RFO Geschiedenis 2000

Extatische Saint François d’Assise in Amsterdam en Brussel

Op 25 maart 2000 vond in het Amsterdamse Concertgebouw een extra concert plaats in het 39e seizoen van de Matinee op de Vrije Zaterdag. Door het RFO werd Messiaens opera Saint François d’Assise uitgevoerd, een buitengewoon veeleisend werk, bestaande uit acht ‘tableaux’ met een gezamenlijke speeltijd van meer dan vier uur.

Dat Olivier Messiaen (1908-1992) zijn enige opera aan Sint Franciscus zou wijden lag voor de hand: hij was immers devoot katholiek, theoloog, en aan veel van zijn composities lag een mystiek-religieus onderwerp ten grondslag. Bovendien was hij ornitholoog en had hij vogelgezang tot een van zijn onnavolgbare stijlkenmerken gemaakt. Sint Franciscus als hoofdpersoon bood hem de gelegenheid om zijn omvangrijke ‘vogelcatalogus’ nog eens aan te spreken, met name in het lange zesde tableau: Le prêche aux oiseaux. Deze opera, die de kenmerken van een middeleeuws mirakelspel in zich draagt, kan in alle opzichten een indrukwekkende samenvatting worden genoemd van al het voorgaande in Messiaens oeuvre: de dragende muzikale rol van vogelzangen, maar ook de virtuoze ritmiek, extatische harmonieën en buitengewoon kleurrijke instrumentatie van een 119 man sterk orkest, met een opvallende rol voor het slagwerk en maar liefst drie ondes Martenot. De opera werd voltooid in 1983 en in 1986 vond de eerste concertante uitvoering in Nederland plaats. Het orkest was toen samengesteld uit het Radio Symfonie Orkest en het Radio Kamerorkest, aangevuld met een aantal musici uit het RFO. Dirigent Kent Nagano trok er zes weken repetitietijd voor uit, alvorens de opera in Bonn, Utrecht en Madrid tot klinken werd gebracht. Van de Utrechtse uitvoering produceerde de KRO een cd-box.

Voor de tweede Nederlandse uitvoering in 2000 moest het RFO onder leiding van Reinbert de Leeuw de monsterproductie in slechts twee weken zien te volbrengen: een risicovolle onderneming, maar ook een geweldige uitdaging voor het orkest! De rol van St. François werd gezongen door bas-bariton David Wilson-Johnson. De Engel werd vertolkt door sopraan Heidi Grant Murphy, die hiermee een indrukwekkend debuut maakte in de Matinee. Andere vocale solisten waren Stuart Kale, Quentin Hayes, Gordon Gietz, Marten Smeding, Frédéric Caton, Henk van Heijnsbergen en Palle Fuhr Jørgensen. De drie ondes Martenot werden bespeeld door Jeanne Loriod, Valérie Hartmann-Claverie en Dominique Kim. Het GOK en het WDR Rundfunkchor uit Keulen verzorgden het kooraandeel. Reinbert de Leeuw werd tijdens de voorbereidingen bijgestaan door assistent-dirigent Micha Hamel. En Messiaens weduwe Yvonne Loriod bemoeide zich persoonlijk met het lichtplan en de positie van de Engel in het Concertgebouw.

Erik Voermans signaleerde in Het Parool dat Reinbert de Leeuw met dit concert alle werken van Olivier Messiaen ten minste één keer heeft uitgevoerd. De Utrechtse uitvoering van 1986 kon volgens hem niet in de schaduw staan van deze vertolking: “Het RFO speelde weergaloos, de zeer uitgebreide slagwerksectie voorop. Ook de koren en de vocale solisten leverden buitengewoon aansprekende prestaties.” Ook Volkskrant-recensent Hans Heg meende: “Tijdens de première in Parijs, gedirigeerd door Seiji Ozawa, en ook bij de Utrechtse uitvoering in 1986 met Nagano, gingen er lang niet zoveel emoties door de zaal. Ook waar het om Messiaens uitzinnige extase ging was De Leeuw, Messiaenkenner bij uitstek, zijn collega’s de baas. Hij dirigeerde met een bezetenheid die de gecombineerde koren van Hilversum en Keulen en het versterkte Radio Filharmonisch Orkest tot topprestaties inspireerde."

Twee dagen later, op 27 maart 2000, werd de uitvoering herhaald in het Koninklijk Circus te Brussel, in het kader van het festival Ars Musica. Ook de Belgische pers liet zich niet onbetuigd. De Standaard oordeelde: “De manier waarop Reinbert de Leeuw deze krachttoer volbracht, was bewonderenswaardig. Van de wilde polyritmiek van het Grand concert d’oiseaux en het koor aan het einde van het voorlaatste tafereel maakte hij pakkende hoogtepunten, zonder aan de serene spanning te raken”. En een artikel in Le Soir concludeerde: “Lundi soir, usant pleinement de la spatialisation du Cirque royal, de Leeuw et sa myriade d’artisans ont vaincu l’impossible et nous ont offert un bonheur total”.

 

Edo de Waart dirigeert Kát’a Kabanová bij DNO

Tussen 5 en 30 mei 2000 verzorgde het RFO onder leiding van Edo de Waart tien voorstellingen voor de Nederlandse Opera van Leos Janáceks opera Kát’a Kabanová uit 1921. De regie was in handen van Willy Decker en de hoofdrollen werden gezongen door Susan Chilcott (Kát’a), David Kuebler (Boris), Hubert Delamboye (Tichon) en Dame Josephine Barstow (Kabanicha). Het libretto, geschreven door de componist, is gebaseerd op het toneelstuk De Storm van A.N. Ostrovski. De thematiek van deze opera, een ongelukkig getrouwde vrouw wordt verliefd op een andere man en gaat te gronde aan de innerlijke tweestrijd, is een gegeven waartoe Janácek zich door zijn eigen situatie zeer aangetrokken voelde. Kát’a is een vrijgevochten geest, maar ze zit gevangen als een vogel in een kooi. Zij zingt: ”Ik droom heel vaak dat ik een vogel ben. Heerlijk hoog in de lucht !” Onmachtig als zij is om zich los te maken van haar omgeving, gaat zij met open ogen haar ondergang tegemoet.

Kasper Jansen schreef in de NRC: “De beklemmende voorstelling is een vrijwel voorbeeldig geheel en maakt veel indruk. Er wordt met enorme inzet gezongen door een uitstekende cast. In zijn eerste nieuwe productie als chef-dirigent van de Nederlandse Opera laat Edo de Waart het Radio Filharmonisch Orkest spelen op zijn top. De Waart komt tot een opmerkelijke opbouw van de muzikale dramatiek, die bij de blazers soms klinkt als een schrille schram. […] De voorstelling is vooral een triomf voor de Britse sopraan Susan Chilcott als Kát’a. Ze is werkelijk meelijwekkend, ze zingt hartverscheurend en haar schrijnende emoties gaan door merg en been”.

Susan Chilcott maakte in 1991 haar debuut bij de Scottish Opera en trad daarna onder meer op in Europa, Glynbourne en bij Covent Garden. Zij overleed in 2003 op 40-jarige leeftijd aan een slopende ziekte.

 

Edo de Waart geridderd

Op 26 mei 2000 werd in MCO Studio 5 een feestelijke bijeenkomst gehouden ter gelegenheid van het feit dat chef-dirigent Edo de Waart 35 jaar als dirigent werkzaam was. Het jubileum werd gevierd in aanwezigheid van Rick van der Ploeg, staatssecretaris voor Cultuur en Media, het curatorium van het MCO, de MCO-stafleden, het voltallige RFO en vele genodigden.

 

 


In een welkomstwoord bood curatoriumvoorzitter Joop Linthorst de jubilaris een overzicht aan van alle door hem met het RFO gemaakte opnamen. Vervolgens nam Edo de Waart deel aan een forum met Rick van der Ploeg, Jan Riezenkamp, directeur-generaal van het ministerie van OCW (bovendien voormalig wethouder van Rotterdam in de periode dat De Waart chef-dirigent was van het Rotterdams Philharmonisch Orkest) en VPRO-directeur Hans van Beers. In het gesprek dat geleid werd door publicist Martin van Amerongen kwam onder meer de actuele kunstenpolitiek aan de orde. Vervolgens richtte staatssecretaris Van der Ploeg zich tot Edo de Waart met de woorden: ”Het heeft Hare Majesteit behaagd ...” en ontving de jubilaris de versierselen behorende bij de onderscheiding van ‘Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw’. In een dankwoord benadrukte een zichtbaar ontroerde De Waart nog maar eens zijn enorme waardering voor het RFO: “Ik heb op artistiek, maar ook op menselijk vlak nog nooit met een orkest zo prettig gewerkt als hier”. En over het lintje: “Ik ben er wel blij mee, maar het is van ons allemaal, jullie mogen het allemaal wel eens op!”

Onder leiding van Alexander Liebreich luisterde het RFO de avond op met de nodige fanfares en ten slotte een uitvoering van Enigma Variations van Edward Elgar. Daarna was het tijd voor de nazit en de gelukwensen.

 

 

Opening serie ‘Oorlog en vrede’ in Rotterdam

Onder de naam 'Oorlog en vrede' ging op 23 september 2000 in de Rotterdamse Doelen de nieuwe themaserie van start. Deze concertserie met het RFO, gepresenteerd door de AVRO en De Doelen, bestond uit zes concerten gewijd aan het thema oorlog in de muziek van de afgelopen eeuw. In de wervingsbrochure van de serie lezen we: “De Tweede Wereldoorlog was een van de meest ingrijpende gebeurtenissen van de afgelopen eeuw, niet in de laatste plaats voor de stad Rotterdam waar het bombardement zijn onuitwisbare sporen heeft nagelaten. Overal in Europa werd het dagelijks leven, ook dat van componisten, bepaald door de oorlogservaringen en de hoop op een betere toekomst. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de oorlog voor vele componisten een belangrijk en onvermijdelijk thema is geweest”.

In deze serie, waarin het RFO geleid werd door dirigenten als Edo de Waart, Hartmut Haenchen, Claus Peter Flor en Mark Wigglesworth, was een bijzondere plaats ingeruimd voor de drie ‘oorlogssymfonieën’ (de nummers 7, 8 en 9) van Dimitri Sjostakovitsj, wiens 25e sterfdag in dat jaar werd herdacht. Rondom deze kern waren werken geprogrammeerd van een breed spectrum van twinstigste-eeuwse componisten, die een relatie hebben tot het thema 'Oorlog en vrede', Fransen, Tsjechen, Hongaren, Russen, maar ook Duitsers en Oostenrijkers. Zo preikte de ooit ‘besmette’ Metamorphosen van Richard Strauss op het zelfde concertprogramma als de aangrijpende Symphonie Liturgique van Arthur Honegger en werd de serie afgesloten met het War Requiem van Benjamin Britten.

De serie werd op 23 september geopend met een uitvoering van Das Buch mit sieben Siegeln van de Oostenrijkse componist Franz Schmidt. Dit oratorium, gebaseerd op gedeelten uit de Openbaringen van Johannes, werd enkele jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog gecomponeerd. Markant is de wrange actualiteit van het onderwerp: de componist overleed kort voor het uitbreken van de oorlog en van de onbeschrijfelijke Apocalyps die daarvan het gevolg was. Het werk werd uitgevoerd door RFO, GOK en vocale solisten onder leiding van Alexander Liebreich.

Onder de kop ‘Rotterdam in de ban van Apocalyps’ opende Telegraaf-recensente Bela Luttmer: “Het eerste concert in de serie ‘Oorlog en Vrede’, een coproductie van de AVRO en De Doelen, zal de luisteraars nog lang bijblijven. Zelden is de inktzwarte dreiging van dood en ondergang krachtiger op muziek gezet dan in Franz Schmidts oratorium Das Buch mit sieben Siegeln. En zelden is dit werk in ons land overtuigender te horen geweest dan in de uitvoering door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor.”

 

Jean Fournet een halve eeuw verbonden aan het RFO

Op zondag 12 november 1950 maakte de jonge dirigent Jean Fournet zijn debuut bij het Radio Philharmonisch Orkest (toen nog met Ph), met een studio-opname van onder andere de Symfonie nr. 1 “Jean de la peur” van Landowski. Een dag later dirigeerde hij het orkest in een directe radio-uitzending met werk van Roussel, Dukas, Von Weber en Schumann. Sindsdien bleef hij aan het RFO verbonden, aanvankelijk als regelmatig terugkerend gastdirigent, later een lange periode als chef-dirigent (1961-1978) en tenslotte als Chef d’Orchestre Permanent Invité. De 50-jarige band tussen Fournet en het RFO werd gevierd met een concert in het Amsterdamse Concertgebouw op zondag 19 november 2000. Voor de 87-jarige maître betekende het zijn 534e productie met het RFO. Het programma vermeldde twee grote Franse werken: La boite á joujoux van Debussy en de Symphonie fantastique van Berlioz.

 

 

Aansluitend aan het concert werd in de pleinfoyer van het Concertgebouw een receptie gehouden. Hier vond de presentatie plaats van een box met 8 cd’s onder het label Q-Disc met inmiddels historische opnamen door het RFO o.l.v. Jean Fournet:

    Olivier Messiaen – Turangalîla Symphonie
    Hans Henkemans – Partita, Vioolconcert
    Manuel de Falla – Noches en los jardines de España
    Maurice Ravel – Daphnis et Chloé: suites 1 en 2 (m.m.v. GOK)
    César Franck – Psyché, Redemption (m.m.v. GOK)
    Henk Badings – Symfonische variaties, Pianoconcert nr. 1, Symfonie nr. 5
    Frank Martin – Le mystère de la Nativité (m.m.v. GOK)
    Jules Massenet – Le jongleur de Notre-Dame (m.m.v. GOK)

Bij de 8 cd’s was een extra dvd gevoegd met legendarische televisieregistraties van:

    Claude Debussy – La Mer
    Maurice Ravel – La Valse
    Ludwig van Beethoven – Vioolconcert (solist: Zino Francescatti)

Ook het personeelsblad RFO-Informeel besteedde extra aandacht aan de waardevolle en duurzame relatie tussen Jean Fournet en het orkest. Behalve een gedegen artikel van oud-orkestlid Adriaan van ‘t Wout werden er tal van felicitaties uit de Nederlandse en internationale muziekwereld geplaatst. Ook de maître zelf kwam aan het woord met de volgende brief (oorspronkelijk in het Frans):

 

Dear Friends,
When I was invited in 1950 to conduct a concert with the RFO, little did I imagine that a few years later I would be asked to become the principal conductor of that ensemble. This was the beginning of a profound and particularly pleasant collaboration that made me say one day that Holland was my second musical fatherland. In actual fact, this orchestra is the image of the ideal relationship between an orchestra and it’s conductor in professional relationships as well as human relationships. I often rethink with much interest and musical satisfaction of the great and important activity of the RFO, of all the recordings and the concerts that number, I was told, above 600! The famous concerts of the VARA Matinee on Saturday in the Concertgebouw, among others the works of Olivier Messiaen Turangalila and Canyon aux Etoiles with the composer present for rehearsals and concerts and always with first class soloists. I also rethink of the tours and numerous concerts the orchestra played in foreign countries (Italy, Germany and France). I am fortunate to continue my professional activity to this day and it is always a pleasure for me to return to this orchestra which occupies a special place in my heart.
Jean Fournet

 

RFO op festival ‘Ligeti 2000’ in Gütersloh

Op uitnodiging van de Hongaarse componist György Ligeti nam het RFO onder leiding van Micha Hamel deel aan het festival Gütersloh 2000: György Ligeti. Van Ligeti was bekend dat hij alleen genoegen nam met de hoogste artistieke kwaliteit en daarom gold deze uitnodiging voor orkest en dirigent als een grote eer. Andere gasten die optraden in het festival waren pianist Pierre-Laurent Aimard, The King’s Singers, de Hongaarse Amadinda slagwerkgroep en het ASKO-Schönberg Ensemble. Het RFO-concert, waarmee het festival werd afgesloten, vond plaats op 26 november 2000 in het Theater van de Stadthalle Gütersloh en het programma bestond uit de grote orkestwerken van Ligeti:

    Lontano (1967)
    Apparitions (1958-59)
    San Francisco Polyphony (1973-74)
    Atmosphères (1961)
    Alte ungarische Gesellschaftstänze (1949)
    Concert Românesc (1951)

Thomas Klingebiel deed uitgebreid verslag van dit concert in de Neue Westfälische. Over de uitvoering van Lontano schreef hij: “Dem hierzulande wenig bekannten jungen Dirigenten Micha Hamel (30) und der Niederländischen Radio Philharmonie gelang hier eine durchweg packende, detailliert durchhörbare Darstellung des gewiss nicht einfach zu spielen Stücks”. Over San Francisco Polyphony: “Das daraus resultierende sprödere, kontrastreichere Klangbild realisierten Hamel und das Orchester mit bezwingendem Elan und grosser Präzision”. Karl Heinz Spreyer noteerde in het Westfalen-Blatt: “Riesenapplaus für einen beglückten Komponisten, den brillanten Konzertmeister, das Orchester mit viel Intensität und seinen suggestiven und druckvollen Leiter Micha Hamel.”

Met het doel de bekendheid van het RFO bij een buitenlands publiek te onderzoeken werd er door middel van een vragenformulier een korte enquête gehouden onder de concertbezoekers. Hieruit bleek dat ruim 64% nooit eerder van het orkest had gehoord. Op de vraag met welke muziek men het RFO associeerde moest 60% van de ondervraagden het antwoord schuldig blijven. Maar op de vraag of men het RFO na dit concert aan vrienden zou aanbevelen antwoordde meer dan 95%: Ja, ganz bestimmt.

 

Verder naar 2001    Terug naar het overzicht