Jaap van Zweden 2005-2012

 

Jaap van Zweden, geboren in 1960, studeerde viool bij Davina van Wely. In 1977 won hij het Oscar Back Concours en zette zijn studie voort aan de Juilliard School te New York. Van 1979 tot ’95 was hij concertmeester van het Concertgebouworkest. Zijn dirigentencarrière begon in 1995 in Enschede als chef bij het Orkest van het Oosten en werd voortgezet in Den Haag tot 2005 bij het Residentie Orkest. Als gastdirigent leidde Van Zweden het RFO in 1998 voor het eerst en in 2003 tekende hij het contract, waarmee hij vanaf 1 januari 2005 chef-dirigent van het RFO werd.

 

Een rustige start was Van Zweden niet vergund. Het MCO kwam intern en extern steeds meer onder druk te staan. Het 60-jarig bestaan van de omroepensembles werd niet gevierd. Na eerdere bezuinigingen in 1984 en ’92, waaruit het RFO nog relatief ongeschonden tevoorschijn kwam, werd in 2005 de dreigende inkrimping een feit. Ditmaal viel het doek voor het Radio Symfonie Orkest en het Radio Kamer Orkest. Alle MCO-musici van 55 jaar en ouder, ook die van het RFO, kregen een vertrekregeling aangeboden. De resterende collega’s uit drie voormalige klassieke orkesten werden vereend in de unit MCO Klassiek, bestaande uit het RFO en de Radio Kamer Filharmonie (RKF), plus een aantal pendelaars tussen beide ensembles. Jaap van Zweden kreeg niet alleen de leiding over het RFO, hij fungeerde tot 2010 ook als chef van de nieuwe RKF. Door de herschikking van musici werd het concert van het RFO in de ZaterdagMatinee van 3 september 2005 het eerste optreden in een vernieuwde samenstelling onder leiding van zijn nieuwe chef-dirigent. Het programma vermeldde o.m. Das klagende Lied van Mahler. In de pers werd gesproken over een droomstart van Jaap van Zweden, en een ongehoord niveau van Mahler.

 

Intensivering

Het door Edo de Waart ingezette programmabeleid, een combinatie van standaardrepertoire met bijzondere composities, die elders niet of nauwelijks uitgevoerd worden, werd door Van Zweden voortgezet. Speciale aandacht besteedde hij daarbij aan de intensivering van de klank van het strijkorkest. Hij startte met het RFO een reeks uitvoeringen van Bruckner-symfonieën, die later ook op cd uitgebracht werden. In de ZaterdagMatinee dirigeerde hij de opera Don Quichotte van Massenet (2006) en wereldpremières van Peter-Jan Wagemans’ opera Legende (2007), het Concert voor piano en blazers van Theo Verbey (2006), de Symfonie nr. 4 van Otto Ketting (2007), Fastlandet van Klas Torstensson (2007), de Symfonie nr. 5 van Hans Kox (2008) en het Concert voor viool en orkest van Robin de Raaff (2008). In Amsterdam bracht hij ook Nederlandse premières van composities van Berio (2005), Turnage (2006), John Luther Adams (2007), Carter (2007), Salonen (2007), Higdon (2011) en Hendrikx (2011). De Wagner-traditie van het RFO zette Van Zweden in de ZaterdagMatinee voort met uitvoeringen in 2008 van Lohengrin, gevolgd in 2009 door Die Meistersinger von Nürnberg en Parsifal in 2010, concerten die tevens op cd en dvd verschenen. In 2012 bekroonde de jury van Edison Klassiek de sacd van Parsifal met een Edison in de categorie Opera. Aan de internationale reputatie van het RFO kon Van Zweden twee wapenfeiten toevoegen: een optreden in Singapore en het debuut in de BBC-Proms te Londen. Verder maakte het orkest met hem nog tournees door Engeland, Duitsland en Oostenrijk.

 

Met verbijstering namen medewerkers van het MCO in oktober 2010 kennis van kabinetsplannen, om het MCO af te schaffen. Cultuurminnend Nederland reageerde ontzet, acties werden gestart en steunbetuigingen uit de gehele wereld kwamen binnen. Bernard Haitink noemde het plan zelfs een ‘flagrante schanddaad’. OCW-minister Van Bijsterveldt maakte echter in juni 2011 bekend, dat het kabinet alsnog jaarlijks 14 miljoen euro beschikbaar zou stellen voor het in stand houden van het RFO en het GOK, ingegeven door het zeer hoge niveau en de internationale betekenis van beide ensembles. Binnen het RFO werd deze onderbouwing opgevat als een bevestiging, dat de samenstelling van het orkest ongewijzigd kon blijven. Uiteraard verzetten de collega’s van de RKF zich hier tegen. De directie van het MCO wist zich gebonden aan geldende arbeidscontracten en besloot tot een fusie tussen het RFO en de RKF in 2013. Wat volgde, was een lang en pijnlijk proces van de onvermijdelijke reorganisatie en onzekerheid over de toekomst, terwijl intussen de werkzaamheden voor beide ensembles nog twee seizoenen verder gingen, ‘alsof er niets gebeurd was’. Het was niet hoorbaar, maar binnenskamers werd veel geleden. Jaap van Zweden zei na zijn uitverkiezing door het tijdschrift Musical America tot ‘Conductor of the Year 2012’: In het buitenland wordt er altijd de nadruk op gelegd, dat ik het vak in Nederland heb geleerd. Als ik zie wat er nu gebeurt met de drastische bezuinigingen op de kunsten, dan word ik daar verdrietig van.

 

Honoray Chief Conductor

Zijn officiële afscheidsconcert als chef-dirigent van het RFO dirigeerde Jaap van Zweden op 12 november 2011 met de Glagolitische mis van Janácek en de Nederlandse première van het Vioolconcert, dat Jennifer Higdon geschreven had voor Hilary Hahn, die ook in Amsterdam de solopartij speelde. Na afloop werd hij verrast met een boekwerk, waarin hoogtepunten tussen 2003 en 2011 uit zijn samenwerking met het RFO door Esther de Bruijn fraai in woord en beeld bijeengebracht waren. Bovendien ontving Jaap van Zweden van het orkest de eretitel Honorary Chief Conductor, een functie die hij op 14 januari 2012 meteen kon waarmaken door in te vallen voor een verhinderde collega. Tot het einde van het seizoen 2012-2013 leidde hij het RFO in 125 producties.