RFO Geschiedenis 1996

RFO boekt succes met Werther bij DNO

In januari 1996 begeleidde het RFO met Edo de Waart in het Muziektheater te Amsterdam de Nederlandse Opera in de produktie Werther van Jules Massenet. Solistische medewerking verleenden o.a.: Martin Thompson (Werther) en Susan Graham (Charlotte, zie foto). Regie: Willy Decker. Hoewel Jules Massenet (1842-1912) maar liefst 25 opera’s schreef, hebben alleen Manon (1884) en Werther (1886) zich echt kunnen handhaven. “Was Massenets muziek te vrouwelijk, te geparfumeerd voor de harde, kille halve eeuw na de Tweede Wereldoorlog?”, vroeg Peter van der Lint zich af in Odeon. Hij vond het tekenend voor deze tijd, dat de vioolsolo Méditation de Thaïs de bekendste melodie van Massenet uit Thaïs is. Debussy was niet gecharmeerd van Massenets muziek en noemde de climaxen in Werther ‘obligate herrie’.

De overgevoelige dweperigheid van de problematiek uit Goethe’s roman is misschien tijdgebonden. Charlotte beloofde haar stervende moeder met Albert te zullen trouwen. Een kennismaking met Werther brengt haar aan het twijfelen tussen het avontuur en de burgelijke levensvorm. Zij kiest voor Albert, waarna Werther ten onder gaat.

Jo Sporck (Eindhovens Dagblad): “Het is de door de sentimentele Werther aanbeden maar aan de brave mens Albert uitgehuwelijkte Charlotte, die uiteindelijk zorgt voor het conflict en een geloofwaardig drama. In de eerste twee bedrijven is zij een lyrische sopraan, gaandeweg volgt een dramatische invulling. Susan Graham blijkt zo’n complete zangeres en actrice, in staat om larmoyante romantiek om te buigen in meeslepend theater. […] Het onder leiding van Edo de Waart soepel, breeduit en toch intiem musicerend Radio Filharmonisch Orkest staat bij de theatrale vondsten van Willy Decker enigszins in de schaduw van het gebeuren op het toneel. Daarmee vaart deze Werther wel.” Aad van der Ven (Utrechts Nieuwsblad): “Susan Graham houdt zich aanvankelijk in om in de derde en vierde acte des te meer intensiteit te kunnen geven. Haar zingen is onder alle omstandigheden van een voortdurende smetteloze schoonheid. Alleen voor deze Amerikaanse mezzo is deze produktie al de moeite waard. […] De solisten profiteren van de manier waarop Edo de Waart deze muziek dirigeert. Alles verloopt soepel en heeft een natuurlijke adem. De klank die hij aan het Radio Filharmonisch Orkest ontlokt heeft precies die lichtheid, beweeglijkheid en sensualiteit waarom deze muziek vraagt. Wie zei dat Massenet, wiens aria’s honderd jaar geleden door dienstmeisjes en slagersjongens werden gezongen, anno 1996 eigenlijk niet meer kon?”

De NPS zond de opera Werther uit op Radio 4 en op televisie via Nederland 3.

 

 

Opening van Muziekcentrum met Keuris’ Arcade

Met ingang van 1995 waren de vier orkesten, het koor en de muziekbibliotheek van de omroep organisatorisch ondergebracht in een afzonderlijke Stichting Muziekcentrum van de Omroep. Met deze stichting werd continuiteit gegarandeerd krachtens een wetswijziging, vergezeld van een financiering uit de omroepmiddelen. Het doel van de stichting bleef in de eerste plaats het uitvoeren van bijzondere programma’s voor de publieke omroep. Om deze nieuwe stimulans kracht bij te zetten, betrokken de omroepensembles en de muziekbibliotheek in hun jubileumjaar een verbeterd en uitgebreid muziekcentrum, het voormalig VARA-complex aan de Hilversumse Heuvellaan 33. Voor het eerst in de geschiedenis konden musici van de omroepensembles onder één dak in eigen repetitie- en opnameruimten met een eigen akoestiek de veeleisende uitvoeringen optimaal voorbereiden dan wel opnemen. Het succes van het kunst- en programmabeleid van de overheid en de publieke omroep leek hiermee verzekerd. 

 

Op zaterdag 20 januari 1996 vond de officiële opening plaats van het intensief verbouwde en uitgebreide Muziekcentrum van de Omroep. Voorafgaand aan de opening maakten eregast Z.K.H. Prins Claus en andere genodigden, waaronder de Hilversumse burgemeester mevrouw J.G. Kraaijeveld-Wouters en Commissaris van de Koningin in Noord-Holland Dr. J.A. van Kemenade, een rondgang langs de repeterende ensembles in hun nieuwe repetitiezalen. Zij lieten zij zich hierbij informeren door de dirigenten en enkele orkestleden. De voormalige grote VARA-studio was nu omgedoopt tot MCO-1, waar het Radio Symfonie Orkest (chef-dirigent Kees Bakels) repeteerde. MCO-2, het oudste deel van het gebouw was ingericht als slagwerkstudio. De nieuwe studio MCO-3 was speciaal ontworpen voor de repetities en opnames van het Metropole Orkest (chef-dirigent Dick Bakker) en de nieuwe repetitieruimte voor het GOK (chef-dirigent Martin Wright) heette MCO-4. De nieuwe grote zaal, MCO-5, werd wel het paradepaardje van het nieuwe muziekcentrum genoemd. Hier had het RFO reeds in februari 1995 zijn intrek genomen. Een apart verhaal vormde MCO-8, de voormalige studio van het Metropole Orkest. Deze zaal was nu bestemd voor het Radio Kamerorkest (met de chef-dirigenten Ton Koopman en Peter Eötvös), maar de akoestiek voldeed nog bij lange na niet aan de verwachtingen. Zolang deze problemen niet waren opgelost zag het RKO zich genoodzaakt om gebruik te blijven maken van de Hilversumse Jozefkerk. De uitleenbalie van de muziekbibliotheek kreeg een prominente plaats in de centrale hal van het Muziekcentrum en de zeer omvangrijke collectie bladmuziek werd in de kelders opgeslagen. Verder was er in het gebouw voldoende plaats voor instrumentenopslag, inspeelruimtes, solistenkamers, kantoren en de catering.

De officiële opening werd later in de middag verricht door de musici van het RFO. Geen lintenknipperij, maar een klein concert voor de genodigden. Onder leiding van chef-dirigent Edo de Waart werd de wereldpremière gebracht van Arcade, zes preludes voor orkest van de Hilversumse componist Tristan Keuris. De opdracht voor dit werk was een geschenk aan het MCO van architect Carel Weeber (de Architekten Cie.) De titels van de zes deeltjes verwijzen dan ook naar termen uit de bouwkunde: Aureole, Campanile, Colonnade, Arabesques, Cenotaph en Cornice. Keuris droeg het werk op aan het Radio Filharmonisch Orkest. Vier maanden later vond een cd-opname plaats van Arcade onder leiding van David Porcelijn (Emergo EC 3933-2). Het werk heeft repertoire gehouden en komt nog met enige regelmaat terug op de programma’s van het RFO.

 

Fotoboekje RFO 50 van Marco Borggreve

Ter gelegenheid van het gouden jubileum van het RFO verscheen in januari 1996 een fraai vormgegeven fotoboekje van kunstfotograaf Marco Borggreve. Twee seizoenen lang, van oktober 1993 tot augustus 1995, volgde hij het orkest op de voet. Hij kreeg toegang tot alle repetities en concerten en de musici beschouwden hem in deze periode als een niet-spelende collega. Zowel in de spotlights als achter de schermen wist hij zijn werk onopvallend en geruisloos te verrichten. Niemand keek er na verloop van tijd meer van op als hij weer eens met zijn camera temidden van het repeterende orkest, of tijdens een vergadering opdook. Dat stelde hem in staat de dirigenten, solisten, orkest- en stafleden op zeer natuurlijke wijze, zonder poseergedrag, vast te leggen. Hoewel de foto’s in het boekje niet van onderschrift of commentaar zijn voorzien (de beelden spreken voor zichzelf), schreef Marco Borggreve zelf een nawoord: “[…] Musiceren is elkaars blikken zoeken, genieten van een collega die vol overgave zijn enkele noten inbrengt, samen lachen om een fout en met z’n allen wachten op dat ene moment waarop alles samenvalt, waarop je weet waarom je daar wilt zitten”. Een groot deel van de foto’s werd gedurende het jaar 1996 geëxposeerd in het vernieuwde gebouw van het MCO.

 

RFO op tournee door Duitsland, Oostenrijk en Liechtenstein

Een “jubileum-tour”. Zo werd de tournee genoemd, die het RFO van 1 t/m 15 mei 1996 ondernam naar Duitsland, Oostenrijk en Liechtenstein. De reis voerde langs de concertzalen van Wiesbaden, Karlsruhe, Wenen, Salzburg, Regensburg, Stuttgart, Vaduz, Nürnberg, Aschaffenburg en Aken. Vijf verschillende programma’s waren samengesteld uit de volgende werken:

    Wagner – Eine Faust-Ouvertüre
    Mendelssohn – Vioolconcert op. 64 in e
    Beethoven – Vioolconcert op. 61 in D
    Mozart – Symfonie nr. 35 in D, “Haffner”
    Mahler – Symfonie nr. 5 in cis
    Stravinsky – Le sacre du printemps

Solist in beide vioolconcerten was de jeugdige Amerikaan Joshua Bell. Chef-dirigent Edo de Waart was aangekondigd voor alle concerten, maar hij besloot “wegen plötzlicher Erkrankung” het concert in Vaduz af te staan aan assistent-dirigent Lawrence Renes, die hier voor het eerst een symfonie van Mahler mocht dirigeren. In het reisgezelschap bevonden zich verder journaliste Bente-Helene van Lambalgen, fotograaf Marco Borggreve en het Bromet-team van ID-cultuur, die ieder op hun manier de verrichtingen van het orkest vastlegden.

 

 


Hoogtepunt van de tournee was voor veel musici op 5 mei het RFO-debuut in de Weense Musikverein, die net als het Amsterdamse Concertgebouw tot de topzalen van de wereld wordt gerekend. Edo de Waart sprak het orkest op dit podium toe met de gedenkwaardige woorden: “Mahler was net zoveel Wenen als Amsterdam, jullie hebben het volste recht om hier in deze fantastische zaal Mahler te spelen. Jullie hóren op dit podium”. Een dag later werd het toch al krappe reisschema van Wenen naar Salzburg danig in de war geschopt door ernstige files. De pauze onderweg kwam hierdoor te vervallen. Dorstig, hongerig en geradbraakt arriveerden de musici op het allerlaatste moment bij het Festspielhaus in Salzburg. Er was geen tijd voor een lunch, De Waart wilde zo snel mogelijk repeteren, want die avond stonden voor het eerst de Faust-Ouvertüre en de Sacre op het programma. Voor hem was het een belangrijk concert, hij zou immers enkele maanden later Nicolaus Harnoncourt vervangen in de Salzburger Festspiele en wist dat alle ogen op hem waren gericht. Orkestinspecteur Bob Krikke wist snel flesjes water en een kist appels te regelen en onder veel gemor over en weer vond de repetitie toch plaats volgens schema. De beide concerten in Salzburg verliepen overigens succesvol.

De tournee was georganiseerd door Konzertdirektion Kempf GmbH uit Wiesbaden. Impresario Wilfried Strohmeier reisde mee en voorzag het orkest tijdens de pauzes van de concerten van koffie, want de meeste Duitse concertzalen kennen geen artiestenfoyer. Hij zag er wel streng op toe dat de plastic bekertjes niet op zijn Hollands werden samengeknepen of als asbak werden gebruikt, want ze moesten worden afgewassen en hergebruikt.
 

 

RFO met onorthodoxe bezettingen in Holland Festival

Met drie bijzondere producties was het RFO vertegenwoordigd in het Holland Festival van 1996. Op zaterdag 8 juni verzorgde het orkest in het Amsterdamse Concertgebouw, samen met het GOK en een elftal vocale solisten o.l.v. Lawrence Foster, de Nederlandse première van Oedipe, een lyrische tragedie in vier bedrijven van de Roemeense componist George Enescu. Het betrof een co-productie met VARA radio.

Onder de titel Boulez-retrospectief presenteerde het Holland Festival in samenwerking met de NPS een deelserie, waarin de componist Pierre Boulez centraal stond. Hierin maakten verschillende solisten hun opwachting, waaronder de pianisten Florent Boffard en Pierre-Laurent Aimard, en ensembles als het Arditti strijkkwartet, het Ensemble InterContemporain, het Schönberg Ensemble en het Nederlands Kamerkoor. Het RFO, sopraan Laura Aikin en dirigent Peter Eötvös (zie foto) traden aan op zaterdag 22 juni in het Amsterdamse Concertgebouw. Op het programma stond slechts één werk: het veeleisende vijfluik Pli selon pli (versie 1990). De titel van dit gigantische opus is ontleend aan Stéphane Mallarmé’s gedicht Remémoration d’amis belges, waarin de dichter beschrijft hoe hij met vrienden in de optrekkende mist door Brugge wandelt. ‘Plooi volgens plooi’ rijst de stad uit haar nevels op, een prachtige metafoor voor de geleidelijke manier waarop deze compositie vorm heeft gekregen. De orkestbezetting wijkt opmerkelijk af van het traditionele symfonieorkest. Het strijkorkest is behoorlijk uitgedund en de strijkinstrumenten worden individueel behandeld. Daar tegenover staat een opvallende, acht man sterke slagwerksectie met een omvangrijk instrumentarium. Behalve de met saxofoons uitgebreide blazersgroep maken ook drie harpen, celesta, gitaar en mandoline deel uit van het kleurrijke ensemble.

Ruim een week later, op zondag 30 juni, vond het slotconcert van het Holland Festival 1996 plaats, wederom in de grote zaal van het Concertgebouw. Hierin werd het RFO opnieuw gedirigeerd door Peter Eötvös, specialist op het gebied van hedendaagse muziek. Op het programma stonden twee zelden gespeelde werken van Luciano Berio en ook hier was weer sprake van onorthodoxe bezettingen. Voor de pauze was het orkest verdeeld in vijf groepen, verspreid over podium en balkon, voor Allelujah II uit 1958. Na de pauze nam naast iedere instrumentalist een koorlid uit het GOK plaats voor een uitvoering van Coro per voci e strumenti uit 1977.

Festivaldirecteur Jan van Vlijmen werd in de pers geroemd om zijn bijzondere programmering. In Trouw signaleerde Franz Straatman bovendien dat een nieuwe generatie musici de muziek van de twintigste eeuw met verve weet te realiseren. Een groot verschil met twintig jaar geleden: “In allerlei orkesten werden kleine sabotages gepleegd uit afkeer van nieuwe muziek. Hoe anders in dit Holland Festival, waarin het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van de even deskundige als gedreven dirigent Peter Eötvös het zeer moeilijk geachte Pli selon pli van Boulez vorige week met een ongehoorde grandeur presenteerde.” Het Berio-concert vormde volgens Straatman het hoogtepunt van het Holland Festival. Over Coro oordeelde hij: “[…] de live-uitvoering door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor leverde circa een uur sensatie op, zo schitterend kwamen de spanningslijnen, emoties en kleurcombinaties tot uitdrukking in deze op teksten uit alle werelddelen gebaseerde ‘symfonie’.”

 

RFO opent ArenA met De Overwinning

Op 25 augustus 1996 gaf het RFO een concert in de splinternieuwe Amsterdam ArenA. Het concert maakte onderdeel uit van een serie openingsfestiviteiten en was tevens de Finale van de Uitmarkt 1996. Aan het evenement, dat de toepasselijke titel De Overwinning droeg en door duizenden werd bezocht, verleenden ook het Groot Omroepkoor en de Koninklijke Harmonie Thorn hun medewerking. Als solisten traden aan: Eros Ramazotti, Maxim Vengerov, Andrea Bocelli en Ruth Jacott. Het geheel stond onder leiding van Lawrence Renes, die overigens nog niet geheel hersteld was van de beenbreuk die hij in zijn vakantie had opgelopen. Het concert werd geproduceerd door ID Cultuur & MOJO Concerts en in zijn geheel rechtstreeks uitgezonden door AVRO tv.

De feestelijke avond werd geopend met de ouverture De Overwinning (“vrij naar Verdi”), die RFO-slagwerker Henk de Vlieger speciaal voor de gelegenheid componeerde, op basis van voetballiederen. Na een tweetal nummers van Eros Ramazotti en zijn band speelde sterviolist Maxim Vengerov de bekende Méditation de Thaïs van Jules Massenet. De Nederlandse Ruth Jacott en de Italiaan Andrea Bocelli bezongen samen hun liefde voor de muziek in Vivo per lei. In een koren-medley van Giuseppe Verdi, waarin het enthousiaste publiek deinend en zingend participeerde, betraden als verrassing maar liefst 150 jeugdige trompettisten in “egyptisch” tuniek het podium. Echte kanonnen werden ingezet voor Tsjaikovski’s Ouverture 1812, waarbij het RFO aan het slot werd versterkt door de Koninklijke Harmonie Thorn. Andrea Bocelli zong vervolgens Puccini’s wereldhit Nessun dorma! Het concert werd spectaculair afgesloten met Freddy Mercury’s We are the champions in een opzwepend arrangement van Chiel Meijering.

 

Startschot ’96 met wereldpremière van Michael Torke

Met de manifestatie Startschot, een co-productie van AVRO, EO, KRO, NCRV, NPS, TROS, VARA, VPRO, MCO en Muziekcentrum Vredenburg, werd in twee zalen op zaterdag 14 en zondag 15 september 1996 het concertseizoen van Utrecht feestelijk geopend. Alle MCO-ensembles gaven hun visitekaartje af. Radio 4 zond alle concerten rechtstreeks uit.

De Slagwerkgroep van het MCO gaf onder leiding van Lawrence Renes op zondagmiddag in de Grote Zaal een door Henk de Vlieger en Jeroen Kramer samengestelde introductie van de instrumenten, gevolgd door Moessorgski’s Schilderijen van een tentoonstelling. De Slagwerkgroep bestond uit Michel Stevens, Arno van Nieuwenhuize, Evert van Luit, Frank Wardenier en Harry van Meurs (percussie), Eddy Koopman en Hans Zonderop (vibrafoon), Mark Haeldermans (xylofoon), Ruud Stotijn (xylorimba), Herman Rieken en Peter Prommel (marimba), Richard Jansen (basmarimba), Nick Woud en Paul Jussen (pauken), Nine Kwint (harp) en Frank Mol (piano en celesta). “Henk de Vlieger, slagwerker in het Radio Filharmonisch Orkest, had een zeer geslaagde bewerking gemaakt van de Schilderijententoonstelling voor de slagwerkers van de omroep-orkesten. Lawrence Renes leidde de slagwerkers in een spetterende uitvoering van deze even slimme als vakkundige en aansprekende bewerking”, schreef Roeland Hazendonk in de Telegraaf

’s Middags presenteerden Edo de Waart en het RFO zich eerst met een viertal voorspelen uit de Wagneropera’s Die Meistersinger von Nürnberg, Lohengrin en Tannhäuser. ’s Avonds klonk de wereldpremière van Book of Proverbs van Michael Torke, dat de Amerikaan in opdracht van het MCO gecomponeerd had ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het RFO. Medewerking verleenden Susan Chilcott (sopraan), Kurt Ollmann (bariton) en het GOK. “Torke is absoluut een handige vakman, maar zijn gemakzuchtige swingende combinatie van orkestrale big band muziek met een vleugje Stravinsky en wat hippige pop-invloeden, is voor Nederlandse begrippen wel erg plat en commercieel. Een beetje toegankelijker eigentijdse muziek is in het huidige tijdsgewricht zeker welkom – zie de lichte crisis waarin de hedendaagse-muziekensembles in ons land zich bevinden— maar een zo openlijke knieval voor het publiek en de slechte smaak is nu ook weer niet nodig”, aldus Roeland Hazendonk.

 

Vijfdelige tv-documentaire ‘RFO van binnenuit’

In het najaar van 1996 presenteerde de NPS de tv-documentaire Het RFO van binnenuit. Deze film, gemaakt door Frans Bromet, bestond uit vijf afzonderlijke delen van 25 minuten elk, die op vijf opeenvolgende maandagavonden prime time op Nederland 3 werden uitgezonden.

1. Edo en Peter. Over de band tussen chef-dirigent Edo de Waart en contrabassist Peter Jansen, waarbij de contrabassolo uit Mahlers Eerste Symfonie centraal staat.
2. Mart. Piccolo-speelster Mart Benders vertelt over haar instrument en wordt gevolgd tijdens audities voor eerste fluit.
3. Paul. Solo-hoornist Paul van Zelm in woord en beeld, inclusief een buitenlandse reis naar een hoornatelier.
4. Harry en Sabine. Over slagwerker Harry van Meurs en zijn instrumentarium en over altvioliste Sabine Duch.

5. Over de RFO-tournee naar Duitsland en Oostenrijk in mei 1996.

 

 

 

Frans Bromet stond al bekend als de interviewende cameraman in programma’s als Buren en Zaal over de vloer. Zijn unieke aanpak in deze documentaireserie gaf volgens NRC-journalist Kasper Jansen een beeld van het leven en werk van de musici, dat haaks staat op wat het publiek denkt over Kunst, Kunstenaars of Muziek: “Hij is met zijn licht cynische en zeurderige toontje een perfecte interviewer die exact vraagt wat je als kijker wil weten. Hij wil, net als wij thuis, dat mensen hun verhaal vertellen in de goede volgorde en zonder moeilijke woorden. En als ze ergens omheen draaien gaat Bromet wat zuigen en jennen. In deze serie combineert Bromet die interviewtechniek met de ideale vorm van een korte documentaire die bij toeval een goed geschreven draaiboek lijkt te hebben met een pakkend begin, een stevig middenstuk en een prachtig slot.”

 

Verder naar 1997    Terug naar het overzicht