RFO Geschiedenis 1992

RFO op ‘Ring-tournee’ door Duitsland

In februari 1992 bereikte de intensieve samenwerking tussen het RFO en zijn chef-dirigent Edo de Waart een nieuw stadium. Zij maakten deze maand hun eerste gezamenlijke concertreis langs tien Duitse zalen. De tournee vond plaats van 11 tot en met 21 februari en voerde langs de volgende steden: Leverkusen, Frankfurt, Würzburg, Wiesbaden, München, Neurenberg, Essen, Aken, Karlsruhe en Stuttgart. Er werden opnamen gemaakt voor Duitse omroepen en voor de KRO.

 

 

De concerten werden afwisselend geopend met Brahms’ Akademische Fest-Ouvertüre en Beethovens Ouvertüre zu Goethes Trauerspiel ‘Egmont’. Daarna volgde het pianoconcert van Robert Schumann (solist Rudolf Buchbinder) of het eerste pianoconcert van Franz Liszt (solist Zoltán Kocsis). Het vaste werk na de pauze werd aangekondigd als: 'Der Ring des Nibelungen, symphonische Dichtung arrangiert von Henk de Vlieger'.

In voorgaande jaren had het orkest onder leiding van De Waart de tetralogie van Wagner compleet uitgevoerd. De Waart wilde de energie die in deze concertante uitvoeringen was gestoken opnieuw benutten en zo verder bouwen aan een orkestcultuur, waarvan Wagner vanzelfsprekend een belangrijk ingrediënt moest vormen. Voor deze tournee stond hem daarom een symfonische compilatie voor ogen van de orkestrale hoogtepunten uit Wagners Ring. Toen bleek dat een dergelijk arrangement van dirigent Lorin Maazel niet in druk beschikbaar was, kreeg RFO-slagwerker (en componist) Henk de Vlieger de opdracht om een nieuwe Ring-samenvatting te maken. Hij selecteerde 14 orkestfragmenten uit de Ring en verbond ze zodanig aan elkaar, dat een ononderbroken orkestwerk ontstond, waarin de hoofdlijnen van de oorspronkelijke muziekdrama’s - als in een symfonisch gedicht - herkenbaar zijn.

 

De Duitse pers reageerde over het algemeen met de nodige reserve over deze "Wagner in zakformaat”. De krantenkoppen varieerden van “Rabiat und banal” en“Wagners Ring im Zeitraffer” tot “Filetierter Wagner für Einsteiger”. Over dirigent en orkest werd echter gunstiger geoordeeld. Bijvoorbeeld in de Kölner Stadt Anzeiger: “Wagner schuf seine gigantischen Partituren für Instrumentalisten die er sich zwar wünschte, aber nicht immer bekam. An den holländischen Musikern hätte er helle Freude gehabt. Einer solch anspruchsvolle Aufgabe war das 1945 gegründete Orchester gewachsen, von der Größe und der Qualität her.”

Direct voorafgaand aan de tournee, op 7 februari 1992, werd de Ring-bewerking voor het eerst uitgevoerd in het Muziekcentrum van Enschede. En de reis eindigde met een concert in de serie Bijzondere Concerten van de KRO op 23 februari in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht. Hier geen Brahms of Liszt voor de pauze, maar twee werken van Giuseppe Martucci: Notturno nr. 1 en La Canzone dei Ricordi met als soliste de mezzosopraan Susan Daniel.

De bewerking van Henk de Vlieger werd later door Edo de Waart van een andere titel voorzien: The Ring, an orchestral adventure. In april 1992 werd een cd-opname van het werk gemaakt voor het label Fidelio. Het zou de aanzet zijn van nog meer Wagner-avonturen voor het RFO.

 

Acties tegen voorgenomen bezuiniging

In juni 1992 kondigde de NOS aan 10 miljoen gulden te willen bezuinigen op het budget van de omroeporkesten. De omroepmusici verzetten zich tegen het voorgenomen besluit en voerden acties in de maanden die volgden. Het bericht bracht een golf van protesten in de Nederlandse muziekwereld teweeg.

 

 

Vaste gastdirigent Hans Vonk sprak voorafgaand aan het Holland Festival-concert van 22 juni 1992 in het Concertgebouw het publiek toe: “Het schijnt in Nederland zo langzamerhand een jaarlijks terugkerend ritueel te worden een orkest op te heffen ten gunste van een noodlijdende kunstinstelling. Dat is niet de oplossing. Het probleem is dat in Nederland te weinig geld beschikbaar is om kunst een eerlijke kans te geven. Nog niet eens 1% van de staatsbegroting. Kunst op radio en zeker op televisie is in Nederland al jaren een sluitpost op de begroting. Als kunstliefhebbers heeft u uw omroepbijdrage betaald en u heeft ook rechten. De omroepensembles hebben bewezen een onmisbare schakel te zijn in het eigen aanvullend muziekbeleid van de omroep. Wanneer een orkest bij de omroep opgeheven wordt, verdwijnt daarmee ook een deel van het bijzondere repertoire dat niet door de landelijke orkesten overgenomen kan worden. Daarom doe ik een beroep op ieder weldenkend lid van het NOS-bestuur: laat dit voorgenomen besluit niet tot uitvoering komen.”

Een week later, bij aanvang van het Holland Festival-concert van 28 juni bleef het Concertgebouwpodium leeg. Op de aanvangstijd betrad de orkestvertegenwoordiger bij de Kunstenbond FNV, de altviolist Adriaan van ‘t Wout, het lege podium en sprak het publiek toe: “Dit is een actie van de leden van het Radio Filharmonisch Orkest. Wij willen het publiek erop wijzen wat de gevolgen zullen zijn van de voorgenomen bezuiniging van 10 miljoen gulden, namelijk het verlies van 80 arbeidsplaatsen.” Nadat het orkest zijn plaats had ingenomen, sprak Holland Festival-directeur Jan van Vlijmen de volgende woorden: “Ik heb met grote verontrusting kennis genomen van de bezuinigingsplannen. Het ontslag van minstens 80 muzikanten zou kunnen leiden tot het ontmantelen van een heel orkest. Een zeer nadelige en ingrijpende maatregel, want ook het Holland Festival is voor een substantieel deel van zijn programmering aangewezen op samenwerking met de omroeporkesten. De radio-orkesten zorgen voor een zinvolle aanvulling op het aanbod van de symfonie-orkesten in de randstad. Grote producties als Wagneropera’s, het onlangs uitgevoerde Prometeo van Nono en muziektheaterwerk van Stockhausen, zouden ondankbaar zijn zonder de inbreng van de omroeporkesten. Ik wens de NOS wijsheid toe bij het nemen van een beslissing.”

Kunsten ’92, een belangengroepering van de Nederlandse kunstwereld, schreef namens honderd vertegenwoordigers uit het Nederlandse muziekleven (van Roberta Alexander via Bernard Haitink en Edo de Waart tot Jaap van Zweden) een protestbrief aan het NOS-bestuur: “Namens het Nederlandse muziekleven doen wij een dringend beroep op u, om dat, wat werkelijk van waarde is en uniek in de wereld, in stand te houden. Wij doen een beroep op u in plaats van musici te ontslaan, te saneren daar waar dit werkelijk nodig is: in het omroepbestel dat verhindert dat deze musici optimaal functioneren. De weg die u nu dreigt in te slaan zou een onherstelbare verarming van onze muziekcultuur betekenen.”

De protesten hadden geen resultaat. In een officiële en gezamenlijke standpuntbepaling adviseerden de NOS en NOB op 15 juli 1992 de minister van WVC Hedy d’Ancona, om 10 miljoen uit de begroting van het MCO over te hevelen naar het CoBo-fonds (Co-productie-fonds Binnenlandse Omroep) ten behoeve van Nederlandse film en drama. Deze maatregel zou een onvermijdelijke opheffing van een van de orkesten van het MCO tot gevolg hebben.

 

RFO opent de Amsterdamse Uitmarkt

Alle grote Nederlandse dagbladen maakten er melding van. Voor Het Parool en NRC Handelsblad was het zelfs voorpaginanieuws: de opening van de vijftiende Uitmarkt op De Dam in Amsterdam, op 28 augustus 1992. Op een podium voor het Koninklijk Paleis speelde het RFO onder leiding van chef-dirigent Edo de Waart de symfonische bewerking die orkestslagwerker Henk de Vlieger maakte van Wagners Ring des Nibelungen. Ondanks het wisselvallige weer was een grote menigte aandachtige luisteraars op De Dam samengedromd (tienduizenden volgens Het Parool). Het concert werd uitgezonden door NOS televisie en de beelden werden ook vertoond op een groot videoscherm tegen de gevel van het paleis. Na de vijftig minuten durende uitvoering en de ovatie die het orkest ten deel viel kondigde Edo de Waart aan dat het RFO ook goed is in het spelen van heel korte stukken. Er volgde een flitsende toegift: de Overture to Candide van Leonard Bernstein.


Eerder op de dag werd in het aangrenzende Hotel Krasnapolsky een persconferentie gehouden, waar de cd van de symfonische Ring op het label Fidelio werd gepresenteerd.

 

Start cyclus 'Mahler en de muziek van onze eeuw'

Al sinds de vijftiger jaren participeerde het RFO in grote, thematisch opgezette concertseries van de omroepen (zoals de Stravinsky- en Sjostakovitsj-serie in de VARA-Matinee). Hoewel het RFO vaak het leeuwendeel van zo’n serie voor zijn rekening nam, traden er ook altijd andere orkesten aan. Daarin kwam verandering met de driejarige cyclus 'Mahler en de muziek van onze eeuw', waarin Edo de Waart en het RFO zich voor het eerst in een geheel eigen project konden profileren. Het idee kwam van Matinee-directeur Jan Zekveld. Hij wilde hiermee vooral laten horen wat de enorme invloed van Mahler is geweest op de hele twintigste-eeuwse muziekcultuur. Verspreid over drie seizoenen werden de negen symfonieën van Mahler gepresenteerd in een unieke context. Zij werden vaak gekoppeld aan eigentijdse composities, in enkele gevallen zelfs aan een wereldpremière, waarvoor opdrachten werden verstrekt aan Peter Schat, Ron Ford, Joep Straesser, Jan van Vlijmen en Wolfgang Rihm.

De cyclus ging van start met het Matinee-concert van 5 september 1992, waar de Derde Symfonie van Gustav Mahler werd uitgevoerd. Soliste was de mezzosopraan Waltraud Meier en verder verleenden het Groot Omroepvrouwenkoor en het Jongenskoor Bavo hun medewerking. Dank zij de samenwerking tussen twee omroepverenigingen konden dirigent en orkest zich zorgvuldig voorbereiden op de televiesieregistraties van de gehele cyclus. De concerten vonden steeds plaats in achtereenvolgens het Muziekcentrum Enschede (zonder opname), het Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht (radiouitzending TROS) en het Amsterdamse Concertgebouw (televisie-opname VARA).

 

Etudes voor piano en orkest van Peter Schat

Pianist Jean-Yves Thibaudet en het RFO o.l.v. Edo de Waart brachten op 17 oktober 1992 in de Grote Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam in het kader van de VARA-Matinee de wereldpremière van de Etudes voor piano en orkest, opus 39 van Peter Schat (1935-2003). De Etudes zijn in opdracht van de VARA-radio geschreven en opgedragen aan Jean-Yves Thibaudet. Peter Schat maakte gebruik van de toonklok, een door hem ontwikkeld compositieprincipe. Alle drieklanken van de op piano beschikbare tonen passen in dit systeem. De live-opname van deze uitvoering werd door het muziekjournaal Entr’acte op een promotie-cd uitgebracht, in combinatie met de Sinfonia van Berio, uitgevoerd door het RFO, de vocalgroup Electric Phoenix en Edo de Waart op 12 december 1992.

 

Eigen RFO-serie 'Pioniers van onze eeuw'

In het najaar van 1992 ging behalve de cyclus 'Mahler en de muziek van onze eeuw' nog een andere RFO-serie van start. Deze was getiteld 'Pioniers van onze Eeuw' en werd georganiseerd door de AVRO in samenwerking met het Amsterdamse Concertgebouw. Ook in deze serie werden alle concerten gegeven door het RFO, in enkele gevallen met medewerking van het GOK. Willem Vos, hoofd klassieke muziek van de AVRO, stelde vijf programma’s samen en koos voor vijf componisten die ieder vanuit hun eigen techniek en esthetiek richting hebben gegeven aan de belangrijke ontwikkelingen in de muziek van de 20ste eeuw: Debussy, Schönberg, Bartók, Webern en Stravinsky. Deze vijf pioniers werden in het seizoen 1992/93 per concert paarsgewijs aan elkaar gekoppeld.

Concert 1: dinsdag 27 oktober 1992
dirigent: Iván Fischer, tenor: János Bandi, bas: Kolo Kováts, m.m.v. Groot Omroepkoor
    Stravinsky – Scherzo à la russe
    Bartók – Hongaarse schetsen
    Bartók – Cantata profana
    Stravinsky – Le sacre du printemps

Concert 2: dinsdag 17 november 1992
dirigent: Hans Vonk, sopraan: Rosemary Hardy
    Webern – Variaties, opus 30
    Debussy – Le martyre de Saint-Sébastien, symfonische fragmenten
    Webern – Drie vroege liederen
    Webern – Vier liederen, opus 13
    Debussy – Jeux
    Webern – Im Sommerwind

Concert 3: dinsdag 26 januari 1993
dirigent: Hans Vonk, sopraan: Christine Whittlesey, m.m.v. Groot Omroepkoor
    Debussy – Prélude à l’après-midi d’un faune
    Stravinsky – Zvezdoliki
    Debussy – 3 Nocturnes
    Debussy – La damoiselle élue
    Stravinsky - Le chant du rossignol

Concert 4: dinsdag 16 maart 1993
dirigent: Richard Dufallo, piano: Sepp Grotenhuis, m.m.v. Groot Omroepkoor
    Webern – Zes orkeststukken, opus 6
    Webern – Das Augenlicht, opus 26
    Schönberg – Pianoconcert, opus 42
    Webern – Vijf orkeststukken, opus 10
    Schönberg – Vijf orkeststukken, opus 16

Concert 5: dinsdag 15 juni 1993
dirigent: János Fürst, sopraan: Kathryn Harries, spreekstem: Lieuwe Visser, m.m.v. Groot Omroepkoor
    Schönberg – Der erste Psalm, opus 50c
    Bartók – De wonderbaarlijke mandarijn

De radio-uitzendingen vonden plaats op vijf woensdagavonden in mei en juni 1993. Gezien de verheugende respons bij publiek en pers was er voor de organisatoren alle reden om op de ingeslagen weg voort te gaan. De serie kreeg een vervolg in het seizoen 1993/94, waar de vijf pioniers opnieuw vertegenwoordigd waren, niet meer in strikte dubbelportretten, maar in vrijere verhoudingen tot leerlingen of volgelingen. Verdeeld over vier programma’s werden ook composities gespeeld van Hartmann, Boulez, Boulanger, Takemitsu, Cage, Loevendie, Zimmermann, Lutoslawski en Skrjabin.

 

Toenemend verzet van MCO-musici tegen inkrimping

Op 2 november 1992 adviseerde de Mediaraad desgevraagd aan de minister van WVC om het voorstel van NOS/NOB van 15 juli 1992 over te nemen. Een week later kwam de Raad voor de Kunst met een advies, om het budget van het MCO met ca. 10 miljoen in te krimpen en hiermee het filmbudget van de omroep met 5 miljoen en de middelen voor andere kunstvormen eveneens met 5 miljoen te verhogen. Op 7 december 1992 trokken musici van het MCO massaal naar Den Haag, waar minister d’Ancona van WVC een petitie met 15.000 handtekeningen kreeg aangeboden.

Onder leiding van chef-dirigent Edo de Waart speelde het RFO bij aanvang van het concert op 12 december 1992 in de VARA-Matinee de eerste maten van de Vijfde Symfonie van Beethoven. Daarop sprak orkestvoorzitter Ronald Kok het publiek toe met de boodschap dat deze bekende klanken overal in Nederland te horen zijn, maar dat het repertoire van de omroepen minder bekende muziek bevat. Het verlies van een van de omroeporkesten zou het verlies van zelden gespeeld repertoire betekenen.

De vakbonden organiseerden werkonderbrekingen op 18 en 19 december tijdens de concerten van het Radio Filharmonisch Orkest, het Radio Symfonie Orkest en het Radio Kamerorkest. Een zware aanvaring met de directeur van het MCO, Ben Janssen, was het gevolg. Hij was van mening dat deze acties te voorbarig waren (de minister had toegezegd alle partijen nogmaals te willen horen) en buitensporig zwaar (schaden van de belangen van het publiek). Voorafgaand aan de actiedagen raakten beide bonden in conflict met de musici van het RFO, omdat de FNV-vertegenwoordiger naar de mening van het orkest zijn boekje te buiten was gegaan. Deze schoffeerde gastdirigent Valery Gergiev in een onhandig en beledigend schrijven, door hem te betitelen als stakingsbreker. Gergiev weigerde namelijk het Vredenburg-publiek de dupe van de werkonderbreking te laten worden. RFO-vertegenwoordiger Adriaan van ‘t Wout, niet op de hoogte gesteld van de bewuste brief, stapte uit het actiecomité. In een furieuze brief, ondertekend door de orkestleden, nam het RFO afstand van de vakbondsactie en eiste het excuses van de FNV-vertegenwoordiger aan Valery Gergiev. Een aantal RFO-musici beëindigde woedend het lidmaatschap van de vakbond.

De geplande concerten van 18 en 19 december, in Utrecht en Amsterdam, werden dus zonder werkonderbreking uitgevoerd. Op het programma stonden de wereldpremière van de Symfonie nr. 1 van Galina Oestvolskaja en het complete ballet De Vuurvogel van Igor Stravinsky. Voorafgaand aan de concerten werden publieksvriendelijke protestacties gevoerd, waarbij orkestpianist (en componist) Maarten Bon namens het RFO het woord voerde.

 

Edo de Waart dirigeert de Sinfonia van Berio

Op 12 december 1992 voerde Edo de Waart met het RFO en de vocalgroup Electric Phoenix in de VARA-Matinee te Amsterdam de Sinfonia uit van Luciano Berio (1925-2003). De titel ‘Sinfonia’ dient begrepen te worden in zijn etymologische betekenis van ‘samenklinken’ (van instrumenten en acht stemmen). De teksten van de delen I, II, IV en V behoren tot de muzikale structuur en hun onverstaanbaarheid is daarom essentieel. Deel III is een ‘Reis naar Kythera’ aan boord van het scherzo ‘In ruhig fliessender Bewegung’ uit Mahlers 2e symfonie, afgewisseld door een groot aantal muziekcitaten van Bach t/m Boulez. Berio koos die vanwege hun werkelijke en denkbare verwantschappen met Mahler. “Ik zie Mahlers scherzo in Sinfonia als een rivier in een steeds veranderend landschap”, schreef Berio. Deze uitvoering van het RFO werd door het muziekjournaal Entr’acte uitgebracht op een promotie-cd en is niet in de handel.

Berio schreef zijn Sinfonia in 1968 voor de Swingle Singers en de New York Philharmonic, ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van het orkest. Hij dirigeerde op 10 oktober 1968 zelf de wereldpremière. De Nederlandse première vond plaats op 3 juli 1969 in Amsterdam tijdens het Holland Festival door het RFO en de Swingle Singers, eveneens onder leiding van de componist. Het vijfde deel werd voltooid in 1969 en voor het eerst uitgevoerd tijdens het Festival van Donaueschingen o.l.v. Ernest Bour.

 

Verder naar 1993    Terug naar het overzicht