor het Holland Festival 2003 geschreven had voor een ensemble en vocalisten. Het ensemble bestond uit: Marjan Deiman (harp), Hans Zonderop, Paul Jussen, Harry van Meurs, Emiel Matthijssen en Arjan Roos (slagwerk), Gerrit Hommerson en Klaas Bakker (electronische orgels), de vocale bijdrage leverde Cappella Amsterdam. Vervolgens voerde het Radio Filharmonisch Orkest Holland met Micha Hamel twee eerdere composties van John Zorn uit: Aporias – Requia voor piano, zes kindersopranen en orkest (1994) met de Japanse pianiste Tomoko Mukaiyama en de sopranen van het Nationaal Kinderkoor en Contes de Fées (1999) voor viool en kamerorkest met de violiste Jennifer Koh uit Chicago.

Het concert werd door de VPRO live uitgezonden op Radio 2.

 

Edo de Waart dirigeert Les Troyens

“In Amsterdam is gisteren een wonder gebeurd”, schreef Erik Voermans in Het Parool van 6 oktober 2003. “Men moet hier niet te licht over denken. Het wonder was de première van Hector Berlioz’ Les Troyens. De opera was in Nederland nog nooit in een geënsceneerde versie te zien, wat na 145 jaar wachten (Berlioz voltooide het werk in 1858) misschien zo zoetjesaan toch wel eens tijd werd.”

Zes uur, inclusief de twee pauzes, duurde de voorstelling, die werd geregisseerd door Pierre Audi. Van de twintig voortreffelijke vocale solisten maakten vooral Petra Lang (Cassandra) en Yvonne Naef (Dido) indruk. Edo de Waart dirigeerde het RFO en het koor van De Nederlandse Opera. Voermans vond dat deze Troyens tot de allermooiste producties in de geschiedenis van DNO moest worden gerekend: “In de orkestbak (en in de coulissen, waar Berlioz ook een deel van de musici wilde hebben) laaide het vuur dan ook hoog op. Edo de Waart en het RFO beleefden in Les Troyens een van hun finest four hours, met dank aan Hector de Geweldige, die de ene orkestrale genialiteit aan de andere rijgt.” Kasper Jansen schreef in NRC Handelsblad: “Edo de Waart leidt met een onvermoeibare wil tot expressieve variatie het uitstekende Radio Filharmonisch Orkest en het fraai zingende koor. De Chasse royale et orage klinkt hier ongekend poëtisch.”

Bij het RFO stond Les Troyens zeker niet voor het eerst op de lessenaars. In 1952 voerde het orkest Les Troyens à Carthage (de laatste drie aktes van de gehele opera) uit in het Holland Festival o.l.v. Willem van Otterloo. De Nederlandse première van de complete opera vond plaats in Utrecht in 1987, o.l.v. Henri Lewis. In 1993 dirigeerde Edo de Waart eveneens een concertante uitvoering met RFO en GOK.

 

Herdenking van de slachtoffers van 9-11

Na 42 seizoenen van de Matinee op de Vrije Zaterdag trok de VARA zich terug als producent van deze internationaal vermaarde serie. Vanaf september 2003 werd het beheer overgenomen door een samenwerkingsverband van AVRO, NPS en TROS. De naam werd veranderd in ZaterdagMatinee, maar de artistieke leiding bleef in handen van Jan Zekveld zodat er geen sprake was van een koerswijziging.

Het 43e seizoen ging onder de nieuwe naam van start op 6 september 2003 met een concert dat door Kasper Jansen in NRC Handelsblad meteen al een historische Matinee werd genoemd. Het RFO, het GOK, het Nationaal Kinderkoor en Nationaal Jeugdkoor werden gedirigeerd door Edo de Waart in een programma dat een reconstructie was van een concert dat het New York Philharmonic Orchestra een jaar eerder gaf als herdenking op de aanslagen op het World Trade Center van 11 september 2001. Ter herdenking van de slachtoffers componeerde John Adams zijn On the transmigration of souls, niet zozeer als een requiem, maar als een ‘gedenkruimte’ voor de nabestaanden.

Erik Voermans beschreef het werk treffend in het Parool: “Adams mikte op een stuk met dezelfde diepte, dezelfde ‘gravitas’ als oude kathedralen. Daartoe verwerkte hij in Transmigration samples van sprekende nabestaanden, die berichtjes voorlezen die ze bij de ruïnes van het World Trade Center hadden achtergelaten, en zingen een gemengd koor en een kinderkoor geladen, aan dramatische oproepen ontleende zinnen. Ook worden als een litanie namen van slachtoffers voorgelezen en zijn verder New-Yorkse stadsgeluiden te horen (voetstappen, auto’s, sirenes, de wind)”.

Na de pauze klonk de monumentale Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven, met het slotkoor op tekst van Schillers Ode an die Freude. Het vocale solistenkwartet werd gevormd door Elizabeth Connell, Yvonne Naef, Klaus Florian Vogt en Eike Wilm Schulte. Het concert was, als alle Matinees, rechtstreeks te beluisteren via Radio 4 en werd ook door de Noorse radio rechtstreeks uitgezonden. Tal van radiostations elders in Europa zonden de opnamen later uit. Verder werd er een televisieregistratie gemaakt.

 

Zware wolken boven Hilversum

De directie van het MCO protesteerde op 17 november 2003 in een brief aan de Tweede Kamer tegen de bezuinigingen op de omroeporkesten, waartoe het kabinet Balkenende besloten had op voorstel van staatssecretaris Medi van der Laan van Cultuur. Het MCO zou in de komende jaren 5,5 tot 7,5 miljoen euro moeten bezuinigen door de capaciteit en het repertoire meer toe te snijden op bijzondere producties voor Radio 4 en een betere afstemming met niet-omroeporkesten. Volgens het kabinet zou een van de vier klassieke omroeporkesten opgeheven kunnen worden of wellicht het MCO in een andere opzet gaan werken. Volgens Jan Zekveld, artistiek leider van het MCO en hoofd levende muziek van de klassieke zender Radio 4, was het standpunt van het kabinet voorbarig. Het ging voorbij aan het nieuwe beleidsplan van het MCO, dat door de staatssecretaris niet eens is bekeken. In de plannen voor 2005-2008 was een integrale en coherente visie ontvouwd op de levende muziek op Radio 4, waarbij de rol van de afzonderlijke omroepen vergaand is teruggebracht, zoals de voormalige staatssecretaris Rick van der Ploeg had geëist, toen hij destijds het Radio Symfonie Orkest niet ophief. Zekveld: “Staatssecretaris Van der Laan frustreert nu het nieuwe beleid, ze gaat uit van de oude omroepstructuur en de oude imago’s. Ook de Raad voor Cultuur heeft zich achter het nieuwe, integrale muziekbeleid gesteld."

 

Jaap van Zweden wordt nieuwe chef RFO

Op vrijdag 7 november 2003 vond in het Amsterdamse Concertgebouw de contractondertekening plaats door de toekomstige chef-dirigent van het RFO: Jaap van Zweden. De gebeurtenis vond plaats op het podium van de Grote Zaal, aansluitend aan een camerarepetitie, en werd bijgewoond door de pers en andere genodigden.

 

 

Als introductie op de plechtigheid speelden koperblazers en slagwerkers onder leiding van assistent-dirigent Benjamin Wallfisch de Fanfare for the ‘coming’ Man van Aaron Copland. Na enkele inleidende woorden van orkestmanager Stefan Rosu tekende Van Zweden de overeenkomst die hem vanaf 1 januari 2005 als chef-dirigent aan het orkest verbond. Vervolgens werd hij feestelijk toegesproken door de voorzitter van de orkestcommissie Ronald Kok. Het officiële deel werd afgerond met het onthullen van een levensgrote poster waarmee de nieuwe chef werd verwelkomd. In de koorzaal van het Concertgebouw werd de bijeenkomst informeel voortgezet. Hier maakte Jan Zekveld, artistiek leider van het MCO, de eerste toekomstplannen met het RFO en Van Zweden bekend. Daarna was het tijd voor taart en champagne.

 

Complete orkestwerken van Rachmaninov op Octavia Records

Eind november 2001 maakte het RFO onder leiding van chef-dirigent Edo de Waart opnames van de Tweede Symfonie opus 27 en de Derde Symfonie opus 44 van Serge Rachmaninov voor het Japanse cd-label Octavia Exton. Voorafgaand aan de opname-sessies hadden al concertuitvoeringen van deze symfonieën plaatsgevonden. Het was het begin van een cd-project waarvoor uiteindelijk alle orkestwerken van deze componist (waarmee De Waart een bijzondere affiniteit heeft) werden opgenomen. De laatste opnames, van het Caprice Bohémien en het Scherzo in d, dateren van 9 mei 2003. De drie symfonieën en de Symfonische Dansen opus 45 verschenen aanvankelijk alleen in Japan op vier afzonderlijke cd’s, steeds aangevuld met één of twee kortere orkestwerken. In het najaar van 2003 werd tenslotte de complete serie ook in Europa uitgebracht in een SACD-box, getiteld: Rachmaninov, complete symphonies & orchestral works.

De vruchtbare samenwerking tussen het RFO en Octavia Records kreeg een langjarig vervolg. Onder leiding van Edo de Waart verschenen later 2 cd’s met orkestwerken van Richard Wagner alsmede een cd met werken van Richard Strauss. Onder leiding van Vladimir Ashkenazy werden vervolgens 2 cd’s met kleurrijke werken van Ottorino Respighi gerealiseerd en Jaap van Zweden zou later volgen met balletten van Igor Stravinsky en symfonieën van Anton Bruckner.

 

Verder naar 2004    Terug naar het overzicht