RFO Geschiedenis 1994

Nederlandse première van Messiaens zwanenzang

Nog geen twee jaar na het overlijden van componist Olivier Messiaen klonk voor het eerst in Nederland diens zwanenzang Éclairs sur l’au-delá… ('Lichtstralen op het hiernamaals'). Dit elfdelige orkestwerk, gecomponeerd in opdracht van het New York Philharmonic, vereist een uitzonderlijk grote bezetting. Behalve een stevig bezet strijkorkest schrijft Messiaen een blazerssectie voor met drie piccolo’s, zes fluiten, een altfluit, drie hobo’s, Engelse hoorn, twee piccolo-klarinetten, zes bes-klarinetten, basklarinet, contrabasklarinet, drie fagotten, een contrafagot, zes hoorns, vijf trompetten, drie trombones en drie tuba’s. Het omvangrijke slagwerkinstrumentarium (met onder meer drie sets buisklokken!) vereist maar liefst 13 spelers. Het is dus bijna onmogelijk om dit werk met één enkel orkest uit te voeren. Om die reden werden voor deze productie de Hilversumse krachten gebundeld: de blazers en slagwerkers van het RFO werden toegevoegd aan het Radio Symfonie Orkest, dat onder leiding stond van Reinbert de Leeuw. Yvonne Loriod, de weduwe van de componist, verleende een kritisch oor tijdens de repetities. De elf delen moeten worden beschouwd als een serie meditaties omtrent het hiernamaals en het hemelse Jerusalem. De titels van de verschillende delen refereren aan de Openbaring, de evangelieën van Johannes, Mattheus en Lucas, de eerste brief van Johannes en het boek Daniël. In het werk komen maar liefst 49 vogelsoorten uit alle continenten voor, waaronder – voor het eerst in Messiaens oeuvre – de grote liervogel. Tijdens een bezoek aan Australië ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag, trok hij met andere ornithologen het woud van Tidbinbilla in om deze vogel te aanschouwen en zijn gezang te noteren. Het werd voor hem een onvergetelijke (en religieuze!) ervaring.

De Nederlandse première vond onder veel belangstelling plaats op donderdag 20 januari in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg in de serie Bijzondere Concerten van de KRO. Twee dagen later volgde een concert met tv-opname voor de VARA-matinee in het Amsterdamse Concertgebouw.

De strijkers van het RFO waren in deze periode overigens niet vrij. Zij speelden op 24 januari in het Muziekcentrum Vredenburg onder leiding van de Finse dirigent Petri Sakari het Divertimento van Bartók, het Saxofoonconcert van Glazunov (solist: Arno Bornkamp) en de Serenade van Tsjaikovski.

 

KRO stopt met serie in Utrecht

Op 27 februari 1994 gaf het RFO onder leiding van Jean Fournet een concert in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg in het kader van de serie Bijzondere Concerten van de KRO. Het programma vermeldde het symfonisch gedicht La Tragédie de Salomé van Florent Schmitt (zie foto), het Poème de l’amour et de la mer van Ernest Chausson en na de pauze opnieuw een werk van Schmitt: Psaume XLVII. Hierin werd medewerking verleend door het GOK en soliste was de sopraan Françoise Pollet. Het was het laatste concert dat het RFO voor de KRO speelde. De serie in Utrecht zou in 1994 ophouden te bestaan. Door teruglopende budgetten bleek het steeds moeilijker om pogramma’s met bijzonder repertoire te organiseren en daar een goed marketingbeleid op los te laten. Na het ontvallen van KRO-programmeur Dick van der Meer trok de KRO zich terug als producent van levende klassieke muziek.

De beide werken van Florent Schmitt werden in dezelfde week opgenomen voor het label Denon, maar tot op heden is daar geen cd van uitgebracht.

 

RFO debuteert in Amsterdams Muziektheater met Salome

Op 11 april 1994 debuteerde het RFO in het Amsterdamse Muziektheater met de eerste van acht voorstellingen van de opera Salome van Richard Strauss. Met deze productie herstelde het RFO zijn in 1983 verbroken relatie met De Nederlandse Opera. Beide partners kondigden aan dat met ingang van het seizoen 1995/96 het RFO onder leiding van Edo de Waart jaarlijks een productie voor DNO zou gaan spelen, die tevens voor televisie kon worden geregistreerd door de NPS.

Het high-tech decor en de kostuums waren voor deze productie ontworpen door Wilfried Werz (zie foto) en de regie was in handen van Harry Kupfer. De hoofdrollen werden vertolkt door Günther Neumann (Herodes), Isolde Elchlepp (Herodias), Josephine Barstow (Salome) en John Bröcheler (Jochanaan). De terugkeer van het RFO in de orkestbak bleef niet onopgemerkt. “Zo’n zinderende, gloeiende, verscheurende en tegelijk warme orkestklank is in het Muziektheater zelden te horen geweest” constateerde Roel van der Leeuw in Trouw. En Eddie Vetter schreef in De Telegraaf: “De Waart liet Strauss door de zaal kolken en zorgde er tegelijk voor dat de zangers niet verdronken in de overmaat aan decibels. Hij creëerde met de eerst nog wat onwennige musici geleidelijk een zinderende onderhuidse spanning, intens dramatisch en toch van een overweldigende kleurenpracht.”

 

 

 

 

Violist Jaap van Zweden als gedreven solist bij het RFO

In april 1994 werkte Edo de Waart met het RFO aan een serie voorstellingen van Salome voor De Nederlandse Opera. Als een eerste uitvoering eenmaal heeft plaatsgevonden vinden de operavoorstellingen in de regel om de drie dagen plaats. Op de dagen dat er geen voorstelling was, waren als ‘tussenprogramma’s’ concerten en cd-opnames gepland. Op 16 april speelde het orkest onder leiding van zijn chef-dirigent in de voorjaarsserie van het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg. Dit concert werd geproduceerd en opgenomen door Veronica Radio voor een uitzending op zondagochtend 29 mei. Op het programma stond de première van de symfonische compilatie die orkestslagwerker Henk de Vlieger op verzoek van De Waart maakte van Wagners Parsifal, toen nog met de ondertitel 'An Orchestral Journey'. Voor de pauze klonk het Vioolconcert nr. 1 in a, opus 99 van Dmitri Sjostakovitsj met als solist Jaap van Zweden.

Over de Wagnerbewerking schreef Roeland Hazendonk in De Telegraaf: “Het Radio Filharmonisch is het enige Nederlandse orkest dat de complete Ring-cyclus uitvoerde en ook zaterdagavond bewezen De Waart en zijn musici hun affiniteit met het Wagner-repertoire. Parsifal in de versie van De Vlieger kreeg een uitstekende uitvoering. De Waart koos voor fraai ademende tempi, elk van de zeven scènes kreeg een mooi opgebouwde spanningsboog en het Radio Filharmonisch produceerde een prachtig mengende totaalklank, die ook nog helder en gedetailleerd bleef.” Over de prestaties van de solist vervolgde hij: “Jaap van Zweden is van grote klasse in dit voor Sjostakovitsj zo kenmerkende concert vol emotionele slavische zieleknopen. Hij speelde zijn partij gedreven en wist de essentie van het stuk perfect te treffen in een zeer geslaagde wisseling van ruige uitbarstingen en mooi onthechte verlatenheid tot uitdrukking brengende cantilenen. Dirigent en orkest volgden hem in een even raak getroffen begeleiding.”

Op 18 en 19 april werd Sjostakovitsj’ Eerste Vioolconcert met Van Zweden opgenomen in de Hilversumse VARA studio, ten behoeve van een cd-productie. Plannen om later ook het Tweede Vioolconcert met Van Zweden op te nemen konden door planningsproblemen helaas niet worden gerealiseerd. De cd werd uitgebracht onder het label BMG Classics (74321 447832) met als aanvulling een live opname van Gesungene Zeit van Wolfgang Rihm, door Van Zweden met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Zoltán Peskó.

 

RFO in Musik Triennale Köln

Met support van de zender WDR, de Stichting Kunst en Cultuur van het land Nordrhein-Westfalen en de stad Keulen, werd van 10 mei tot en met 19 juni 1994 op 12 locaties het eerste festival 'Musik Triennale Köln' gehouden. Het RFO kreeg de eervolle uitnoding in de Kölner Philharmonie op 10 juni een van de concerten te verzorgen in een serie, waarin naast het Kölner Rundfunk Sinfonie Orchester en het Gürzenich Orchester Köln, ook het Chicago Symphony Orchestra, de Berliner-, Wiener- en Münchner Philharmoniker optraden. In dit festival, en de twee nog komende in 1997 en 2000, stond de muziek uit de 20e eeuw centraal.

Het RFO presenteerde zich onder leiding van Edo de Waart met een interessant programma:

John Cage (1912-1992) - The Seasons (1947), een ballet in één acte
Theo Loevendie (geb. 1930) - Die Nachtigall (1947), versie voor verteller en orkest uit 1979 op tekst van Hans Christian Andersen (verteller: Bernard Jacobson)
Béla Bartók (1881-1945) - Concert voor orkest (1943)

Als aandenken ontving ieder orkestlid een horloge met opschrift 'Musik Triennale Köln 1994'.

 

Kirill Kondrashin Concours 1994

Van 22 augustus tot en met 3 september 1994 vond in het Amsterdamse Concertgebouw het derde internationale Kirill Kondrashin Concours voor jonge dirigenten plaats, de winnaar werd Shao-Chia Lü uit Taiwan. Hij liet daarmee zijn mede-finalisten Dorian Wilson uit de USA en de Oekraïense Victoria Zhadko achter zich. Aan het drietal werd een aantal gastdirecties bij nationale en internationale orkesten in het vooruitzicht gesteld. Het concours werd door de NOS georganiseerd in samenwerking met de Kirill Kondrashin Stichting. De concerten werden live uitgezonden op radio en televisie.

 

 

 


In juni had voor dit mammoetproject al de selectie voor de 1e ronde plaatsgevonden door dirigent Anton Kersjes, het hoofd klassieke muziek van de AVRO Willem Vos, de RFO-collega’s Stefan Wienjus en Harry van Meurs, en RFO-manager Rob Overman. Gedurende vier dagen bekeken zij 220 ingezonden videocassettes en selecteerden daaruit 18 kandidaten, waaronder 2 vrouwelijke. Om de eerste kandidaten niet te benadelen werd op maandag 22 augustus bij het RFO, kersvers terug van vakantie, het repertoire van de 1e ronde nog even 'ingezeept': een tiental composities van Mozart en Beethoven.


1e ronde, dinsdag en woensdag: 18 kandidaten kregen één kwartier om met een door de jury gekozen werk hun talent te tonen.
2e ronde, donderdag en vrijdag: 7 kandidaten werkten ieder een uur met het RFO aan het verplichte werk, een eigen keuze en een door de jury bepaald stuk uit het z.g. ‘ijzeren repertoire’ van Schumann, Mahler, Bartók tot Sjostakovitsj. Daarna koos de jury 3 finalisten en het programma uit het repertoire van de beide rondes plus het verplichte werk.
Finale, dinsdag, woensdag en donderdag: repetities met de 3 finalisten in het MCO, en vrijdag 2 en zaterdag 3 september: generale repetities en concerten in het Concertgebouw te Amsterdam.

De jury bestond uit de dirigenten Gennadi Rozjdestvensky (voorzitter), Kurt Sanderling, Jean Fournet, Sir Edward Downes en Leif Segerstam, de violist Herman Krebbers en Jan Zekveld artistiek directeur van het Concertgebouworkest. Het verplichte werk, Three Preludes for orchestra van Tristan Keuris, was opgedragen aan het Radio Filharmonisch Orkest en speciaal voor dit concours geschreven in opdracht van de NOS. Na afloop werden de certificaten aan de finalisten uitgereikt door André van der Louw, voorzitter van de NOS. Het RFO, dat in één week het kwantum dirigenten en repertoire van een heel seizoen te verwerken kreeg, kwam intern met een eigen beoordeling. In de voorrondes week die enigszins af van de jury, maar stemde uiteindelijk overeen met uitslag van de finale. Opmerkelijk was dat het orkest de Taiwanees de eerste plaats toekende ‘als minst tegenvallende finalist’. Uit een analyse van de stemformulieren viel ook op te maken, dat het RFO over het niveau van alle 18 kandidaten niet bepaald onder de indruk was geraakt.

Shao-Chia Lü was echter geen eendagsvlieg. Hij won niet alleen in Amsterdam, maar ook de concoursen van Besançon en Antonio Pedrotti in Trento. In 1995 werd hij dirigent bij de Komische Oper in Berlijn en zijn carrière voerde hem verder langs de operahuizen van Sydney, Londen, Brussel, Stuttgart, Hamburg en Hannover. Van 1998 tot 2004 was hij chef van de Rheinische Philharmonie in Koblenz. Op 3 november 2011 maakte Shao-Chia Lü in Amsterdam zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

 

Valery Gergiev dirigeert Kasjtsjei de Onsterfelijke

“Dat dit werk beter kan worden uitgevoerd dan onder leiding van Gergiev, met de solisten van de Kirov Opera, met het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest, is eenvoudigweg onvoorstelbaar”, schreef Aad van der Ven in de Haagsche Courant over de uitvoering in de Matinee op 10 december 1994 van Rimsky-Korsakovs sprookjesopera Kasjtsjei, de Onsterfelijke in het Amsterdamse Concertgebouw. De eenakter gaat over de strijd tussen goed en kwaad, die na ruim een uur in het voordeel van de goede personages beslecht wordt. Het merendeel van het voorwerk voor de overweldigende concertante uitvoering had Gergiev wegens een overvolle agenda toevertrouwd aan zijn assistent Lawrence Renes. De Rus moest op vrijdag in De Doelen ook nog een Brahmsprogramma dirigeren bij het Rotterdams orkest. Kasper Jansen schreef in de NRC: ”De mystieke sprookjesmuziek werd door Gergiev en het gedreven Radio Filharmonisch Orkest optimaal recht gedaan. Na de langdurige publieke bijval kon Gergiev zaterdagmiddag nog ruim op tijd het vliegtuig naar Parijs nemen, waar hij die avond en zondagmiddag optrad met zijn Kirov Opera.”

 

Verder naar 1995    Terug naar het overzicht