Elk orkest heeft zijn eigen ziel

 

Door Ewa Maria Wagner (foto's Esther de Bruijn)

 

Er zijn nog maar twee productieweken tot de vakantie begint voor het Radio Filharmonisch Orkest. Iedereen heeft het in de pauzes over de zomerreizen maar ook over het volgende seizoen, dat zoals altijd bij de musici en staf veel belangstelling krijgt. Maar voor Anneke Peerik zijn deze weken de laatste als productieleider in het Radio Filharmonisch Orkest. Ze keert na de vakantie slechts kort terug om de opvolging te begeleiden.

 

‘Ik word in september 66, ik moet met pensioen,’ zegt Anneke en lacht. Ze oogt jong, bruin kort haar, slank, strakke broek, los vallend bloesje en een modieuze leren ketting om haar hals. Je zou haar gemakkelijk 10 of 15 jaar jonger inschatten. ‘Ja, helaas, maar weet je, ik vind het ook goed zo. 
‘Mijn eerste baan als productieleider (toen nog orkestinspecteur) in ‘het Hilversumse’ heb ik in het Radio Kamerorkest gekregen in 1983, nog voordat mijn dochter Sarah geboren werd. Ze is nu 33. 
Daarvoor werkte ik bij de “Muziekdienst” op een planningsafdeling, levering van faciliteiten voor alle muziekprogramma’s voor de radio, o.a. het samenstellen van opnameteams. Ik vond het heel leuk. Vijf orkesten en een koor, alles was er.

 

De orkesten en koor, maar ook alle studio’s van de diverse omroepen waren een faciliteit voor deze omroepen. Centraal werden de orkest- en koorbeurten, maar ook alle studio’s verdeeld t.b.v. alle omroeporganisaties. Er was een intensieve samenwerking tussen de Muziekdienst en de Werkgroep Muziek waarin alle Hoofden Muziek van de omroepen zitting hadden. De Muziekdienst had de naam Dienst Muziek Programma Faciliteiten Radio, afgekort DMPFR met Piet Heuwekemeijer aan het hoofd.


‘In 1984 vond de eerste fusie plaats: het Promenade Orkest en het Omroep Orkest werden Radio Symfonie Orkest. Er werd mij gevraagd om bij het nieuw opgerichte Planburo te komen werken en omdat er een baby op komst was vond ik dat toen een juiste keuze. Hoewel ik het werk minder leuk vond was het wel een nuttige tijd: je leert hoe dit orkestenbedrijf in elkaar zit en wat er allemaal bij de muziek qua organisatie en logistiek om de hoek komt kijken. En ik had regelmatige werktijden.
Vanuit het Planburo heb ik in 1996 de overstap gemaakt naar het secretariaat van het Radio Symfonie Orkest. Ik dacht: weer een stapje dichter bij de muziekpraktijk. Waar ik toentertijd wel moeite mee had: mijn kantoorwerk eindigde altijd op vrijdag, terwijl de hoogtepunten, de concerten, plaatsvonden in het weekend; daar draaide het de hele week toch om. Natuurlijk bezocht ik wel regelmatig de concerten. 
In 1999 kwam er een vacature bij het Radio Kamerorkest. Ik heb gesolliciteerd en ben aangenomen. Terug bij de oude liefde! Hier voelde ik me weer helemaal op mijn plek.

 

Helaas kwam er een volgende reorganisatie, deze vond plaats in 2005. Het Radio Kamerorkest en Radio Symfonie Orkest werden opgeheven, de musici in twee orkesten verdeeld: de Radio Kamer Filharmonie (RKF) en het Radio Filharmonisch Orkest (RFO). En hoewel er nog slechts twee orkesten in huis waren, heerste er nog altijd een competitieve spanning tussen de beide ensembles.
In 2013 kwam de beslissing om de RKF op te heffen. Tot vandaag vind ik dat een vernietigende slag. Niet alleen voor de orkestmusici, maar voor de hele organisatie. Voor mij was dit de meest heftige reorganisatie. Het Radio Filharmonisch Orkest bleef over, sindsdien ben ik productieleider van dit orkest.

Omdat ik bij verschillende orkesten binnen deze organisatie heb gewerkt, heb ik ervaren dat elk orkest zijn eigen karakter, zijn ‘eigen ziel’ heeft. 


Wat ga je nooit meer vergeten?
‘Spontaan komt in me op: de tournee naar Estland met het Radio Symfonie Orkest. De banken die nog geen uur voor het buitenconcert op een weiland half in het water stonden en de militairen die niet alleen het publiek in de gaten hielden maar ook de orkestbus escorteerden. En hoezeer dirigent Eri Klas ervan genoot met het Nederlandse orkest in zijn eigen land te spelen. Ik heb zeer goede herinneringen aan veel mooie concerten en het Radio Symfonie Orkest (Kees Bakels!). 

 

Bij het Radio Kamerorkest, de eerste en de tweede periode, heb ik een hele mooie tijd gehad. De eerste periode met Ernest Bour, maar ook met Kenneth Montgomery als gastdirigent.
En later de tegenstellingen tussen de barokke uitvoeringen onder Frans Brüggen en de moderne muziek in de concerten onder leiding van Péter Eötvös. Toen werd ik me er meer en meer bewust van hoe zeer ik van tegenstellingen houd.
Het laatste concert van de Radio Kamer Filharmonie met Frans Brüggen zal mij altijd bijblijven. De krachtige steun van Frans richting het orkest was voor mij een bijzondere ervaring.

 

En last but not least het Radio Filharmonisch Orkest.
De enthousiaste uitlating van Markus Stenz, na afloop van het eerste concert in de nieuwe samenstelling, een smeltkroes van alle voorgaande orkesten: “we hebben een orkest, hiermee kunnen we op toernee!”
En zo gingen we verder. Er kwam een toernee en vele mooie uitvoeringen met het RFO. In mijn laatste weken als productieleider komen nog prachtige uitvoeringen voorbij waaronder Elektra met Markus Stenz (altijd met volle toewijding en energie), de West Side Story met James Gaffigan en de White House Cantata met het Groot Omroepkoor. 
Wat mij nog rest zijn zes opera-uitvoeringen in samenwerking met De Nationale Opera, een Robeco-concert en het laatste concert, ook in de Robeco SummerNights, met een symfonie van Haydn en het Requiem van Mozart. De cirkel is rond.

 

Wat ga je missen als je niet meer werkt?
‘Ik heb nog niet het gevoel dat ik wegga maar als het zover is wil ik blijmoedig afscheid nemen. 
Natuurlijk zal ik mijn supercollega’s - want die had ik! - missen, maar… ze moeten er rekening mee houden dat ik ze af en toe van hun werk kom afhouden. Ik meld me van tevoren :)
Het is voor mij geen drama, er komen zeker emoties omhoog maar die ga ik niet uitdragen. Mijn werk bestaat uit twee onderdelen, dat zijn logistiek en beleving. De logistiek zijn de “to do”-dingen, die kan ik gemakkelijk missen. Concerten blijf ik zeker bezoeken. 

 

Mijn privé-omgeving krijgt nu de ruimte. Ik voel me een gelukkig mens. Sinds ik het MCO binnengestapt ben, heb ik me nooit echte zorgen om een baan hoeven te maken, er was altijd keuze of variatiemogelijkheid. Dat is het voordeel van mijn tijd geweest. Nu ziet de wereld er anders uit. Mijn zoon Stijn is 25, hij studeert nog, maar de opties om een vaste baan te krijgen liggen tegenwoordig heel anders. Ik heb altijd van mijn werk genoten en laat nu “de leegte” op me afkomen. Ik laat het komen zoals het zich aandient. Ik heb geen specifieke plannen. Genoeg gepland.
In plaats van mijn verleden missen word ik eerder nieuwsgierig wat zich hierna aandient.’

 

Veel mensen hebben moeite met afscheid van het werkende leven, jij niet, wat is jouw geheim?
‘Altijd de juiste balans zoeken. Mijn gezin is zeker de belangrijkste factor die verantwoordelijk is geweest voor mijn carrière. Dankzij mijn man, Coen, heb ik de ruimte gekregen om onbeperkt te werken. Hij zorgde voor Sarah, en later voor Stijn -  we hebben Stijn gekregen toen ik de veertig gepasseerd was -  en plande zijn werk als pianodocent rondom mijn werktijden, zodat hij altijd thuis was als ik het niet kon doen. We zijn al zeer jong getrouwd, ik ben eigenlijk in alles voor lange relaties. Goede verstandhouding thuis geeft me rust en houdt me in balans, ook in moeilijke situaties. Laat het niet verslonzen en houdt elkaar in waarde, is mijn devies, je wordt er simpelweg gelukkig van. Coen kwam al die jaren zeer vaak naar concerten van alle ensembles waar ik gewerkt heb, maar ik heb zijn wens om incognito te blijven gerespecteerd. 
Mijn andere sterke eigenschap is flexibiliteit, soms moet ik oppassen en goed mijn grenzen aangeven, mijn incasseringsvermogen is soms te groot. Aan de andere kant heb ik niet veel dingen die mij ergeren, ik kan makkelijk relativeren. Ik heb dus geen geheim, maar ik houd van balans.’


Heb je hobby’s?
‘Jazeker! Ik houd erg van tuinieren. We hebben behalve een tuin bij ons huis ook een grote tuin in Kortenhoef. Ik ben geen groenteteler, dus ik heb geen moestuin aangelegd, wel houd ik van bloemen, fruitbomen en struiken. Daar leef je met de seizoenen mee. Op het land kan ik me compleet ontspannen ondanks de intensieve activiteiten zoals spitten, gras maaien, eindeloos schoffelen en de sloot schoonmaken. Nu heb ik te weinig tijd om er echt goed voor te zorgen maar straks krijgt de tuin veel meer aandacht.


Tot nu toe heb ik een strakke agenda gehad met allemaal “moetjes”: moet, moet, moet. Straks ga ik het zelf uitzoeken en genieten van mijn vrijheid. De tijd wordt straks een andere ervaring, daar ben ik niet bang voor omdat ik me nooit verveel. Waar ik ontzettend zin in heb is regelmatig te gaan zwemmen. Hardlopen is niets voor mij, ik ben ook geen sportschooltype. Een gebalanceerde beweging zoals fietsen en wandelen doet mijn lichaam goed. Maar in beweging blijven geldt ook voor de geest. Ik wil het pianospelen weer oppakken. Te lang niet gebeurd! 

 

Alle indrukken en belevenissen, ook lezen, zijn bewegingen in je hoofd. De geestelijke ruimte met kunst prikkelen, daar maak ik graag tijd voor. Samen met Coen concerten bezoeken of naar musea gaan, boeken lezen, kleine vakanties organiseren, daar was te weinig tijd voor. Als ik naar een muziekstuk luister of een schilderij bekijk ervaar je dat dit steeds anders kan zijn, dat kan ook te maken hebben met hoe je je voelt. Dat is net zoals wijn proeven: dezelfde wijn kan anders smaken. 
Het grootste geluk is mijn gezondheid, vanzelfsprekend hoop ik dat dit zo blijft. Vegetarisch ben ik niet maar ik eet zeker veel meer groenten dan vlees. Eigenlijk laat ik niets staan maar proef van alles met mate.’

 

Is er nog iets wat je wil meedelen?
‘Ik wil vooral het orkest en alle collega’s niet-musici, een lang en gezond bestaan wensen. 

 

De komende tijd ziet er goed uit, binnen het MCO-gebouw begint het meer en meer te leven (lunchconcerten, nieuwe concert-series, educatie, etc.). 

 

Jammer dat er in het orkest zo weinig vacatures zijn op dit moment, er is geen doorstroming, dat is zorgelijk als je naar de toekomst kijkt. Persoonlijk vind ik het erg belangrijk dat er remplaçanten in het orkest spelen. Dat verfrist.

 

Er is veel ambitie onder de musici, laat het zo blijven!

 

Wat mij is overkomen mag dan pensioen heten, maar let wel: ik ga verder met mijn leven en dank iedereen die bijgedragen heeft aan het plezier in mijn werk.’

 

 

Deel dit artikel
RFO