RFO Geschiedenis 1995

Ives-serie in de VARA-Matinee

Behalve de Mahler-cyclus, die de Matinee op de Vrije Zaterdag in samenwerking met het RFO presenteerde, vond er in het Matinee-seizoen 1994/95 nog een opzienbarende serie plaats en wel rond Charles Ives. Daarin voerde het RFO de meest populaire composities uit van de man die zijn brood verdiende aan verzekeringen, maar leefde voor de muziek en die pas laat erkenning kreeg als Amerika’s grootste componist. Op 26 november had het orkest in de Matinee onder leiding van David Robertson al twee werken van Ives gespeeld: Three Places in New England en de Symfonie nr. 3 ‘The camp meeting’. De Duitse dirigent Ingo Metzmacher nam op 21 januari 1995 twee andere Ives-werken voor zijn rekening. In The Unanswered Question namen volgens de aanwijzingen van de componist slechts vier fluitistes op het podium plaats, terwijl Metzmacher met het complete strijkorkest en een eenzame trompettist zich ver in de gangen van het Concertgebouw bevonden. Na de pauze volgde de complete Holidays Symphony, waarin het RFO werd bijgestaan door het Koor Nieuwe Muziek.

Het slotconcert van de serie werd gegeven op 25 februari 1995, in samenwerking met het GOK. Chef-dirigent Edo de Waart dirigeerde voor de pauze de Nederlandse première van zes koorfragmenten uit de opera The Death of Klinghoffer van John Adams op teksten van Alice Goodman. Na de pauze klonk Ives’ Vierde Symfonie. Deze monumentale compositie biedt een complete staalkaart van alle vernieuwingen die Ives op eigen houtje uitdacht, waaronder het simultaan optreden van compleet verschillende muzieken. Het orkest splitst en hergroepeert zich herhaaldelijk. Er zijn dan ook twee dirigenten vereist om dit alles in goede banen te leiden: Edo de Waart werd geassisteerd door Jurjen Hempel (zie foto). De pianosolo in deze symfonie werd gespeeld door René Eckhardt. De televisie-opname van dit concert werd op 12 maart uitgezonden in de gezamenlijke zendtijd van VARA, VPRO en NPS via Nederland 3.

“Het is vrijwel onmogelijk om uitvoeringen van dit werk aan een norm te toetsen, en dat niet alleen omdat het zelden gespeeld wordt”, aldus Frits van der Waa in de Volkskrant. “Ives zelf was zich er van bewust dat een muziekstuk nooit op dezelfde manier gehoord of uitgevoerd kan worden. Geen uitvoering van de Vierde kan gelijk zijn, en geen hoort er gelijk te zijn. Maar met het perspectief, de transparantie, en het bespiegelende karakter dat Edo de Waart en zijn co-dirigent Jurjen Hempel hun lezing wisten mee te geven maakten ze volledig waar wat Ives in 1933 schreef: ‘De verre heuvels in een landschap, rij voor rij, versmelten tenslotte met de horizon; en er zou iets in de presentatie van muziek kunnen bestaan dat hiermee overeenkomt’.”

 

RFO opent internationaal Mahler Feest met Schönbergs Gurrelieder

Van 1 tot 17 mei 1995 vond in het Amsterdamse Concertgebouw het internationale Mahler Feest plaats. In een korte periode werden alle symfonieën van Gustav Mahler uitgevoerd, afwisselend door het Koninklijk Concertgebouw Orkest, de Berliner Philharmoniker en de Wiener Philharmoniker. De opening op 1 mei werd echter verricht door het RFO en chef-dirigent Edo de Waart. Het concert werd gepresenteerd als opmaat voor het Mahler Feest en het programma vermeldde geen werk van Mahler, maar de Gurrelieder van Arnold Schönberg. Voor dit gecompliceerde werk is een uitzonderlijk grote bezetting vereist. Het orkest werd daarom aangevuld met leden van het Radio Symfonie Orkest. Het Groot Omroepkoor werd versterkt door het Mannenkoor van De Nederlandse Opera. Als solisten traden op: Ealynn Voss (Tove), Reinhild Runkel (Waldtaube), Heinz Kruse (Waldemar), Wilfried Gahmlich (Klaus-Narr), Eike-Wilm Schulte (Bauer) en Lieuwe Visser als spreker. Jaap van Zweden was als concertmeester te gast bij het RFO. Het concert werd rechtstreeks uitgezonden door VARA televisie.

“Hoewel er in de Gurrelieder veel en flink gezongen wordt”, schreef Aad van der Ven in De Haagsche Courant, “is de riante pracht van dit werk toch bovenal gelegen in wat het orkest doet. Juist dat orkestspel was boven alle kritiek verheven”. In het Algemeen Dagblad constateerde Doron Nagan: “De Waart maakte van deze overrompelende, prachtige laat-romantische compositie een spannende ervaring. Hij bracht de sprankelende, bijna impressionistische klankkleuren van het begin goed naar voren. Het hele eerste gedeelte, dat een loflied op de zinnelijke liefde is, kreeg van De Waart meeslepende warmte en opwinding. Waldemars woede jegens God werd door het orkest stampend en getergd begeleid. Vooral de klankoverstroming die het geestenleger schildert, is een fysieke ervaring die alleen in de concertzaal overkomt. Het was een prestatie, waarbij de twee uitstekend spelende orkesten met Jaap van Zweden als gastconcertmeester, de solisten en het koor een belangrijke hoofdrol speelden. Met de stralende zon aan het slot, is de weg naar Mahler en zijn feest geopend”.

 

Cd-box ‘Gustav Mahler – The Symphonies’ uitgebracht

Op 1 mei 1995, bij de opening van het internationale Mahler Feest, presenteerden het RFO en het platenconcern BMG een cd-box met de negen voltooide symfonieën van Gustav Mahler. Deze uitgave, onder het label RCA Red Seal, was het tastbaar resultaat van de cyclus Mahler en de muziek van onze eeuw die in de voorafgaande drie seizoenen werd gepresenteerd in o.a. de Matinee op de Vrije Zaterdag. De box was feitelijk een bijproduct van deze cyclus, want bij de initiëring hiervan was nog geen sprake van een cd-project. Behalve de Derde Symfonie, bestaat de gehele serie uit live opnames van de concerten in de Matinee. Het Groot Omroepkoor participeerde in de 2e, 3e en 8e symfonie. In de laatste werd het koor nog aangevuld door het operakoor uit Leipzig en het jongenskoor van Elburg. Als vocale solisten traden aan Charlotte Margiono (nrs. 2 en 4), Birgit Remmert (nr. 2), Larissa Diadkova (nr. 3) en voor de reusachtig bezette 8e symfonie Alessandra Marc, Gwynne Geyers, Regina Nathan, Doris Soffel, Nancy Maultsby, Vinson Cole, David Wilson-Johnson en Andrea Silvestrelli. Alle symfonieën werden vanzelfsprekend gedirigeerd door chef-dirigent Edo de Waart. De toelichtingen bij de cd-uitgave werden verzorgd door één van de grootste Mahler-kenners ter wereld: Prof. Henry-Louis de La Grange. In opdracht van Edo de Waart en het 50-jarige RFO schreef hij bovendien een met vele onbekende foto’s geïllustreerd biografisch portret onder de titel Op zoek naar Gustav Mahler (uitgave Meulenhoff).

Onder de kop 'The very best Mahler cycle' verscheen in het gezaghebbende tijdschrift Classic CD (april 1996) een recensie van David Hurwitz over de cd-box. Hij was bepaald niet zuinig met zijn complimenten aan dirigent en orkest: “These performances, recorded live at the Concertgebouw between 1992 and 1995, equal the finest sets available: Bernstein’s two, Haitink’s first Concertgebouw cycle and Kubelik’s. De Waart is leagues ahead of Solti, Tennstedt, Inbal, Abbado and Maazel. Of all cycles, this is the most consistenly fine in terms of both sonics and performance. The Netherlands Radio Philharmonic, aided by the flattering acoustics of the Concertgebouw, has Mahler’s idiom confidently in its bones. Highlights include the wicked trombones in the Fifth’s furious second movement, the effortless virtuosity of the Ninth’s Rondo burlesque, and the glowing closing pages of the Third’s finale. All of the Mahler’s “special effects” – the hammer blows, cowbells, soft strokes on the tam-tam, offstage brass and percussion – are realised to perfection. But beyond the ability to unerringly conjure the right atmosphere for each piece, the orchestra knows how to phrase Mahler’s melodies, and they’re not afraid (as so often happens with either the Berlin or the Vienna Philharmonic) to make an ugly sound when Mahler demands it.”

 

Wereldpremiére van de opera Esmée van Theo Loevendie

Op 31 mei 1995 beleefde de opera Esmée van Theo Loevendie zijn wereldpremière. Het betrof een coproductie van de NOS en het Holland Festival, waarbij het RFO als orkest was ingezet en het GOK als operakoor(!). De solistenrollen werden vertolkt door Jeanne Piland (Esmée), Michael Myers (Leon), Marie Angel (Ingrid), Christoph Homberger (Max), Tomas Möwes (Dieter), Henk Smit (Johannes) en Lieuwe Visser (kastelein). Het geheel stond onder leiding van de Oostenrijkse gastdirigent Friedemann Layer. De serie van vijf voorstellingen vond plaats in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam, waar het orkest was opgesteld in het decor, dat gevormd werd door een reusachtig gebroken hakenkruis. Vijftig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog stonden de uitvoeringen van deze opera ook in het kader van de herdenkingen, zowel in Nederland als in Duitsland. Enkele weken na de Amsterdamse voorstellingen reisde de hele equipe naar Berlijn voor nog eens twee uitvoeringen in de Deutsche Oper Berlin.

In de opera wordt afwisselend gezongen in drie talen: Nederlands, Duits en Engels. Jan Blokker schreef het libretto in nauwe samenwerking met de componist. Het verhaal is geïnspireerd op een dossier over verzetsstrijdster Esmée van Eeghen, dat Ageeth Scherphuis en Anita van Ommeren publiceerden als bijlage bij Vrij Nederland van 13 september 1986. De ontstaansgeschiedenis van Esmée (na Naima en Gassir Loevendies derde opera) beslaat negen jaar. De Duitse regisseur Herbert Wernicke was ook de ontwerper van decor, kostuums en licht.

 

Het RFO als balletorkest in Das Frühlingsopfer van Pina Bausch

In het Holland Festival van 1995 gaf het befaamde Tanztheater Wuppertal een aantal voorstellingen in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Er werden drie verschillende programma’s gepresenteerd met choreografieën van Pina Bausch. Op één van de programma’s (op 20, 21 en 22 juni) werkten ook het RFO en chef-dirigent Edo de Waart mee in Das Frühlingsopfer. Dit toen al legendarische ballet van de Duitse choreografe is gebaseerd op Stravinsky’s Le sacre du printemps en volgt het oorspronkelijke scenario getrouw.

 

De samenwerking tussen de twee gezelschappen kan uitzonderlijk worden genoemd. De rol van balletorkest was maar hoogst zelden voor het RFO weggelegd en het Tanztheater Wuppertal werkte gewoonlijk met een geluidsband in plaats van levende musici. Theater Carré kent geen orkestbak; het orkest was geplaatst in de piste voor het podium. De dansvloer verleende een extra dimensie aan de voorstelling, want zij bestond voor dit ballet uit vochtig turfmolm. Om het applaus in ontvangst te nemen betrad Edo de Waart, evenals de dansers, het podium op blote voeten. 

 

RFO viert gouden jubileum

Op 7 oktober 1945 deed het RFO voor het eerst van zich horen voor de microfoon van 'Herrijzend Nederland'. Een halve eeuw later was er dus reden voor een feest: het gehele seizoen 1995/96 stond in het teken van het 50-jarig bestaan. Op 8 september 1995 vond in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht al het eerste jubileumconcert plaats, geproduceerd door de VPRO in samenwerking met het MCO. Jean Fournet dirigeerde het RFO in een programma met werken van Duruflé, Persichetti, Debussy en Ravel. Het concert werd rechtstreeks uitgezonden via Radio 4.

Op 8 oktober 1995 werd een groot orkestfeest gehouden, waarvoor ook de vele gepensioneerde collega’s waren uitgenodigd. Om 11:00 uur vond vanuit Amsterdam een directe radio-uitzending plaats van het programma Reiziger in Muziek, dat geheel was gewijd aan 50 jaar RFO. Onder leiding van Edo de Waart gaf het orkest een concert in de nieuwe studio MCO 5. Daarna was er een fotosessie, waarbij Marco Borggreve de huidige en oud-orkestleden tezamen vereeuwigde. Verder werd de video-impressie ’50 jaar RFO’ vertoond, samengesteld door hoboïst Robert Tempelaar.

Op 21 mei 1996 gaf het RFO onder leiding van Edo de Waart in het Amsterdamse Concertgebouw een galaconcert, dat eveneens in het teken stond van het gouden jubileum. Het concert, rechtstreeks door de NCRV uitgezonden via Radio 4, was bovendien een benefietconcert van de Stichting Day by Day. Het batig saldo kwam ten goede aan de bestrijding van leukemie. Ster van de avond was de mezzosopraan Jennifer Larmore en het programma vermeldde zowel symfonische werken als opera-aria’s van Mozart, Rossini en Respighi.

Op het label RCA Gold Seal verscheen een cd-box, getiteld Netherlands Radio Philharmonic - 50 Years Anniversary Edition. Deze uitgave kwam tot stand op initiatief van bastrombonist Ben van Dijk en slagwerker Harry van Meurs. Zij stelden de vier cd’s samen uit recente en historische opnamen van het RFO. Alle acht chef-dirigenten van het orkest passeren hier de revue. De oudste opname dateert uit 1949, waar Albert van Raalte het RFO en GOK dirigeert in het eerste deel van Brahms’ Ein deutsches Requiem. Daarnaast komen legendarische opnamen aan bod met dirigenten als Sir Adrian Boult, Antal Dorati, Leopold Stokowski, Kirill Kondrashin, Kurt Masur, Mariss Jansons en Valery Gergiev. De vierde cd bestaat uit opnamen waarbij componisten hun eigen werk dirigeren: Otto Ketting, Bruno Maderna, Witold Lutoslawski, Paul Hindemith en Mauricio Kagel. De toelichting (in vier talen) bij de cd-box werd geschreven door musicoloog Ronald Vermeulen. Aan de hand van de cd-tracks laat hij de geschiedenis van 50 jaar RFO herleven.

 

Eigen concertseries voor het RFO van start

Een belangrijke doorbraak in de geschiedenis van het 50-jarige RFO betekende het ‘verjaardagscadeau’ van concertgebouwdirecteur Martijn Sanders (zie foto). In samenwerking met de NCRV kreeg het orkest een prominente eigen serie in het Amsterdamse Concertgebouw, getiteld 'Einde van een Eeuw'. Het was een meerjarenproject. In vijf opeenvolgende seizoenen werd een muzikaal tijdsbeeld geschetst van de laatste vijf jaren van de negentiende eeuw. Het werd een serie met voor het RFO bekend, maar ook veel nieuw te ontdekken repertoire. Het ging om zes concerten per seizoen, steeds op een zondagavond. In het eerste seizoen stonden de jaren 1895-1896 centraal en dan met name de ‘oudere’ generatie componisten: Grieg had bijvoorbeeld nog circa tien jaar te leven, en Dvořák nog minder. Brahms’ Vier ernste Gesänge stammen van vlak voor zijn dood en Bruckner werkte in 1895 aan het laatste deel van zijn Negende Symfonie. In de volgende seizoenen zou de jongere garde van zich doen spreken en zou er tevens een link worden gelegd naar het einde van de twintigste eeuw. Het eerste concert in de serie vond plaats op zondag 17 september 1995, onder leiding van vaste gastdirigent Hans Vonk. Op het programma stonden de vierdelige Lemminkäinen Legenden opus 22 van Jean Sibelius, zes liederen voor zangstem en orkest van Edvard Grieg (met als soliste sopraan Roberta Alexander) en van de laatste componist ook de Symfonische Dansen opus 64.

In het kader van het vijftigjarige jubileum van het RFO kwam ook in de Rotterdamse Doelen een abonnementsserie tot stand, getiteld 'Grote dirigenten met het Radio Filharmonisch Orkest'. Deze serie werd gepresenteerd in samenwerking met de AVRO en ging op zaterdag 30 september van start met Norsk Kunstnerkarneval van Johan Svendsen, de Sinfonia Concertante van Sergei Prokofiev met als solist de cellist Truls Mørk en de Tweede Symfonie van Jean Sibelius. De aangekondigde dirigent Ole Kristian Ruud werd wegens een blessure vervangen door Matthias Bamert. De andere concerten in deze reeks werden geleid door Hans Vonk, Claus Peter Flor, Gennadi Rozjdestvenski en Edo de Waart. “Elk programma heeft een feestelijk karakter en is samengesteld in nauw overleg met de betreffende dirigent. De serie is daarmee als een pijl met mooie kleuren. In de komende seizoenen zullen er in thematisch verband bepaalde lijnen worden uitgezet”, aldus AVRO-programmamaker Pieter Prick. Volgens RFO-manager Rob Overman betekende de serie een belangrijke stap voor het orkest: “Wij zijn al enige tijd een tweede huisorkest van het Concertgebouw in Amsterdam en hebben daarnaast een basis in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg. Wij zijn erg blij met een meer structurele samenwerking met De Doelen, waardoor wij ons een vaste plek in Rotterdam kunnen verwerven.”

 

Verder naar 1996    Terug naar het overzicht