Klassiek backstage: Ian Lin ontmoet Liza Ferschtman

 

Vooral geen muurtjes om je heen trekken!

- Ian Lin ontmoet Liza Ferschtman

 

Door Ewa Maria Wagner (foto's Esther de Bruijn)

 

Veel jonge mensen in Nederland volgen gepassioneerd muzieklessen. Velen van hen dromen van een carrière op de grote podia in de wereld. Maar voordat je dat kunt, moet je ergens beginnen. Het Radio Filharmonisch Orkest maakt voor deze jonge mensen een kijkje achter de schermen mogelijk. Wat betekent het om op het podium met een orkest te soleren? En hoe ziet het leven van een bekende musicus eruit? En wat is echt belangrijk om al op jonge leeftijd te weten?

 

Ian

Ian Lin, 9 jaar oud, is een violist die twee jaar geleden de wereld van de klassieke muziek per toeval ontdekt heeft: hij was net 7 geworden toen hij zijn beste vriendje viool hoorde spelen. Hij viel als een blok voor het instrument en al gauw begon hij zelf met een 1/8 viooltje zijn eerste oefeningen op de snaren te strijken. Het was liefde op het eerste gezicht. Na anderhalf jaar, in juni 2018, soleerde hij tijdens de Open Podium dag van GLOBE - Centrum voor Kunst en Cultuur in Hilversum voor een groot publiek in het Vioolconcert in a-kleinvan Vivaldi. Dat was al zijn vierde soloptreden.

Ik bezoek Ian in november op een woensdagmiddag tijdens zijn vioolles bij Anneke Wittop Koning in het Muziekcentrum van de Omroep gebouw, waar muziekschool GLOBE gevestigd is. 

Ian oogt jonger dan 9 jaar oud. Zijn ouders komen uit Taiwan maar hij is hier in Hilversum geboren. We schudden elkaar de hand en ik zie vrolijke vonken in zijn zwarte amandelogen als ik hem begroet.

‘Binnen één jaar wist hij zichal opvallend veel technieken op de viool eigen te maken,’ vertelt Anneke geanimeerd, ‘de stokindeling en frasering gingen als vanzelf. Ook zijn tempogevoel en intonatie heeft hij goed aangepakt. Dat komt volgens mij door zijn concentratievermogen. Zelden hoef ik hem iets twee keer uit te leggen. Ook speelt Ian binnen de kortste tijd de opgedragen vioolstukken uit zijn hoofd, zoals recent het vioolconcert van Vivaldi. Dat vind ik heel bijzonder.’

Maar hoe duidelijk zijn talent voor het vioolspelen volgens Anneke ook is, Ian zelf weet nog niet zeker of hij nu meer van reptielen of van vioolspelen houdt. Ook het heelal trekt zijn aandacht, hij hield hier onlangs een buitengewoon interessante spreekbeurt over, wat op zijn leraren een diepeindruk maakte. Het is duidelijk dat hij uitgedaagd moet worden,maar waar gaat zijn passie naar uit? Om dit uit te zoeken, krijgt Ian de kans stervioliste Liza Ferschtman te ontmoeten en met haar in gesprek te gaan.

 

Liza Ferschtman

Een week later staat er een repetitie met Liza gepland in de Studio 5 in het Muziekcentrum van de Omroep.Onder leiding van de Russische dirigent Dima Slobodeniuk komt ze met het Radio Filharmonisch Orkest het Eerste vioolconcertvan Béla Bartók repeteren. Ian en zijn vader, die erbij uitgenodigd zijn, verschijnen al ruim op tijd, Liza is er nog niet. Ians ogen glanzen, maar helaas niet van opwinding. Perry Lin vertelt dat zijn zoon niet helemaal lekker is. Ik twijfel, zou het niet beter zijn dat hij nu naar huis gaat? 

Perry blijft rustig en vraagt een paracetamol. Dat helpt. Als Liza een kwartier later met de vioolkist op haar rug bij de ingang opdaagt, begint Ian te stralen. Na de kennismaking vertelt Ian al snel dat hij 9 december in de Vondelkerk de Vier jaargetijdenvan Antonio Vivaldi en Astor Piazzolla met het Jonge Strijkers - en Blazersensemble mee gaat spelen. Ze repeteren nu nog met Nico Schippers maar straks zal Liza zelf de leiding overnemen. Het ijs is gebroken en we lopen allemaal naar Studio 5.

Op het podium zit het Radio Filharmonisch Orkest paraat. Ian heeft nog nooit een orkest van zo dichtbij meegemaakt. Liza stemt haar viool en de repetitie begint. Het stuk duurt lang, maar Ian luistert van begin tot eind zeer aandachtig naar de muziek en naar wat de dirigent zegt en kijkt opgewekt naar wat de musici doen. 

 

Gesprek

De laatste toon verstilt, de repetitie is ten einde, de musici lopen weg. Ian en Liza zoeken elkaar op en gaan samen terug naar het nu lege podium. Als ze zitten, bungelen Ians voeten speels in de lucht. Met een schrift in zijn handen - Ian heeft zijn vragen opgeschreven - stelt hij de eerste vraag.

‘Wat vind je moeilijk aan viool spelen?’

‘Dat je het altijd moet bijhouden,’ lacht Liza, ‘wat een goede vraag, zeg!’

‘Wat is bijhouden?’ houdt Ian vol.

‘Iedere dag toonladders spelen, oefenen, luisteren naar wat je doet, steeds opnieuw, het spelen wordt nooit vanzelfsprekend. Ja, dat vind ik lastig.’

‘Hoe lang per dag studeer je?’ wil hij weten.

‘Het liefst 3-4 uur per dag maar dat lukt niet altijd. Soms red ik net 1 uur omdat ik onderweg naar een optreden ben. Andere keren lukt het me 6 -7 uur op te brengen, dat doe ik als ik heel veel nieuwe stukken moet instuderen. En jij zelf?’

Ian lacht verlegen en kijkt eerst naar zijn vader voordat hij antwoordt, ‘een half uurtje per dag, soms 1 uur en ik heb ook al een keer ...  2 uur gestudeerd.’

‘Weet je, in het begin is de regelmaat bepalend, of je nu een half uur of een uur studeert, dat maakt nog niet zo veel uit als het maar ieder dag is,’ zegt Liza serieus. Ze praat door en al gauw gaat het over vrolijke en droevige muziek.

‘Toen ik jong was,’ vertelt Liza, ‘speelde ik liever trieste, dus droevige stukken. Naarmate ik ouder word hou ik steeds meer van de afwisseling tussen langzaam en snel, droevig en vrolijk. Dat maakt het wel spannender, de muziek neemt je dan sneller mee, zonder dat je in je gedachten blijft hangen over wat je met je vingers moet doen.’ 

Ian draait zich naar Liza toe, hij wil weten hoe ze de lange stukken die ze uitvoert uit haar hoofd leert spelen.

‘De muziek zit hier achter opgeslagen, wist je dat?’ Liza raakt met haar vingers haar achterhoofd aan en praat verder: ‘daar is het centrum waar alle muzieklijntjes opgeslagen zitten. Verbeelding helpt om ze los te krijgen, ezelsbruggetjes ook. De truc is om de lijntjes steeds langer te maken zodat ze op een gegeven moment vanzelf lopen en jij lekker gaat spelen in plaats van na te denken. Wat mij helpt is de toonsoort, bijvoorbeeld, dat een melodie in D-groot staat. Als ik dan afgeleid word ga ik snel aan deze toonsoort denken en de melodie komt vanzelf naar me toe. Maar ja, sommige stukken, zoals het concert van Bartók, speel ik liever met de bladmuziek op de lessenaar. Ik hoef er niet per se steeds naar te kijken maar hetgeeft me wel een gevoel van vrijheid.’

‘Is Bartók jouw lievelingscomponist?’ vraagt Ian met een zachte stem.

‘Ik vind hem geweldig maar mijn aller-, allerliefste componist is Beethoven.’

‘Waarom?’

‘Vanwege zijn inventiviteit en perfectie. Zijn muziek houdt me constant bezig, ik hou intens van zijn Vioolconcertomdat het zo haaks op andere stukken van hem staat. Er is geen vechtlust in dit stuk te vinden  - wat voor Beethoven typisch is - maar veel tederheid. En dat bedoel ik, Beethoven weet me altijd te verrassen. Heb jij al een lievelingscomponist?’     

‘Vivaldi!’ roept Ian en verteld over zijn optreden van afgelopen juni. 

 

Muziek

Hoezeer Ian ook violist wil worden, hij houdt ook net zoveel van andere dingen. Wanneer weet je wat je moet kiezen? Wanneer wist Liza wat ze moest kiezen? 

‘... viool spelen wilde ik eigenlijk ... niet,’ Liza’s woorden klinken ineens langzamer, ze kijkt even onzeker, kromt haar schouders en buigt zich richting Ian. ‘Ik had een klein beetje het gevoel dat mijn moeder, die piano speelt en mijn vader, die een beroemde cellist is, dat samen hadden bedacht, ze misten natuurlijk een viool in de familie. Dus toen ik geboren was, dachten ze: hupsakee, daar is ze, onze violiste!’ 

‘Wat wilde je dan wel?’

‘Zingen!’ Liza’s rug is weer recht en ze lacht, ‘dat lijkt me nog steeds de beste manier om met muziek verbonden te zijn, zonder een hulpmiddel ertussen, zoals de viool, bizar, nietwaar?’

‘Hoe zet je dan op de viool jouw gevoel in muziek om?’ Ian raakt geïntrigeerd. 

De stervioliste leunt achterover en denkt na, ‘dat begint zeker met luisteren, met waarnemen wat je hoort en vervolgens zien wat er in jou gebeurt. Nooit bang zijn voor de gevoelens die zich voordoen. Vooral geen muurtjes om je heen trekken, weet je wat ik bedoel?’

Ian schudt “nee” met zijn hoofd.

‘Kijk, soms concentreer je je te veel op je vingers, dat er geen fouten gebeuren, dat je de strijkstok goed houdt maar dan mis je de muziek vaak. Ik bedoel dat je dan alleen focust op de noten en niet op de klank. Dan trek je een muur om je heen uit angst om fouten te maken. Ik zou zeggen... durf het risico aan te gaan dat het soms minder perfect is maar dat het mooi klinkt, dat je musiceert in plaats van alleen te denken. Maak kleuren met vibrato, beweeg met de muziek mee en volg de melodie, dan zal het gebeuren, je bént de muziek in plaats van haar te spelen.’

Hierna gaat het gesprek nog een poosje door over viooltechnieken en de “beruchte” moeilijkheid van de tweede positie. Ian verheugt zich al op het AVROTROS Vrijdagconcert in het Utrechtse TivoliVredenburg morgen, waar Liza met het RFO zal spelen. Hij vraagt of hij na haar optreden in de pauze van het concert mag langskomen want hij heeft een sleutelhanger voor haar gemaakt, die wil hij graag morgen aan haar geven. 

Als alles achter de rug is en we buiten Studio 5 afscheid van elkaar nemen, vraag ik Ian nieuwsgierig naar zijn eerste indruk van Liza.

‘Ik dacht dat ze langer was,’ zegt hij en lacht.

 

 

 

 

 

 

Deel dit artikel
RFO