Bernard Haitink 1957-1961

 

Bernard Haitink, geboren in 1929, studeerde viool en directie aan het Conservatorium te Amsterdam. Op aanraden van Ferdinand Leitner, bij wie hij in 1954 de dirigentencursus in Hilversum had gevolgd, werd Haitink als leerling-violist aangenomen in het Radio Phil, om orkestervaring op te doen en dirigenten te observeren. Na de volgende cursus in 1955, wederom bij Leitner, bood de omroep Haitink een contract aan als dirigent in algemene dienst voor 5 programma’s per seizoen. Door de dood van Paul van Kempen werd dit aantal in 1956 plotseling verhoogd tot 35 uitzendingen met repertoire, dat voor de jonge Haitink uit even zovele premières bestond. De studioproducties werden geleidelijk afgewisseld met een toenemend aantal buitenconcerten. Aanvankelijk werd Haitink nog bijgestaan door gastdirigenten als Antal Dorati en Lorin Maazel, daarna stond hij er alleen voor.

 

Experiment

In januari 1956 maakte Haitink met het RFO (voortaan met F geschreven, om verwarring met het Rotterdams Philharmonisch Orkest te voorkomen) als één van zijn eerste producties al een studio-opname van Bruckners Symfonie nr. 4, en in juli gaf hij in Den Haag tijdens het Holland Festival zijn eerste openbare concert met o.m. La Mer van Debussy en het zelden uitgevoerde Requiem van Cherubini met RFO en GOK. Dit leverde hem in november de uitnodiging op om bij het Concertgebouworkest de ziek geworden Giulini te vervangen, die eveneens deze dodenmis zou uitvoeren. Haitink doorstond deze opgaven goed, waarna de omroepleiding het moedige besluit nam om haar belangrijkste orkest toe te vertrouwen aan een jonge en onervaren dirigent. Zijn benoeming tot chef-dirigent van het RFO ging in per 1 januari 1957. In dit besluit heeft het advies van het orkest: Wij voelen ons sterk genoeg om dit experiment aan te gaan een belangrijke rol gespeeld.

 

Violist

Haitink haalde in 1999 in het orkestblad RFO-Informeel herinneringen op: "Ik heb als violist in het RFO gespeeld en dat was zeer leerzaam. Zoals Leinsdorf La Mer deed, geweldig, er ging een wereld voor mij open. Ik heb onder Van Kempen gespeeld, een bijzondere man. We zaten op een Pinkstermiddag in de KRO-studio en moesten de 5e Beethoven opnemen. Buiten was het mooi weer, het orkest wachtte met lange gezichten. Van Kempen kwam binnen en heeft ons prachtig laten spelen, die merkwaardige gave had hij. Met Fournet heb ik het Requiem van Fauré gespeeld en La Valse. Schitterend deed hij dat, zo kalm en zo Frans. Ik ben er dankbaar voor in dat orkest gezeten te hebben. Toen ik daar dirigent werd zijn de mensen vreeslijk aardig voor mij geweest en hadden veel geduld met mij. Ik was nog te groen, maar het was een belangrijke tijd voor mij en ik heb heel dierbare herinneringen aan het Radio Filharmonisch."

 

Buitenconcerten

De Maasbode schreef over het concert van 1 maart 1957 t.g.v. 10 jaar NRU: Men heeft op dit concert andermaal kunnen constateren, welk een rijk geoutilleerd orgaan de NRU bezit in het Radio Filharmonisch Orkest, vroeger onder de eminente chef Paul van Kempen en thans onder de veelbelovende leiding van Bernard Haitink. Naast het typische repertoire voor omroeporkesten, moderne en weinig gespeelde composities, zag Haitink al kans met het RFO in de studio zes symfonieën van Bruckner en drie van Mahler op te nemen plus ook de Kindertotenlieder, Lieder eines fahrenden Gesellen, Das Lied von der Erde en Stravinsky’s Le Sacre du Printemps. Voor een beginnend dirigent is dit opmerkelijk. Hij ondervond daarbij grote steun van de loyale houding van het orkest: Wij doen dit samen! Het RFO en het GOK gingen met Haitink in het seizoen 1959-1960 voor het eerst de grens over. In Antwerpen werden de Koorfantasie en de Symfonie nr. 9 van Beethoven uitgevoerd, en in Viersen (Duitsland) de Symfonie nr. 9 van Bruckner en het Te Deum laudamus. Tournees naar Italië, Zwitserland en Duitsland volgden nog in 1960 en ’61. De studioproducties werden geleidelijk afgewisseld met een toenemend aantal buitenconcerten. Met concerten in Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Haarlem, Leiden, Nijmegen, Rotterdam en Utrecht kwam het RFO in eigen land in contact met publiek. Eli Bomli, programmadirecteur NRU, zei hierover in 1960: Het heeft jaren geduurd, om het orkest van zijn studio-isolement te verlossen. Voor het peil en voor de musiceervreugde is het nodig, dat het orkest regelmatig in de sfeer van de zaal met publiek en critiek kan concerteren. Haitink heeft hier ruimschoots aan bijgedragen.

 

Beschermheer

Door het overlijden van Eduard van Beinum in 1959 kwam Haitinks carrière voor de tweede keer in een stroomversnelling. Na een aantal gastdirecties in Amsterdam werd hij met ingang van 1961 benoemd tot dirigent van het Concertgebouworkest, met voorlopig Eugen Jochum aan zijn zijde. Hij keerde nog een paar maal terug en leidde het RFO tot nu toe in 226 producties. Bernard Haitink aanvaardde in december 2012 het beschermheerschap van het RFO en gaf in september 2014 in de NTR ZaterdagMatinee met het RFO een concert in het kader van de viering van zijn 60-jarige dirigentenloopbaan, die op 19 juli 1954 in Hilversum begon.